Een bewogen jaar

Er wordt wat af geblowd de laatste maand. Als ik ’s morgens wakker word staan ze buiten al te blowen, als ik mijn dagelijkse fietsrondje doe, zie ik diverse buurtgenoten blowen. Dus ik dacht, wordt het niet eens tijd dat ik zelf ga blowen?

Het fijne van blowen is, zo lijkt het, dat je er helemaal in op kunt gaan. Je hoort en ziet niks en niemand meer en de blaadjes dwarrelen gezellig om je heen. En als je klaar bent kun je de volgende dag weer opnieuw beginnen want je blowt altijd te vroeg.

Tot op heden heb ik de drang kunnen bedwingen om een blower aan te schaffen, maar hoe lang houd ik dat nog vol? The answer, my friend, is blowin’ in the wind, zou onze Nobelprijswinnaar hebben gezegd.

Ik zou mij kunnen voorstellen dat blowen een vervanging kan worden voor het vuurwerk dat er dit nieuwjaar niet wordt afgestoken. Dan gaat iedereen na middernacht met een blower door de straten en maken we er nog iets moois van. Je blowt makkelijk de buurman ’s pet van z’n hoofd, zodat er ook nog wat te lachen valt. Bovendien, en dat is denk ik het grootste voordeel, uit onderzoek is gebleken dat die virussen helemaal niet zo van blowen houden. Ze blijven zitten waar ze zitten en hebben geen enkele goede reden meer om te gaan bewegen.

Ik heb het eens op een bierviltje uitgerekend, maar als je al het geld dat begin dit jaar aan vuurwerk is besteed, zo’n 77 miljoen, aan blowers zou uitgeven, dan kun je ongeveer een miljoen blowers aanschaffen. Dat betekent dat bijna iedere man in Nederland van mijn cohort, dus tussen de 50 en 60 jaar (begin nooit te vroeg), een blower kunt geven. Gesubsidieerd door de overheid. Als dat geen feest wordt.

Mocht het nou allemaal niet lukken met dat blowen, bijvoorbeeld omdat de blowers zijn uitverkocht, te duur zijn of omdat je blower uitgeput in de schuur staat, dan is mijn wens voor de start van het nieuwe jaar: Omarm de stilte en ervaar de ruimte.

Uit: 1000 PINGUÏNS
Door: WASCO

Dit is mijn laatste blog dit jaar. Volgend jaar verschijnt er weer één. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Roze of blauw?

We stonden met onze fietsen bij het hek van Park de Hoge Veluwe. We pakten onze pasjes die je altijd moet laten zien om binnen te komen. Maar de man achter het glas vroeg of we de corona check al eens hadden gedaan. ‘Ja’ logen we in koor, ‘die hebben we gedaan’. In de veronderstelling dat daarmee de kous af zou zijn, lieten we demonstratief onze pasjes zien. Die negeerde hij en in plaats daarvan vroeg hij: ‘En wat was de uitslag, roze of blauw?’

Mijn partner hield wijselijk haar mond. Nu keihard door-jokkebrokken leek ons niet een goede strategie. We leken te maken te hebben met een geduchte tegenstander. Ik wist dat ik niet al te lang over het antwoord na moest denken en zei: ‘Die was goed’. ‘Ja’ zei de man achter het glas, ‘maar wat was de kleur?’ ‘Dat weet ik niet meer’, zei ik, waarop de man naar een QR code wees en zei: ‘Doe hem dan nog maar een keer’. Vervolgens fulmineerde hij tegen de mensheid in het algemeen: ‘We kunnen niet zomaar iedereen binnenlaten zonder test want dan heb je binnen de kortste keren alle RIVM poppen aan het dansen en kunnen wij de tent sluiten. Dat willen we niet met z’n allen’. Ondertussen was hij alweer bezig met de volgende klant.

Mijn partner was langzaam doorgereden en vroeg mij terloops of ik ook voor haar de test wilde doen. Zou dit nieuw beleid zijn? Of was ik de vorige keren de dans ontsprongen? Misschien is dit een voorbode van de nieuwe coronawet die op 1 december ingaat. Dan gaat hier misschien ook de mondkapjesplicht gelden.

Onlangs las ik het artikel ‘Hoe individualisme tot regelwoede leidt’. Daarin betoogt de auteur dat het individualisme, dat de mens moest bevrijden van de staat, juist het omgekeerde heeft opgeleverd: een steeds bemoeizuchtigere en machtiger overheid. Want ja, voor ieder (potentieel) conflict moest een nieuw geschreven regel worden geïntroduceerd. Dat krijg je ervan als je je eigen regels gaat volgen. Ik was, kortom, onderdeel van het probleem. Dus moest ik op de blaren zitten.

Ik pakte m’n telefoon, vulde een aantal ja/nee vragen in, gaf mijn mailadres en klikte op ‘Verzenden’. Het scherm werd groen en ik liet het aan de man achter het glas zien. Die stak z’n duim omhoog, ten teken dat ik door mocht en ik voegde me bij m’n partner. ‘En’ vroeg ze, ‘wat was de uitslag?’ ‘Goed’ zei ik. Ze had niet anders verwacht.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door WASCO

Dit is mijn 43e blog. Over een maand verschijnt de 44e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

We dwalen af

Toen ik vorige maand brononderzoek deed bij de Maas in Frankrijk, ben ik gaan twijfelen aan mijn geheugen. Ik had de auto geparkeerd in Verdun en stapte op de fiets. Na twee dagen was ik bij de bron, die overigens enorm tegenviel: een vies klein moerassig beekje, een hek eromheen, een bankje en een boom, dat was het wel zo ongeveer. Als dit de vriendschap tussen Nederland, België en Frankrijk symboliseert, dan is het daar droevig mee gesteld. Ik nam als enige bezoeker even plaats op dat bankje, dan stond het er niet voor niks. Keek om mij heen en zag vooral landschap. Ik was snel klaar met mijn onderzoek. Maar we dwalen af.

Ik draaide om en fietste terug. Nagenoeg dezelfde route als heen. Het merkwaardige was dat het voor mij een nieuwe route was. Een enkele keer zag ik iets wat ik op de heenweg ook had gezien: een tros koeien, een kerk, een brugje over de Maas. Maar het meeste was volkomen nieuw. Dat kan maar één ding betekenen: mijn geheugen is landschappelijk een zeef. Dat ik na twee of drie dagen bijna alles weer vergeten was is een teken aan de wand.

Aan de andere kant is het een hoopgevende gedachte dat je het landschap telkens weer als nieuw ervaart. Meer mensen lijken initiatieven te nemen om extra van hun eigen omgeving te genieten. Ik kom foto’s tegen op facebook van diverse kunstwerken in Amsterdam Nieuw-West, waar een vriend woont die daar op onderzoek uitgaat. Ik heb een boekje geleend met de titel ‘Je keek te ver’ waarin de schrijfster haar verwondering over haar wandelingen in Noord Groningen beschrijft. Ja, Noord-Groningen, ook daar kun je wandelen en genieten. Het bekendste voorbeeld is wat mij betreft de onlangs gestorven Maarten Biesheuvel die een in een prachtige reis door zijn kamer een boek volschrijft over zijn belevenissen.

Door goed te kijken zie je steeds weer nieuwe dingen. Tja. Dat is mooi gezegd maar zelf ben ik nog niet dermate verlicht dat ik mij wil concentreren op het –overigens prachtige- park bij ons in de buurt. Daarom kijk ik reikhalzend uit naar de live boekpresentatie vanavond om 19.00 u die via deze link te volgen is en waar een jonge vrouw vertelt over haar solo fietstocht van Singapore naar Nederland. Misschien is het voor haar nu wel leuk om iedere dag in Noord Groningen te gaan wandelen: terugfietsen naar Singapore zit er even niet in. Dan schrijf ik wel een boek. Opdat wij niet vergeten.

Uit: 1000 PINGUÏNS
Door: WASCO

Dit is mijn 42e blog. Over een maand verschijnt de 43e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Niks aan de hand

Onlangs werd ik verleid mee te gaan naar een Socratische Landdag die werd georganiseerd door De Vereniging voor Filosofische Praktijken (VFP). Het bestaan van een dergelijke vereniging was mij ontgaan en bij een landdag heb ik onwillekeurig de associatie met de Poolse variant. Gelukkig was het woord socratisch mij wel bekend dus vol verwachting toog ik met drie gelijkgestemden naar Leusden waar het evenement zich zou afspelen.

Het begon goed met lekkere cappuccino. Vervolgens werden we met zachte hand de plenaire zaal in gedirigeerd waar de voorzitter van de vereniging meteen ter zake kwam. Er bleken een paar workshopleiders niet te komen of nog niet gearriveerd te zijn. Voor de workshopleiders die niet kwamen was het duidelijk: hun workshop ging niet door. Of de nog niet gearriveerde workshopleiders alsnog zouden komen, was hem niet bekend en daarom had hij een aantal verschillende opties voor het programma. Ondertussen werd er door de wel aanwezige workshopleiders druk gebeld terwijl de voorzitter rustig zijn welkomstwoord startte. Even dacht ik onderdeel uit te maken van een absurdistisch toneelstuk, waarbij de voorzitter deed of er niks aan de hand was en dat stemde mij erg vrolijk. Hij speelde zijn rol met verve!

Toen de onrust van het eerste moment was geluwd en het improvisatietalent van de voorzitter voldoende op de proef was gesteld, bleek er een samenhangend programma aangeboden te worden met voldoende keuzes uit de te volgen workshops, zoals: ben jij wel burger genoeg, de verbeelding in gesprek of Socrates aan de lijn. Je kon je inschrijven door je naam op een flip-over te zetten die aan de muren waren opgehangen en er ook regelmatig weer afvielen.

Eén van de workshops die ik volgde was door diezelfde voorzitter uiterst nauwkeurig voorbereid en had als titel: wat is er aan de hand? Daarbij was de hand het onderzoeksobject en hebben we ruim twee uur geboeid geluisterd en meegedaan met het analyseren en het ervaren van je eigen handen, aan de hand van wat filosofen daar over hadden gemeld. De conclusie die we na afloop konden trekken was dat er veel meer aan de hand was dan je in eerste instantie geneigd bent te denken en dat het nog leuk is ook om daar eens bij stil te staan.

Toen de voorzitter van de vereniging na afloop iedereen uitnodigde nog een glaasje te drinken en we even later driftig door-filosofeerden met een Leffe blond in de hand, vroeg ik mij oprecht af: waarom ben ik geen lid van déze vereniging?

Uit: 1000 PINGUÏNS
Door: WASCO

Dit is mijn 41e blog. Over een maand verschijnt de 42e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Verslaving

Het begon met de Rijn, later kwamen de Elbe en de Ruhr erbij, deze zomer is de Main bedwongen en binnenkort ga ik de Lahn verkennen. De Lahn? Ja, de Lahn. Mondt uit in de Rijn bij Koblenz. Bij de Donau ben ik op de helft en van de Maas rest nog zo’n 200 km tot de bron. En zo wordt het langzamerhand een obsessie om alle rivieren in Europa langs te fietsen. Dat zijn er zo’n 80. Daarna gaan we door naar Azië en Zuid Amerika om in bij de Waikato River in Nieuw Zeeland te eindigen. Volgens planning moet dat in zo’n 25 jaar haalbaar zijn als corona geen spelbreker blijft. Quarantaine is niet meegenomen in de planning. Zo kan ik Spanje dit jaar op mijn buik schrijven. Niet iedereen begrijpt deze obsessie. ‘Je kunt toch overal leuk fietsen’ is soms het commentaar, ‘waarom moet dat zo ver weg met alle logistieke problemen van dien?’ Natuurlijk hebben deze mensen gelijk, fietsen is fietsen en langs water fietsen kan ook dichterbij. Dat geldt ook voor wandelen. Ik ken wandelaars die de meest fantastische logistieke capriolen uithalen om een stukje Pieterpad te kunnen doen. Ik heb dat nooit goed begrepen, maar nu zie ik ze als lotgenoten en weet ik: je komt op een punt dat je het niet meer goed kunt uitleggen, dat het niet meer rationeel is maar gebaseerd op een droom of een geloof. Zoals Ilja Leonard Pfeijffer zo mooi zei in de laatste aflevering van zomergasten:

Ik denk niet dat we goden nodig hebben. Maar wat we nodig hebben is te geloven dat ze bestaan. Geloven hebben we meer nodig dan de goden.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over fietsen naar de bron toe. Dat heeft altijd mijn voorkeur omdat je dan langzaam in hogere sferen terecht komt. En het toppunt is dat de bron daar dan niet gewoon blijkt te zijn, maar dat je deze moet gaan zoeken.

Mijn broers hebben daar minder last van en als ik met hen fiets gaan we steevast eerst de bron afvinken om daarna stroomafwaarts naar beneden te zakken. Dat fietst makkelijker, zeggen zij. Geen speld tussen te krijgen. Binnenkort nemen we de proef weer op de som. Lahn in Lahn uit.

Misschien is al dat gefiets naar bronnen geen geloof, maar een verslaving geworden. En Ilja is van zijn verslaving afgekomen door gewoon te stoppen. Omdat hij zijn grote liefde had ontmoet. Dus er is nog hoop. Maar wat als nou blijkt dat je grote liefde de verslaving is?

Uit: 1000 PINGUÏNS
Door: WASCO

Dit is mijn 40e blog. Over een maand verschijnt de 41e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

De grap

Ik stond laatst bij de tramhalte, komt er een Belg in zijn auto aanrijden en staat voor het stoplicht. ’t Is groen, hoor ik z’n bijrijder zeggen. Zegt die Belg: ‘een kikker’.

Ik zat laatst op de fiets en pelde een banaan. Want zoals iedereen weet, een banaan op de fiets is niet te versmaden en soms ook noodzakelijk. Net op dat moment wilde ik een zwarte man voorbijrijden en als ik niks deed zou hij die banaan in mijn rechterhand zien. De banaan werd ineens een ding die, hoe zal ik het zeggen, heel erg aanwezig was. Ik was mij nog nooit zo bewust geweest van een banaan.

Er waren verschillende opties: 1) vaart minderen, de banaan opeten en dan m’n tempo hervatten en de zwarte man inhalen. Echter, dan deed ik net alsof ik met iets clandestien bezig was. Bovendien fietste mijn zoon voor me en zou ik terrein op hem verliezen. Wat op zich nog niet zo erg zou zijn want inmiddels was de afgelopen dagen duidelijk geworden dat ik het tegen hem moest afleggen qua fietsconditie. 2) doen alsof er niks aan de hand was en gewoon doorrijden en –eten. Geen slechte optie, echter liep ik dan de kans dat ik iemand zou beledigen of provoceren. 3) de banaan verstoppen, inhalen en bij voldoende afstand de banaan weer tevoorschijn halen. Hoezo eigenlijk, hier speelt hetzelfde als bij 1. Bovendien, waar laat je zo snel een banaan als je een korte broek en een t shirt aan hebt?

Dit soort gedachten komen op de fiets vaker voorbij. Hele reële of minder reële spinsels. Het lijkt alsof je op de fiets je erg bewust bent van de omgeving. In opperste staat van paraatheid. Moet ook wel want overal loert het gevaar: een auto van rechts, mondkapje op de weg, een vlieg in je oog. Dat is ook het mooie van de fiets, je bent buiten, je voelt de wind en soms de regen, de zon straalt en door het ritme van de pedalen kom je in een soort schemertoestand terecht waar dit soort gedachten de kans krijgen zich te ontwikkelen. Dit geldt overigens alleen als je substantiële afstanden aflegt, niet als je even naar de bakker fietst. En ook moet je niet gestoord worden door mede fietsers die gezellig met je willen babbelen. Zie het als een soort yoga oefening, maar dan leuker en net zo verslavend.

Enfin, in een split second heb ik voor optie 2 gekozen. Voor de zekerheid en voor de grap ben ik toen wat harder gaan fietsen, haalde mijn zoon in die er geen woorden aan vuil maakte en stoïcijns bleef doortrappen. Zoals je verwacht als je samen een fietstocht maakt.

Uit: 1000 PINGUÏNS
Door: WASCO

Dit is mijn 39e blog. Over een maand verschijnt de 40e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Wachten op herstel

Ik bel de huisartsenpraktijk. ‘Toets 1 voor spoed, toets 2 voor herhaalrecepten, toets 4 als u een collega of andere zorgverlener bent. Luistert u a.u.b. het hele bericht af’. Vervolgens komt er een lang verhaal over corona, gevolgd door ‘toets 3 als u de assistente wilt spreken‘.

Ik toets 3. Ik wil graag een afspraak maken met de praktijk. Het is geen spoed, ik hoef geen recept en ik ben geen collega. Er zijn nog 7 wachtenden voor mij. Toch fijn om te weten, ik kan nog wel even koffie zetten. Nog 4 wachtenden. Als ik aan de beurt ben vragen ze mij morgen terug te bellen omdat de persoon die erover gaat dan weer aanwezig is. Zonder morren hang ik op. Dit zijn oefeningen in geduld. Morgen nieuwe ballen, nieuwe kansen.

Het is mogelijk dat alles wacht op herstel, maar niets keert terug op dezelfde manier waarop het gebeurd zou zijn toen het niet gebeurde.

Deze zin zou weggelopen kunnen zijn uit een absurdistisch toneelstuk zoals Wachten op Godot, en blijkt ook filosofisch betekenis te hebben als je ‘m nog eens leest. Tot je helemaal in de war raakt en er niks meer van begrijpt. Komt uit een boek van de Spaanse schrijven Javier Marias.

Ondanks bovenstaande anekdote kreeg ik een beeldbel-afspraak met de huisartsenpraktijk omdat ik vanwege corona daar niet op bezoek kon komen. Verschillende mensen passeerden één voor één de revue via het beeldscherm. Tussen de gesprekken door waren ze vergeten het geluid uit te zetten zodat ik alles kon horen wat er achter de coulissen werd gezegd. ‘Hoe ging het? Wat wilde hij weten? Was ie een beetje tevreden?’

Technisch verliep het “bezoek” prima, maar toch ontbreekt er iets. Dat bleek ook toen ik later alsnog bij deze praktijk op bezoek ging. Het zal de sfeer zijn, de entourage en de koffie die uiteindelijk het beeld bepalen van een praktijk. Gelukkig wordt zo langzamerhand alles weer een beetje normaal. Nou ja, normaal… Het is mogelijk dat alles wacht op herstel, maar niets keert terug op dezelfde manier waarop het gebeurd zou zijn toen het niet gebeurde. Ook veel patiënten wachten op herstel. En de gelukkigen zijn reeds hersteld en hadden de huisarts daar helemaal niet voor nodig.

Corona geeft genoeg redenen om dingen soms radicaal anders te doen. Rigoureuze beslissingen te nemen. Ergens mee te stoppen of juist mee beginnen. Niks meer op de automatische piloot. En morgen mogen we zelfs ook weer squashen! Eens kijken of ik nog weet hoe ik het racket moet vasthouden. En of de spieren dit nog aankunnen. Maar vooral of mijn tegenspeler dit nog aankan, hij is ook niet meer de jongste. Dus ook na morgen wacht alles op herstel. Mooie zomer gewenst!

Uit: 1000 PINGUÏNS
Door: WASCO

Dit is mijn 38e blog. Over een maand verschijnt de 39e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Lang zullen ze leven

Ademloos las ik deze week een krantenartikel van Joris van Casteren waarin een man wordt opgevoerd die is overleden en waarbij niemand op de begrafenis kwam. Dit bleek een vitale man te zijn geweest van ruim over de 80 die in hartje Amsterdam woonde, hield van wandelen en met niemand sprak. ‘Eenzaam en mensenschuw’ werd hij genoemd. Het mooie aan dat artikel is dat de schrijver ook een beeld geeft van het leven van deze man, gereconstrueerd met wat er nog aan spullen is en wat buren over hem vertellen. Ik probeer erachter te komen wat mij hieraan zo fascineert.

Deze man liep dus regelmatig naar IJburg en weer terug, dat is een wandeling van zeker 15 km, deed op de terugweg boodschappen en kookte in zijn krappe kamertje een maaltijd voor zichzelf, meestal iets met vis en groenten, zo las ik, keek televisie, kruiste van tevoren in zijn tv gids aan wat hij wilde zien en ging om 21.00 u naar bed.

Zielig is een woord dat zou kunnen opkomen, maar de vraag is of deze man zo zielig was. Ik neig eerder naar moedig te grijpen omdat hij misschien wel deed wat hij het liefste deed en zich van niemand iets aantrok. We zullen het nooit weten. Misschien is dat wel wat mij zo boeit: iemand die zich van niemand iets lijkt aan te trekken. Zoals een politicus wel eens gezegd heeft: ‘als iedereen goed voor zichzelf zorgt wordt er niemand vergeten’. Die gebruik ik ook graag als ik geen zin heb om mij met anderen te bemoeien.
Ook kreeg ik deze week een échte visie van een partij in mijn mailbox, met o.a. de mooie slogan ‘We laten iedereen vrij – maar niemand vallen.’ Dat ging over de wijze waarop we Nederland willen inrichten na de crisis. Met vanzelfsprekend aandacht voor gelijke kansen, onderwijs, gezondheid, maar vooral ook: kunst en cultuur.
‘…Confronteert met de mooie en minder mooie kanten…, zo stond er te lezen. En: ‘…als spiegel en ontspanning… als fundament van onze beschaving.’ Dit soort berichten, die van ogenschijnlijk niets iets maken, horen daar zeker bij. Maar ook de man die in staat is het leven tot kunst te verheffen hoort erbij. Die laten we niet vallen. En zijn we uiteindelijk niet allemaal een beetje kunstenaar?

Dit soort krantenrubrieken zijn doordesemd van eenzaamheid, schoonheid en aandacht of, zoals Plato het zei: het Goede, het Ware en het Schone. De schrijver las een gedicht voor op de begrafenis, met daarin o.a. de volgende zinnen:
Hoeveel dagen moet je verzamelen voordat je leeg kan zijn,
het gewicht van morgen niet meer hoeft te dragen
en jezelf langzaam mag vergeten

Helaas gingen zijn woorden verloren in het geluid van een passerende trein.
Lang zullen ze leven – die kunstenaars.

Uit: 1000 PINGUÏNS
Door: WASCO

Dit is mijn 37e blog. Over een maand verschijnt de 38e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Hoe kom ik in België?

Enkele weken geleden fietste ik in Zeeuws Vlaanderen, langs de grens met België. Je hoeft daar de grens niet persé over te steken om je in België te wanen, maar toch. De huizen, de mensen, de taal, het heeft iets buitenlands. Dat is ook wat mij daar zo aantrekt, want toen wij zo’n 45 jaar geleden de grens met België overstaken om weer in Nederland te gaan wonen, reden we voor de laatste keer door Zelzate, Sas van Gent en Terneuzen. Nu fietste ik daar en alle grensovergangen naar België waren vakkundig dichtgespijkerd. Ik wilde zo graag even m’n neus laten zien, een pintje drinken of een frietkot frequenteren. De Belgen lieten er echter geen misverstand over bestaan, ik was niet welkom. Zelfs niet met een mondkapje op of in plastic gehuld. Op het randje van Nederland blijven is, zonder die barricades, nog niet eens zo makkelijk. Waarom doen de Belgen dat? Is er enig bewijs voor de rechtvaardiging van deze stringente maatregelen? Ik vermoed dat het een instinctieve reactie is. Sinds ik het boek ‘Feitenkennis’ ter hand heb genomen van de Zweedse hoogleraar Internationale Gezondheid Hans Rosling, ben ik er nog meer van overtuigd geraakt dat veel van onze handelingen op instincten zijn gebaseerd. Of op verouderde kennis. Of, zoals Rosling het zelf noemt: ingeprente misvattingen. Op een aantal multiple choice vragen over levensverwachting, extreme armoede en inentingen, blijken wij minder goed te scoren dan chimpansees. Die halen tenminste nog 33% goede antwoorden. Nu wil ik niet gaan speculeren over de ingeprente misvattingen van de Belgen want dat doet de verhoudingen geen goed. En wellicht kom ik er dan helemaal nooit meer in. Overigens hebben wij in Nederland ook maatregelen genomen die niet altijd op harde bewijzen zijn gebaseerd, zoals bijvoorbeeld het sluiten van de scholen. Een respectabele beroepsgroep heeft daar stevige invloed op gehad en nu zit mijn buurvrouw met de gebakken peren. Dus laten we niet over de Belgen gaan zeuren. Ik wil er naartoe!

Naast bier en frites hebben ze daar ook lekkere speculaas en chocola, weet ik nog van vroeger. En dan die mooie kasseien waar je overheen mag rijden. Nu al deze wegen zijn afgesloten wordt de aandrang alleen maar groter. Maar ja, hoe kom ik er? Don Bryant (klik hier) heeft diezelfde vraag gesteld maar er helaas nog geen antwoord op gekregen. Voorlopig moet ik het doen met mijn herinneringen.


Uit: 1000 PINGUÏNS
Door: WASCO

Dit is mijn 36e blog. Over een maand verschijnt de 37e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Beren op de weg

Toen ik de laatste keer bij mijn vader in het verpleeghuis op bezoek ging, nu enkele weken geleden,  vond ik het merkwaardig dat mij bij de ingang niks gevraagd werd. Bent u verkouden? Heeft u koorts? Ik kon gewoon naar binnen lopen en het enige wat ze vroegen was of ik koffie wilde. Dus speelde ik het spelletje mee en keken we samen foto’s, aten chocola en keuvelden wat. Daarna is het snel gegaan en kwamen er iedere dag restricties bij: koffie alleen op de eigen kamer, niet meer dan twee personen tegelijk tot helemaal geen bezoek meer. Ineens bleken er veel beren op de weg.

Bij ieder kuchje of kriebel in de neus denk ik nu onwillekeurig: daar zul je het hebben. Als een racefietser mij inhaalt en voor mij, met tegenwind, zijn neus gaat ledigen, zoals racefietsers dat vaak doen, dan denk ik dat ook. Toen ik zelf een vrouw wilde inhalen bleek zij dwars op haar bagagedrager een stok te hebben bevestigd die zo’n 1,5 meter naar links uitstak en waar ik dus omheen moest. Ik heb dat als waarschuwing opgevat: pas op, ik heb er last van. Zie ik beren? Voor de zekerheid heb ik toch maar even gegorgeld met bleekwater.

Het lijkt een eeuwigheid geleden, toen we nog uit eten konden, elkaar mochten omhelzen of samen de supermarkt in. En overal heen konden met de trein, de bus of het vliegtuig. ‘Vrijheid in gevangenschap’ noemde Kees van Kooten deze periode in een recent podcast interview. Minder verplichtingen, een veel legere agenda en toch niet kunnen doen wat je het liefst zou doen: ‘Ik wil maar kan niet naar je toe’.

Wel leer ik nieuwe dingen, zoals lesgeven-op-afstand, you-tube filmpjes maken en mijzelf de vraag stellen wat het verschil is tussen een reiger en een ooievaar. En leren zelf een pizza te fabriceren.

Maar zou dat ook voor hem gelden? Wie het weet mag het zeggen.

Daarom voor alle mensen in de verpleeghuizen, maar speciaal voor hem de volgende boodschap: Ik hoop dat jij je net zo voelt als Thijs Boontjes in zijn Coronalied. Dan komt het allemaal wel goed. Maar eerst moeten die beren weg! Klik hier. Je kunt het.

Uit: 1000 PINGUÏNS
Door: WASCO

Dit is mijn 35e blog. Over een maand verschijnt de 36e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via: