Afscheid nemen

Het gesprek met de opdrachtgever was van korte duur: ze wilde afscheid nemen. De mededeling kwam niet onverwachts. In de afgelopen maanden bleken de verwachtingen niet synchroon te lopen. Zij had iets anders voor ogen. Tijdens de sollicitatie was het schaap met de vijf poten voorbij gekomen. Dat schaap bleek ik niet te zijn. Het team waar ik mee samenwerkte zat op het paard, maar dat moest anders volgens haar: ik zou op dat paard moeten plaatsnemen en de teugels strak in handen nemen.

Het heeft mij een paar slapeloze nachten gekost. Het is mijn eer te na, ik heb geprobeerd het tij te keren. Dat is niet gelukt. Het team steunde mij, gelukkig. Zij zaten liever op dat paard, ik zou na enkele maanden weer weg zijn. Volgens mij is dat de goede instelling.

Tja, hoe heeft het zover kunnen komen? Heb ik de opdracht niet goed begrepen? Heeft zij het niet goed uitgelegd? Het zal wel de bekende combinatie van factoren zijn.

Ik wilde graag nog een aantal zaken afronden met het team. Daar was tijd voor nodig. Die werd mij met moeite gegund. Ik sleepte mijzelf naar kantoor. Eenmaal aanwezig ging het wel weer. Nu die laatste weken voorbij zijn overheerst de opluchting. Voortaan ga ik het allemaal anders doen. Meer dit en minder dat. Vooraf meer zus en zo. Zodat ik uiteindelijk kan tippen aan dat schaap. En zonder moeite op een paard kan plaatsnemen. En dan de teugels loslaten. Want alleen dan heb ik twee handen vrij.

Er was een mooier afscheid: dat van een lieve tante, tante Gré. Een tante die zei waar het op stond. Nam nooit een blad voor de mond. Liet ons lekker vrij en buiten spelen. Vlotten bouwen, eieren zoeken en altijd samen delen. Vergeten doen we haar niet. Want afscheid nemen bestaat niet.

Dit is mijn 15e blog. Over een maand verschijnt de 16e. Omdat het kan. 

Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Het lopend buffet

Onlangs was ik op een familiefeestje waar het op een gegeven moment tijd werd voor een lopend buffet. Dat woord is al enigszins merkwaardig als je erover nadenkt. Moet je vooral niet doen. Tijdens de borrel die eraan vooraf ging liepen er dames rond met dienbladen waarop hapjes lagen. Dat wordt dan weer geen lopend buffet genoemd.

Enfin, terug naar het buffet. Er stonden enkele tafels langs een muur geparkeerd waarop de koude en warme hapjes stonden. Goed verzorgd, kleurrijk en er stond inmiddels een flinke rij die er langs schuifelde. Ondertussen maak je een praatje met je voor- of achterbuurman en wacht je geduldig op je beurt. Gezelligheid kent geen tijd.

Kan dat anders? Ik stel mijzelf die vraag omdat ik bij de tweede ronde een man voor mij trof die veel tijd nodig bleek te hebben om enkele garnaaltjes op zijn bord te krijgen. Garnaal voor garnaal en ik maar oefenen in geduld. Onwillekeurig moest ik aan Herman Finkers denken die eens heeft gezegd: ‘om 7 uur is het warme buffet, om half 8 het lauwe en om 8 uur is er een koud buffet’. Passeren leek mij onbeleefd, bovendien wilde ik ook wat garnaaltjes. En mijn achterbuurman was met iemand anders in gesprek dus er restte mij niks anders dan geduldig toekijken hoe hij zijn garnaaltjes verzamelde.

Ik stel mij een ronde buffettafel voor waar je op elk deel kunt insteken. Inhalen is dan ook minder onbeleefd omdat er geen voor- of achterkant is. Soms is rond beter. Of een langwerpige tafel die vanaf beide kanten te benaderen is. Misschien is daar in buffetland al flink over nagedacht en zijn daarbij uitdrukkelijk de voordelen benoemd van het wachten, het praten met de buurman en het toekijken, zonder al die nadruk of efficiency. Daar valt veel voor te zeggen. Maar toch.

In een ver buitenland heb ik wel eens maaltijden genuttigd met groepen waarbij op de tafel een rond draaiplateau was geïnstalleerd met daarop de diverse gerechten. Zelf kon je blijven zitten, het eten draaide langs je heen. Ik zal niet beweren dat dat beter is, maar er zijn meerdere manieren om een buffet lopend te krijgen. Dit is er één.

Dit is mijn 14e blog. Over een maand verschijnt de 15e. Omdat het kan. 

Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Totale verwarring

In onze gemeente gaan we ‘omgekeerd’ inzamelen. In een brief geeft de gemeente dat ook aan: omgekeerd inzamelen begint. Ik ben een groot voorstander van afval scheiden. Ik vis ook regelmatig plastic uit onze vuilnisbak en deponeer dat in de daarvoor bestemde zak. Maar nu wordt alles anders en gaan we het omgekeerd doen. Ik lees nergens in de brief wat omgekeerd betekent. Wel zie ik de afkorting PMD staan: plastic, metaal, drankkarton. Metaal? Oh ja blikjes en zo. Drankkarton? Oh, onze melkpakken. Tot zover is het duidelijk en probeer ik de afkorting PMD te onthouden, hoewel ik bij de P ook regelmatig aan papier denk. Klein beetje verwarring.

De volgende vraag is hoe we dat in huis gaan organiseren. We hebben nu een vuilnisbak voor restafval, maar die zal niet meer zo snel vollopen nu ook de blikjes en de melkpakken bij het plastic mogen. Misschien moeten we het PMD afval dan maar in onze vuilnisbak gooien en het restafval elders. Zou de gemeente dat bedoelen met omgekeerd? Verwarring.

Op stations heb ik dat ook regelmatig. Sta ik met een klokhuis in mijn hand en twijfel ik in welke bak ik die moet gooien. Papier en karton, restafval, plastic? Totale verwarring.

Wat ik leuk vind is dat ik met ons restafval de straat op mag om deze in een ondergrondse container te mikkeren. Daar kan ik echt van genieten, zoals ik dat ook doe als ik glas in de container gooi. Altijd even luisteren of hij breekt of het toch overleeft. Ik hoop altijd dat eerste.

Gelukkig heeft de gemeente rekening gehouden met de verwarring die kan ontstaan bij het omgekeerd inzamelen. Er zijn afvalcoaches die ons kunnen begeleiden. Ze zijn regelmatig in onze wijk aanwezig. Ze hebben een felgele jas aan. Ik heb wel een vraag.

Dit is mijn 13e blog. Over een maand verschijnt de 14e. Omdat het kan.

Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

 

Deel dit via:

Wie is er jarig en waar is het feest?

Deze blog bestaat nu één jaar. Elke maand een blog was de bedoeling en tot op heden is die doelstelling gehaald. De eerste 10 blogs gingen over diverse onderwerpen, maar één ding hadden ze gemeen: elke keer kwam de fiets erin voor. Soms expliciet, vanwege een fietstocht, soms heel impliciet. Het was een wedstrijdje met mezelf geworden: de fiets moest erin. En zoals dat wel vaker gaat met wedstrijdjes: soms verlies je die.

Op de fiets doe ik ook wel eens wedstrijdjes met mezelf: pas na 30 km mag ik pauzeren. De komende 10 min niet onder de 20 km komen. Het gemiddelde opschroeven naar 21 km/u. Die wedstrijdjes zijn soms lastig te winnen, maar ze houden je lekker bezig. Ik zal nooit vergeten dat ik in de Pyreneeën naar boven fietste. Op een gegeven moment gaf de km teller 19.60 aan: 19 km en 600 meter. Vervolgens werd het leuk: 19.63, geboren, 19.66 verhuisd naar België, 19.82 middelbare school diploma en zo trok mijn leventje aan me voorbij, terwijl ik hijgend de top probeerde te bereiken. Toen ik eenmaal bij 20.16 was hield het op en realiseerde ik mij dat ik mijn trouwjaar had overgeslagen. Wanneer was dat ook alweer?

De blog is jarig en gaat z’n tweede jaar in. Niet omdat het moet, maar omdat het kan. Laatst vroeg iemand mij waarom ik eigenlijk een blog schreef, iedere maand. Omdat ik het leuk vond, antwoordde ik, maar daar kwam ik niet mee weg. Of ik daar nog een speciale bedoeling mee had of dat het misschien marketing technisch interessant was. Nou nee, eigenlijk niet. Het was een leuk gesprek, dat wel, maar veel verder dan leuk kwam ik niet. Ik noemde nog wel even de vuurtoren die ik graag wil zijn, zodat klanten mij kunnen vinden. Dat had ik ooit gelezen in een boekje over calimero-marketing en vond ik wel een mooie beeldspraak. Maar of deze blog daaraan bijdraagt? Ik vrees het ergste. Gewoon omdat het kan. En daarom is het feest vandaag.

Dit is mijn 12e blog. Over een maand verschijnt de 13e. Omdat het kan.

Deel dit via:

De Indiase veiligheid.

Twee weken zwerven wij nu door het zuiden van India. Hoe veilig is het daar?

  1. De deuren van de trein staan altijd open, ook als hij rijdt. Veel Indiers springen uit een rijdende trein. Bij ons kan dat alleen in een spreekwoord.
  2. In de trein komen allerlei mannetjes langs met voedsel. Geen idee waar dat bereid is, het ziet eruit alsof oma dat op een knapperig haardvuur bij elkaar heeft gefrituurd. Het is overigens wel lekker. Bij ons in de trein komen er zeer sporadisch mensen langs met voedsel.
  3. Bij het opstappen op een boot blijkt het gat tussen boot en wal bijna 0,5 meter te zijn. Je moet dus springen om de boot niet te missen. Er zijn weliswaar mannetjes die je helpen, maar springen moet je toch echt zelf doen. Wij hoeven nooit te springen.
  4. Bij het oversteken heb je geen rechten, alleen de plicht tot opletten. Anders zijn de gevolgen niet te overzien. Wij hebben zebrapaden. En rechten.

Conclusie: veilig is anders. En toch, wij hebben ons geen moment onveilig gevoeld. Wat kun je zelf doen?

ad1 Je kunt wachten tot de trein stilstaat.

ad2 Je hoeft geen etenswaren te nuttigen in de trein. Vooraf proviand inslaan is altijd mogelijk.

ad3 Je oranje zwemvest goed vastmaken, die krijgt iedereen bij het instappen. Lekker warm. Associaties met Syrische vluchtelingen kwamen onwillekeurig langs toen we op die goed gevulde boot zaten. Volkomen onterecht natuurlijk. Overigens kun je het boottochtje ook overslaan.

Zo heb je toch nog enige invloed op je eigen veiligheid. Risico’s verminderen betekent ook minder plezier en die afweging is soms lastig.

ad4 Hier is eigenlijk niks aan te doen. Je zult je vroeg of laat toch in het Indiase verkeer moeten begeven. Echter, de Indiers zijn meester in het flexibel omgaan met voetgangers en andere versperringen, ze manoeuvreren er listig omheen. Als je maar oversteekt met een zekere souplesse en zelfverzekerdheid. Zo gaat dat hier en dat werkt prima.

Dit is mijn 11e blog. Over een maand verschijnt de 12e. Omdat het kan.

Deel dit via:

Achtbaan van emoties

Morgen is het een half jaar geleden dat ze vertrok, gisteren is ze weer teruggekomen. We hebben haar opgehaald van Schiphol. Samen met enkele vriendinnen van haar en met een echt spandoek. Het was een warm welkom in de ijzige kou.

Zelf sprak ze voor haar reis gekscherend over een “achtbaan van emoties” waar ze in terecht zou kunnen komen. Of dat ook gebeurd is gaan we nog allemaal horen. Wel was het een mooie reis.

Hoe werkt dat toch met afscheid nemen? Persoonlijk vond ik het vertrek ingrijpender dan het weerzien. Na het vertrek is de tijd omgevlogen en pas bij het bericht dat ze weer terug zou komen, wat vooraf niet bekend was, ging mijn achtbaan rollen. Als dat maar goed gaat die laatste weken in Colombia, al drie dagen niks gehoord, ik stuur nog even een mailtje, en dergelijke.

Afscheid en weerzien, het zijn mooie momenten. Je weet weer dat je leeft. Of je bent je er in ieder geval bewust van.

In de tussenliggende periode is haar Pake overleden, mijn schoonvader. Het was een bijzondere dag. We reden met vele volgauto’s op een vroege morgen van Bolsward naar Reahus, een klein dorp met een grote kerk in Friesland. Op de bochtige route door de weilanden vormde zich een slang van auto’s. De dauw trok langzaam op. We spraken nauwelijks. Iedereen ging aan de kant. Ook dat was een mooie reis.

J.M.A. Biesheuvel heeft het zelfs gepresteerd een boek te schrijven over een reis door zijn kamer. Ik vond het een prachtig boek. Ook voor hem moet het een mooie reis zijn geweest. Reizen verruimt de geest, maar je hoeft er niet persé de deur voor uit. Ik vind dat een geruststellende gedachte.

Dit is mijn 10e blog. Over een maand verschijnt de 11e. Vanuit het buitenland. Omdat het kan.

Deel dit via:

Oerervaring op de wc

Onlangs heb ik een Webinar gevolgd van Thijs Homan, thuis, achter de computer. Voor mensen die hem niet kennen, Homan is Hoogleraar Change and Implementation bij de Open Universiteit Nederland en zelfstandig adviseur. Zo’n titel is nou niet direct een aanbeveling om een Webinar te volgen, maar Nelly had mij overgehaald om samen te kijken.

Zijn oerervaring bij organisatieverandering is als volgt samen te vatten: hij was als adviseur betrokken bij een organisatie waar zoveel gereorganiseerd was dat de mensen murw waren geworden en velen zeiden, ze doen maar, ik doe mijn werk en verder zoeken ze het maar uit. Tijdens één van de sessies die Homan leidde werd er duidelijk voortgang geboekt en zowel de deelnemers als de leiding waren enthousiast over de resultaten tot dan toe.

Tijdens een plaspauze zat Thijs op de wc en hoorde hij deelnemers bij de wasbakken praten: ‘wat een gezeik hé, alweer zo’n sessie, dit gaat helemaal niks worden…’ Voor hem was dat een shock en tegelijkertijd vormde die ervaring de basis voor zijn verdere theorieën over organisatieverandering. Daarbij maakt hij een scherp onderscheid maakt tussen ‘on stage’ en ‘off stage behaviour’. De manieren waarop groepen mensen praten over hoe zij de werkelijkheid ervaren, omschrijft hij als ‘betekeniswolken’. Organisatieverandering is pas mogelijk als er een verandering is in de structuur tussen die wolken, zo betoogt hij. Kern van zijn pleidooi is ook dat verandering niet door managers bedacht en in beweging gezet dient te worden, maar dat het van onderop tot stand komt. De gasdiscussie in Groningen is daar een mooi voorbeeld van.

Nou zou je kunnen zeggen dat hier sprake is van luchtfietserij. Off stage, betekeniswolken, het zal allemaal wel, hij wil vooral z’n boeken verkopen. Maar die opvatting is al te makkelijk. Deze man heeft een missie en draagt deze uit.

Het Webinar duurde anderhalf uur. Tussendoor was er een plaspauze. We schonken even koffie in. Na de pauze zag je op het beeld wat geschuifel van meneer Homan die blijkbaar zelf ook even naar de wc was geweest. Hij ging weer zitten achter de tafel, deed z’n microfoon vast en demonstreerde hier zijn off stage behaviour. Geen gelikte show waarin alles perfect in elkaar was gemonteerd. Ik ben voor. Homan.

Voor de echte geïnteresseerden, hierbij de link:

https://www.onlineseminar.nl/crowdale/webinar/19279/organisatieontwikkeling-wat-gebeurt-er-nou-eigenlijk-echt-/#watch

Dit is mijn negende blog. Over een maand verschijnt de 10e. Omdat het kan.

 

Deel dit via:

Beste mensen

Op eerste kerstavond zetten wij mijn vader af in de revalidatie instelling waar hij alweer enige tijd verblijft na de uitgevoerde heupoperatie. Hij was een dagje thuis geweest om kerst te vieren, maar zou weer in de instelling slapen. Het liefst was hij thuis gebleven in plaats van naar ‘dat hok’ terug te keren. Bij ieder bezoek afgelopen weken zei hij steevast dat hij ‘liever vandaag dan morgen’ weer naar huis zou gaan. ‘Verder is het hier prima hoor, niks op aan te merken, maar anders dan thuis’.

Aan tafel hebben we pret gehad. Hij was goed op dreef en bij vlagen zou je niet zeggen dat hij dementeert. De oude vader komt dan even tevoorschijn met bijbehorende uitspraken die we van vroeger kennen. Ook overdag leek hij het goed naar zijn zin te hebben. Hij stelde veel dezelfde vragen, maar dat zijn we inmiddels wel gewend. Hij had een gesprekje met zoon Eimert over zijn reis en toekomstplannen. Hij heeft een half uur buiten gelopen, achter de rollator, iets wat hij de afgelopen weken nog niet had gedaan. Hij was wakker gebleven.

Terugkijkend op 2017 stemt een zieke vader melancholisch. De jaarlijkse fietstocht die ik samen met mijn broers en vader deed was waarschijnlijk de laatste. De telefoongesprekjes met hem werden steeds korter. De rol van mijn moeder is meer die van mantelzorger geworden, waarbij een groot beroep op haar geduld en uithoudingsvermogen wordt gedaan. Dat lukt met vallen en opstaan.

Hij liep bij het afscheid mee door de lange gang die uitgestorven leek. Wij liepen naar buiten, hij zwaaide vanachter de deur toen wij wegreden. Ik zag ‘m nog net omdraaien en weer teruglopen naar de afdeling. Niet alleen voor hem, maar voor alle lezers: de beste wensen voor het nieuwe jaar!

Dit is mijn achtste blog. Over een maand verschijnt de negende. Omdat het kan.

Deel dit via:

Hoe langer hoe beter?

Ik kreeg laatst een tabelletje onder ogen van de tijd die ik had doorgebracht in de verschillende huisartsenpraktijken die ik had bezocht. Links stond mijn tijd, rechts de normtijd. De discrepantie werd duidelijk zichtbaar: in sommige gevallen had ik minder tijd in de praktijk doorgebracht dan de normtijd aangeeft.

Laat ik voorop stellen dat ik het waardeer dat deze cijfers niet alleen beschikbaar zijn, maar ook worden gebruikt om te verbeteren. Huisartsen betalen voor deze audits en willen waar voor hun geld. Dat betekent dat een auditor niet na een kop koffie en een rondleiding kan zeggen, prima zo, tot volgend jaar. De vraag die zich hier aandient is of genormeerde tijden de kwaliteit van de audit ten goede komt. Dat hangt er maar helemaal van af.

Ik wil best nog even mijn laptop openklappen of het protocollenboek doorbladeren. Of een lunchpauze inlassen. Allemaal mogelijkheden die ik ook al heb toegepast, maar waarvan ik denk dat het geen antwoord is op de vraag. Goed voorbereiden. Echte belangstelling voor wat de huisarts bezighoudt. Waardering uitspreken voor zaken die goed gaan. Respect tonen voor de medewerkers. En last maar niet least, conclusies helder onderbouwen. Dat zijn vaardigheden die antwoord geven op de vraag.

Toen ik onlangs een kleine praktijk bezocht die de zaken goed voor elkaar had, moest een praktijkondersteuner, die belangrijk werk verricht voor chronisch zieke patiënten, haar werkplek aan mij afstaan omdat ik mijn conclusies moest formuleren. In zo’n geval besluit ik de praktijk niet langer bezig te houden dan strikt noodzakelijk, zodat iedereen weer kan doen waar hij voor op aarde is. En ja, dat gaat ten koste van mijn rijtje getallen. En ja, daar word ik op gewezen en moet ik mij voor verantwoorden. Het zij zo.

En nu de fiets, want die mag niet ontbreken. Ik maakte onlangs een fietstocht met een goede vriend. Toen we ’s avonds onze tanden poetsten in een B&B in Zwolle, was hij heel snel klaar. Zelf blijf ik doorpoetsen tot mijn elektrische borstel een signaal afgeeft dat er twee minuten om zijn. Hij wist niet eens dat ook zíjn tandenborstel een signaal afgeeft en ging het meteen testen. Ja hoor… die jongen kan nog een hoop van mij leren. Hoe langer hoe beter!

Dit is mijn zevende blog. Over een maand verschijnt de achtste. Omdat het kan.

Deel dit via:

Een heuse beweging

Ik zweer bij een vouwfiets. Die kun je namelijk opvouwen. En je kunt er op fietsen. Die combinatie maakt dat ik mij flexibel kan bewegen tussen woonhuis, station en flexibele werkplek. Ideaal. Nou is het geen supersonische vouwfiets, integendeel. Dat heeft nadelen: het fietst niet heel comfortabel.   Het heeft soms kuren, bv. een trapper die ineens blijft steken. Maar het heeft ook voordelen: je hoeft er minder zuinig op te zijn. Als de fiets beschadigd raakt of gestolen wordt, dan koop ik een andere. Dat geeft mij rust. En plezier zolang dat niet gebeurt.

Zo fietste ik laatst van Den Haag Hollands Spoor naar het Haga ziekenhuis voor een symposium HagaBeweegt. Dan is het fijn dat je daar op je fiets naartoe kunt. Er waren interessante lezingen over het nut van bewegen, maar ook het nut van yoga, mindfulness en massage op het herstel van ziekenhuispatiënten. Onder de noemer van Integrative Medicine, een beweging die de integratie tussen reguliere geneeskunde en aanvullende therapieën en technieken stimuleert, werden daar diverse onderzoeken gepresenteerd die de effectiviteit aantoonden. Want het gaat hier, voor alle duidelijkheid, om bewezen therapieën, geen kwakzalverij. Ook voeding is dan weer zo’n dingetje. Niet alleen moet de voeding gezond zijn, het moet ook niet al te makkelijk bereikbaar zijn. Zo heb ik geleerd dat het beter is dat een patiënt die in het ziekenhuisbed ligt, zijn eigen eten gaat halen of zoeken i.p.v. dat het hem op een dienblaadje wordt aangereikt. Ook schijnt het beter te zijn om een taaie biefstuk te eten dan een gemalen bal gehakt, tenslotte is kauwen ook bewegen.

Niet bewegen is het nieuwe roken. Ik vind het een mooie ontwikkeling. Toen ik enkele dagen later zag dat er in een Rotterdamse huisartsenpraktijk vergelijkbare therapieën en stressreducerende technieken werden aangeboden aan de patiëntenpopulatie, dacht ik YES. Het is een heuse beweging geworden.

Na afloop van de sessie waren er bitterballen. Toch fijn dat die blijven. Ik moet er niet aan denken dat ik daar een taaie biefstuk had gekregen. Een beweging opzetten doe je stapje voor stapje. De vouwfiets stond geduldig te wachten dus alle extra calorieën trapten we er, al fietsend door het vertrouwde Den Haag, vakkundig weer af.

Dit is mijn zesde blog. Over een maand verschijnt de zevende. Omdat het kan.

Deel dit via: