Alleen

Na een mooie fietstocht kwam ik aan het begin van de middag een terrasje tegen waar een aantrekkelijk driegangenmenu werd aangeprezen. Ik had Parijs achter me gelaten en het verstedelijkte gebied had plaatsgemaakt voor steeds meer groen. Ik was op weg naar de bron van de Seine, vlakbij Dijon. Ik ging zitten aan een tafel voor één. Dat voelde na enkele dagen fietsen zo vanzelfsprekend dat ik er nauwelijks meer bij stilstond. Al gauw kwam de serveerster met het bord aanzetten waarop de mogelijkheden stonden vermeld waaruit ik kon kiezen. Ik checkte mijn telefoon. Geen berichten. Daarna bleef alleen het geruis van de wind over de langzaam stromende Seine en het geroezemoes van de andere tafels over. Van bosbranden in Fontainebleau was nog geen sprake, dus de lucht die ik inademde was, voor zover ik kon nagaan, van uitstekende kwaliteit. Er was een grote fles water op tafel gezet zonder dat ik erom had gevraagd en dat vond ik een goed teken. Mijn middag was goed begonnen en m’n  vader zou op zo’n moment hebben gezegd ‘laat de boeren maar dorsen’. Aan het tafeltje naast me kwam een man zitten. Ik schatte hem op een jaar of veertig.

Hij pakte z’n telefoon, sprak erin op gedempte toon en legde de telefoon neer. Nadat de serveerster zijn bestelling had opgenomen pakte hij opnieuw z’n telefoon, sprak een kort bericht en legde de telefoon weer neer. Ik had me al verzoend met de stilte aan mijn eigen tafel. Misschien lette ik daarom wel zo aandachtig op de man naast me. Een gesprek kon het niet zijn. Hij deed hooguit een mededeling. Enige tijd later pakte hij weer z’n telefoon, keek ernaar, hield de telefoon weer bij z’n mond en zei enkele zinnen op dezelfde gedempte toon, alvorens hij de telefoon weer neerlegde. Dit tafereel herhaalde zich enkele keren en in mijn fantasie zag ik aan de andere kant van de lijn iemand hetzelfde doen. Een vrouw misschien, een zakenrelatie, z’n moeder?

Mijn eten werd gebracht en de man ging door met dezelfde bezigheden, ook tijdens het eten. Na mijn voortreffelijke île flottante bestelde ik nog een koffie om het helemaal op z’n Frans af te maken. Ik was klaar voor de volgende ronde, rekende af en stapte op m’n fiets. Nog één keer keek ik om of ik niets had laten liggen. De man stond inmiddels ook op, dit keer met de telefoon aan zijn oor. Ik reed weg. Sommige gesprekken hoor je niet, sommige stiltes wel.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 110e blog. Over een maand verschijnt de 111e. Omdat het kan. Aanmelden kan ook. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Toeval

Vorige week eindigde een mooie wandeling in Steenwijk. Op weg naar het station liep ik langs het oude schoolgebouw waar ik vroeger tafeltenniste. Destijds woonde ik nog in de Noordoostpolder en nam ik regelmatig de bus naar Steenwijk om te trainen of competitie te spelen.

Daar raakte ik bevriend met een teamgenoot. Met hem maakte ik ook mijn eerste reis zonder ouders. Via de liftcentrale vonden we een rit naar Venetië en zaten vervolgens twee dagen in een auto met een paar Egyptenaren. Daarna reisden we verder door Joegoslavië. We hadden alles bij ons, behalve geld. Toen op een dag onze tent bleek leeggeroofd, vervolgden we de reis met onze spullen in vuilniszakken. Het werd een vakantie die je je leven lang onthoudt.

Niet lang daarna verhuisde ik naar Maastricht. En dat was eigenlijk het einde van ons contact. Geen telefoontjes, geen brieven, geen toevallige ontmoetingen. Bijna vijftig jaar lang niet.

Voor het oude schoolgebouw bleef ik even staan bij een metalen levensboom aan de muur. Eronder zat een man op een bankje. Ik maakte bijna automatisch een opmerking over het kunstwerk en keek hem daarbij aan. Er was iets aan zijn gezicht. Iets vaag vertrouwds. Zo’n gevoel waarvan je denkt: onmogelijk.

Ik noemde vragend en heel zacht de naam van mijn vroegere teamgenoot. ‘Ja,’ zei hij enigszins verbaasd, ‘dat ben ik.’ Hij stond op en liep langzaam op me af. Pas toen deed ik mijn pet af en noemde mijn eigen naam. Je kon bijna zien hoe er in zijn hoofd lichtjes gingen branden.

Even later zaten we aan de koffie. Hij wist de afgelopen vijftig jaar in drie minuten samen te vatten. Ik deed een dappere poging hetzelfde te doen, waarna we vanzelf terugkeerden naar Joegoslavië. Opvallend genoeg herinnerden we sommige gebeurtenissen totaal verschillend. Dat was bijna net zo verrassend als onze ontmoeting. Gelukkig bleken de grote lijnen hetzelfde, zodat we de theorie van de valse herinneringen niet al te serieus hoefden te nemen.

Daarna liet hij zijn keuken zien. Die bleek zich te bevinden in een deel van de voormalige gymzaal. ‘De oude gymvloer ligt er nog onder,’ zei hij. Ik keek naar beneden en stelde me voor dat daar, onder de planken van zijn keuken, nog altijd de vloer lag waarop wij ooit eindeloos hadden getraind. Soms bewaart een gebouw herinneringen beter dan de mensen die erin rondlopen.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 109e blog. Over een maand verschijnt de 110e. Omdat het kan. Aanmelden kan ook. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Vroeger

Ik belde aan bij de vader van een oude vriend. Nee, bij de oude vader van een goede vriend. Het was nog vroeg. Ik had er al bijna twee uur fietsen opzitten door een stil en heuvelachtig landschap. Ik hoorde niks en drukte nogmaals op de bel. Toen hoorde ik ergens diep in het huis gestommel en enige tijd later ging de deur open. Hij kneep zijn ogen samen tegen het licht en tegen mijn onverwachte aanwezigheid. Om hem uit de onzekerheid te halen noemde ik snel mijn naam. ‘Hé, wat leuk, kom binnen. Ik had eigenlijk niemand verwacht dit weekend’. Ik liep achter hem aan naar de keuken die ik nog kende van vroeger. Op het eerste gezicht was er weinig veranderd. De tafel stond nog op dezelfde plek, dezelfde klok tikte aan de muur. Alleen de stilte was groter geworden sinds zijn vrouw drie jaar geleden overleed.

Ik kwam als geroepen, zei hij. Of ik hem even kon helpen met een gordijntje ophangen. Daarna zette hij koffie en legde een wafel van de Boerenbond erbij. En als ik cake wilde kon dat ook. Of allebei. Die hartelijkheid had mijn vriend niet van een vreemde.

Tijdens het praten schoot er af en toe een pijnscheut door zijn benen. Dan ontsnapte hem een harde kreet, waar hij zich voor verontschuldigde. Even later liet hij een dienblad zien vol medicijnen. ‘Daar kan niks meer bij,’ zei hij bijna monter.

Gaandeweg verscheen ook weer de man van vroeger. Nieuwsgierig, aandachtig, gretig om iets te begrijpen. Hij vroeg hoe ik onderweg aan een fietsdoos kwam, omdat dat in mijn boek had gestaan. Serieus luisterde hij naar het antwoord, alsof het een belangrijk logistiek vraagstuk betrof.

Daarna liet hij zijn blokfluiten zien. Keurig in hoesjes, zorgvuldig opgeborgen. Zijn favoriete fluit was gebarsten. Hij had geprobeerd haar te lijmen, maar echt tevreden was hij niet. Hij pakte een andere fluit en speelde enkele tonen. Even vulde het huis zich met muziek en leek de tijd zich om te draaien.

Toen ik zei dat ik weer verder moest, keek hij verrast op. ‘Ik ben helemaal vergeten je een boterham aan te bieden.’ Hij liep mee naar buiten en in de schuur stond de tafeltennistafel nog uitgeklapt. In betere tijden speelde hij daar nog wel eens tegen zichzelf.

Hij zei dat ik thuis vooral de groeten moest doen. Ik stapte op de fiets en keek nog één keer om. Daar liep hij alweer naar binnen, klein geworden in het huis waar hij altijd had gewoond.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 108e blog. Over een maand verschijnt de 109e. Omdat het kan. Aanmelden kan ook. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Pauze

Soms is het tijd om even niet te verschijnen. Niet omdat er niets te melden is, maar juist omdat er van alles speelt dat nog geen woorden verdraagt. Gedachten die nog niet willen landen, zinnen die zich nog niet laten vangen. Alsof ze eerst nog een paar rondjes moeten lopen voordat ze zich laten opschrijven.

Daarom ben ik er even niet.

Dat betekent niet dat er niets gebeurt. Integendeel. Er wordt gekeken, geluisterd, gefietst, misschien zelfs een beetje gedacht. Maar zonder de neiging om het meteen te delen, te duiden of van een conclusie te voorzien. Even geen punt achter de zin, maar een komma.

Het is verleidelijk om alles vast te leggen. Om elk moment te vangen en er betekenis aan te geven. Maar soms ontstaat betekenis juist in de luwte, als je het even laat voor wat het is. Als je niet direct hoeft te reageren, maar gewoon aanwezig bent.

Dus ik druk even op pauze.

Niet voorgoed, niet dramatisch, maar gewoon: even niet. Zoals een winkel die het bordje ‘zo terug’ op de deur hangt. Je weet dat er weer licht aan zal gaan, dat de deur weer opengaat. Alleen nog niet vandaag.

Misschien kom ik terug met verhalen. Of met nieuwe vragen.

Voor nu is het stil.

En dat is precies de bedoeling.

(Op mijn verzoek heeft ChatGPT deze blog geschreven.)

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Het leven is een pinguïn; het kan raar lopen. Dit is mijn 107e blog. Over een maand verschijnt de 108e. Omdat het kan. Aanmelden kan ook. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Optimist

Ik had een koffer nodig. Voor een vliegreis. Rugzakken genoeg, fietstassen in overvloed, maar een koffer ontbrak. Ooit had ik er een, maar die is gesneuveld bij de laatste verhuizing. Want wanneer heb je zo’n ding nou nodig? Daarom. Ik reed naar een kringloopwinkel in een naburig dorp. Kringloopwinkels heb je in diverse soorten en maten. Als er ‘vintage’ op de gevel staat dan word ik argwanend. Dan weet je dat iemand winst heeft geroken. Mijn winkel bevindt zich aan de andere kant van het spectrum: veel spullen, weinig pretentie. Je struikelt er bijna over, ook al staat alles keurig in kastjes en rekken. Ik nam de trap naar boven en na een omweg door de kleding vond ik een hoekje met tassen en koffers. Grote koffers, kleine koffers, harde en zacht, maar ze hadden allemaal één ding gemeen: lelijk. Nou ben ik niet snel onder de indruk van koffers, maar deze collectie had iets ontmoedigends. Ik vermande mij en pakte een viertal koffers uit de kasten om te vergelijken. Ik legde ze neer, controleerde de wielen en het handvat waarmee je, zo stelde ik mij voor, door de luchthaven zou paraderen. Eén koffer viel direct af: het handvat gaf geen krimp. Een andere vond ik bij nader inzien toch te klein. Bleven er twee over. De minst onaantrekkelijke kreeg ik niet open: een cijferslot. Ik probeerde 0-0-0 en 9-9-9, zonder succes. Ik liep naar beneden in de ijdele hoop dat ze misschien de code zouden hebben. De man achter de toonbank kon mij helaas niet helpen, “nee meneer”, zo zei hij opgewekt, “als de code er niet bij staat dan hebben wij hem niet. U kunt wel alle combinaties proberen, hij moet een keer opengaan”. Een grotere afstand tot de arbeidsmarkt kon ik mij niet voorstellen, maar hij had wel gelijk. Ik liep weer terug naar boven en zette ook deze koffer terug in de kast. Op de laatste koffer bleek een sticker met drie cijfers te zitten en verdomd, het cijfer klopte. Wat een ruimte daarbinnen! Mijn hele schoenenverzameling kon mee, een geruststellende gedachte. Er zaten ook elastieken aan vastgemaakt om alles netjes op zijn plaats te houden als ze er op de luchthaven mee gaan gooien. Als een echte reiziger liep ik met de koffer naar beneden en de man achter de kassa keek en noemde een vriendelijk bedrag. Toen ik m’n portemonnee pakte begon hij formulieren in te vullen en kruisjes te zetten met een ernst die het moment gewicht gaf. “Nou meneer, u kunt er weer lekker tegenaan”. Ook daar viel weinig tegenin te brengen.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 106e blog. Over een maand verschijnt de 107e. Omdat het kan. Aanmelden kan ook. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Vrijwillig

We liepen samen het ziekenhuis binnen. Zij had een afspraak bij de afdeling oren, ik moest eerst nog iets ophalen bij de ogen en zou daarna volgen. Ik liep de voor mij bekende gang in, maar werd al snel teruggeroepen door een vrouw van middelbare leeftijd die van mijn vrouw begrepen had dat er een oor-bestemming in het spel was. “Meneer, u moet naar boven hoor, daar is de afdeling KNO”. Zij was blijkbaar in de veronderstelling dat ik lukraak een gang was ingelopen en wilde mij weer op het juiste pad brengen. “Nee” hoorde ik mijn vrouw al zeggen, “hij gaat naar zijn eigen afdeling” en toen ik dat al gesticulerend nog eens onderstreepte, mocht ik verder. Van de weeromstuit liep ik een verkeerde gang in, wat ik gelukkig heb kunnen corrigeren zonder opnieuw onder toezicht te komen.

Na gedane zaken begaf ik mij naar de afdeling oren. In dit ziekenhuis was dat nummertje 41 en moest ik, zoals mij al was gemeld, de trap op. De bewegwijzering was helder, de gangen breed, de kunst aan de muur zorgvuldig gekozen. Ik begon mij bijna op m’n gemak te voelen. Na nummer 39 liep ik door en zag ik bij nummer 40 een vrouw op een stoel zitten. Zo iemand die in een museum ook wel eens strategisch wordt neergezet om de orde der dingen te bewaken. Ik knikte haar toe.

“Weet u waar u heen moet?” vroeg ze.

“Naar nummer 41” zei ik met een vastberadenheid die elke twijfel moest neutraliseren.

“Dan bent u er bijna. Gewoon doorlopen, kijk, daar is het”. Ik bedankte haar, liep door en nam plaats in de wachtkamer. Mijn vrouw was er niet, ze was blijkbaar al binnengeroepen. Er zaten wel andere wachtenden, alleen of met z’n tweeën. Ik nestelde mij op de bank en verdween in een krantenartikel op m’n telefoon, tot ik plotseling hoorde “meneer, meneer”. Daar stond ze, de hoedster van de juiste route die mij zo adequaat had doorgestuurd.

“U moet zich nog wel even aanmelden bij de zuil daar hoor” en ze wees naar een apparaat aan het begin van de wachtkamer. De wachtenden keken op en nu moest ik toch met de billen bloot. Ik legde uit dat ik op m’n partner wachtte die zich vermoedelijk al in één van de kamers bevond.

“Oh, dan is het goed”, zei ze en liep terug door de gang naar haar post. Heb ik haar toch een beetje kunnen geruststellen.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 105e blog. Over een maand verschijnt de 106e. Omdat het kan. Aanmelden kan ook. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Inspiratie

Vorig weekend stond ik op het WereldFietserFestival. Een dag voor fietsliefhebbers die inspiratie zoeken voor routes, materiaal en plannen. Het festival werd georganiseerd door de Wereldfietser, een vereniging waarvan ik lid ben en die ‘het delen van kennis en elkaar inspireren’ als één van hun kernwaarden heeft benoemd. Toen ze voor deze dag vrijwilligers zochten, stak ik mijn vinger op.

Ik treinde naar Alkmaar, waar het festival plaatsvond in sporthal De Meent. Ik kreeg een statafel toebedeeld tussen tientallen andere tafels. Het is eigenlijk een soort vakantiebeurs voor fietsers, waar liefhebbers zich konden laten informeren én inspireren. Bij mijn tafel ging het over de oostelijke Donauroute: door Hongarije, Kroatië, Servië en Roemenië. Ik had een kaartje van de route en boeken op de tafel gelegd. Mijn buurman had zijn tocht van zuid-Portugal naar noord-Noorwegen uitgestald in foto’s. Zo had iedereen zijn eigen stukje wereld. Omdat ik beroepsmatig meestal aan de andere kant van de tafel zit, voelde het prettig om nu eens de ‘expert’ te zijn.

Het publiek was divers. Sommigen wilden echt weten hoe de route was, door welke landen ik was gefietst en wat ik onderweg tegenkwam. Anderen kwamen vooral vertellen over hun eigen heroïsche tochten. Zonder moeite wisselde ik dan van rol en genoot tot een bepaalde hoogte van hun enthousiasme. Eén man raakte zelfs verzeild in een lang betoog over hoe hij als docent orde hield in de klas. Niet direct relevant, maar vooruit. Er was koffie, er waren broodjes, de sfeer was gemoedelijk.

Aan het eind van de middag kwam er een oudere vrouw bij mijn tafel. Ze bladerde een beetje in de uitgestalde paperassen  en vroeg hoe de fietspaden in Roemenië waren. Toen ik zei dat die er nauwelijks zijn, haakte ze meteen af: “Dat lijkt me niks. Gewoon op de weg fietsen?!” Ik vertelde dat de wegen rustig zijn, maar dat maakte geen indruk. Hoe ik was teruggereisd uit Oost-Europa. “Met de fiets in het vliegtuig,” zei ik, licht schuldbewust. Dat kon zij niet, want zij fietst elektrisch. Ik noemde nog het fietsvervoer per transportdienst, maar dat bleek tegen dovemans oren gericht te zijn. Hoe ik dan in Boedapest was gekomen, bij de start van de tocht. “Met de nachttrein,” zei ik kortaf. Ook dat viel op een onvruchtbare bodem.

“Misschien kunt u beter gaan wandelen,” flapte ik eruit. Of ze het hoorde weet ik niet, maar even later stond ze bij het tafeltje van mijn buurman.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 104e blog. Over een maand verschijnt de 105e. Omdat het kan. Aanmelden kan ook. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Terug op aarde

Ik was gisteren lopend op weg naar hotel Rosewood in Amsterdam. Niet om er een kamer te boeken, maar om te kijken hoe eruit ziet. Ik had erover gelezen in de krant en was benieuwd, zowel naar het gebouw als naar de gasten die het zich kunnen veroorloven om exorbitante bedragen neer te leggen voor een nachtje slapen. Mijn plan was eenvoudig: naar binnen lopen alsof ik er thuishoorde. Mocht iemand vragen stellen, dan had ik een antwoord paraat.

Van buiten is het een imposant gebouw en de vlag van Amsterdam wapperde vrolijk op het dak. Vanaf de Prinsengracht liep ik de trappen op, de glazen deur door en vrijwel direct stond ik in een hal met enkele opvallende kunstwerken. Een volgende deur bracht mij in een soort lounge: grote banken, stoelen, koffie drinkende gasten, lezende mensen. Ik was binnen. Ik deed mijn muts af, ritste mijn jas open en probeerde eruit te zien alsof dit mijn natuurlijke habitat was. Toch voelde ik me bekeken en liep door naar een derde ruimte, waar een fototentoonstelling hing. Aandachtig kijken bood een uitstekend alibi om even te blijven staan. Niemand volgde me.

Zonder aarzeling nam ik daarna de brede trap naar boven, richting ‘library’ en ‘spa’. Hoge plafonds, lange gangen, fraaie lampen. In de krant had gestaan dat dit voorheen het Paleis van Justitie was, en dat kon ik me goed voorstellen. Nog eerder was het een weeshuis voor de meest kwetsbare kinderen van Amsterdam. Een geschiedenis die scherp contrasteert met de huidige luxe en die het hotel, volgens datzelfde artikel, liever niet benadrukt.

De library kon ik niet zo snel ontdekken, maar aan de witte badjassen van enkele gasten te zien, was ik dicht bij de spa beland. Verder doorlopen leek me onverstandig, bovendien wilde ik niemand in verlegenheid brengen. Ik vond het al bijzonder genoeg dat mij tot dusver geen stroobreed in de weg was gelegd.

Ik liep over dezelfde trap naar beneden en zag hoe een vrouw met kind door een gastvrouw naar de lift werd begeleid. In de lounge zag ik een half opgegeten appelgebakje met een kopje thee ernaast.

Bij het verlaten van het hotel werd de eerste glazen deur voor me geopend door een gastvrouw, de tweede door twee jonge mannen. Ze wensten me een fijne dag. Ik bedankte ze hartelijk, ritste mijn jas dicht, liep de trap af en was opgelucht weer op aarde te zijn neergedaald.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 103e blog. Over een maand verschijnt de 104e. Omdat het kan. Aanmelden kan ook. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Poffertjes

‘Niet instappen’ stond op de borden op het perron in Leeuwarden. Maar de deuren stonden wagenwijd open, het licht brandde en het was vroeg, te vroeg en de kou beet door mijn jas heen. De trein naar Utrecht was net voor mijn neus vertrokken en dit zou de volgende worden naar de bewoonde wereld. Na twee minuten dralen stapte ik toch maar in, nestelde mij op een tweezitsbank, nam een paar slokken koffie en sloeg mijn boek open. Even later begon de trein zachtjes te rollen.

In Heerenveen schoof er een blonde vrouw naast me. Halverwege de dertig, schatte ik. Ze droeg een lange jas die ze zittend probeerde uit te wurmen. Haar armen zwiepten als losse slingers door het luchtruim terwijl ik deed alsof ik opging in mijn boek. Het was nog te vroeg voor heldendaden. Bovendien: geen goedemorgen, dus dan houdt het ergens op. Ze bleef half op haar jas zitten; één mouw hing over de leuning aan mijn kant. Ach ja, als dat mijn bijdrage aan de wereldvrede was, prima.

Ze pakte haar handtas, deed ‘m open en haalde er een doosje uit die ze op het opengeklapte dienblad zette. Met een spiegeltje deed ze haar ochtendritueel: ogen bijtekenen, wimpers kleuren, wangen laten glanzen, lippen rood. Ik zag uit mijn ooghoeken dat ze haar gezicht in allerlei plooien trok en toen ze klaar was waren we al voorbij Steenwijk. Het doosje verdween, een nieuwe kwam ervoor in de plaats: een broodtrommel.

Ze klapte het doosje open, pakte een mes en een vork erbij en begon in stilte te snijden. We zaten in een stiltecoupe, dus het enige geluid dat werd geproduceerd was de op elkaar tikkende mes en vork. Ze boog zich helemaal voorover, vermoedelijk om te voorkomen dat er eten op haar kleren zou vallen. Mijn nieuwsgierigheid won: poffertjes. Ze zat kleine, goudbruine poffertjes te fileren alsof het haute cuisine was. Ze at langzaam, aandachtig, alsof elk hapje de dag iets draaglijker maakte. Na het laatste poffertje ging het trommeltje dicht en verdween het weer in de tas, samen met mes en vork. Precies op tijd: we reden Zwolle binnen. Ze klapte het tafeltje in, stond op, schoot in haar jas en stapte uit.

De stilte die achterbleef was groter dan de ruimte naast me. Ik haalde een boterham uit mijn tas, nam een hap en probeerde de draad van mijn boek weer op te pakken.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 102e blog. Over een maand verschijnt de 103e. Omdat het kan. Aanmelden kan ook. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Bus

Een paar dagen geleden stapte ik in een Flixbus die ons van Milaan naar Bazel zou brengen. De chauffeur stond naast de bus en controleerde onze kaartjes. Hij wees vervolgens naar de ruimte onder de bus waar we onze rugzakken konden neerzetten. “No”, zei hij, en wees vermanend naar een A4-tje waar Zürich op stond. Onze tassen moesten náást Zürich, dat was blijkbaar de plek voor de Bazel-gangers. Toen iedereen was ingestapt, ging onze chauffeur achter het stuur zitten en reed weg. Geen welkomstwoord, geen route info of iets over het weer, gewoon rijden. Na twee uur stopte hij bij een parkeerplaats en maakte de deuren open. Blijkbaar was het tijd voor een pauze want de chauffeur verdween naar binnen waar de gebruikelijke dingen gedaan konden worden. Ook wij verlieten de bus en liepen rondjes over de parkeerplaats. We hadden een mooi uitzicht over de majestueuze bergen van de Alpen, waar de middagzon de besneeuwde toppen mooi deed glinsteren. Tegelijkertijd hielden we de bus goed in de gaten. Het was ons niet duidelijk wanneer de chauffeur zou terugkomen. Contact met medepassagiers hadden we niet, iedereen was druk met eigen bezigheden en daar wilden we hen niet in storen. Dat bleek wederzijds te zijn.

Toen we de chauffeur na zo’n 20 minuten terug zagen komen in zijn felgroene jas, stapte iedereen de bus in. De chauffeur ging weer achter het stuur zitten, deed de deuren dicht en vertrok. Geen controle of iedereen aan boord was, geen ervaringen uitwisselen over de kwaliteit van de koffie of de hygiëne van de toiletten. Gewoon rijden.

In Zürich herhaalde het ritueel zich. Passagiers eruit, nieuwe erin en weer door. De chauffeur reed met vaste hand door het drukke stadsverkeer en ook op de snelweg was het een heer. Aangekomen in Bazel reed hij de parkeerplaats bij het station op en sprak voor het eerst: “Goede reis verder”. Die woorden ontroerden me. Verheugd stapten we uit, pakten onze bagage en wensten we hem nog een fijne dag. Ik moest denken aan het verhaal over het jongetje van vier die aan tafel zat met zijn ouders achter een kop tomatensoep. Tot dan toe had hij zijn hele leven nog niks gezegd. “Mag ik het zout?”, vroeg hij plots. Zijn ouders vielen stil, keken hem aan, keken elkaar aan en stamelden vervolgens “Waarom heb je nooit eerder iets gezegd?” ”Tot nu toe was alles prima”.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 101e blog. Over een maand verschijnt de 102e. Omdat het wél kan. Aanmelden kan ook. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via: