IJken

Als gelukkig worden geen doel op zich is maar een bijproduct van een zinvol leven, dan heeft het geen zin om naar geluk te streven. Zoiets zei Eleanor Roosevelt (1884-1962), de echtgenote van voormalig president Franklin Delano Roosevelt. Ik moest daaraan denken toen ik op de radio een presentator hoorde zeggen dat succes geen doel op zich is, maar een bijproduct. Dus ook succes kun je niet nastreven?

Ik was bij een huisarts op bezoek die mij vertelde dat ze haar instrumenten en apparatuur zelf ijkte. Dat wil zeggen dat ze de bloeddrukmeters, de weegschalen en de thermometers dusdanig langs een meetlat legde dat deze de juiste bloeddruk, het juiste gewicht en de juiste temperatuur aangaven. Dat is niet gebruikelijk in huisartsenland, de meeste praktijken laten hun apparatuur ijken door een ‘firma’. Ze leggen dan alles klaar en het mannetje van de firma controleert of de apparatuur de juiste waarde aangeeft. Die firma stuurt een factuur en de huisarts betaalt. Deze huisarts neemt de tijd om zelf te ijken en de assistenten te leren hoe dat moet. Ik was deze werkwijze nog niet eerder tegengekomen. Het leuke vond ik dat de medewerkers erop letten dat ze altijd hetzelfde apparaat gebruiken bij een bepaalde patiënt, zodat dát in ieder geval niet het verschil kan maken. In een kleine praktijk als deze was dat nog te doen, in een grotere praktijk zou dat tot logistieke problemen leiden. Want hoe weet je nou welke weegschaal je de vorige keer hebt gebruikt als er tien in huis rondslingeren? Deze eigenwijze aanpak van zelf ijken had tot veel discussie geleid in huisartsenland, maar uiteindelijk was het goedgekeurd. Het kan dus zinvol zijn om naar je eigen overtuigingen te handelen, ook al is dat niet helemaal mainstream. Toen ik haar vroeg op welke wijze zij aan een duurzame praktijk werkte, ging ze op het puntje van haar stoel zitten. De zorgsector kan veel duurzamer en daarom roept de Wereldgezondheidsorganisatie alle artsen op het goede voorbeeld te geven. Vandaar ook deze vraag. Ze brandde los, had een warmtepomp, was energieneutraal, reed elektrisch, enzovoort en zo verder. Ook had ze een eigen aanpak in het snel afbouwen van slaapmedicatie. Daarmee kreeg ze niet altijd tevreden patiënten, maar dat nam ze voor lief. Ze was er stellig van overtuigd dat niemand verslaafd moest raken aan deze middelen en schreef ze daarom kort voor. En soms ging ze wel eens door de langere bocht, maar dan vooral om de patiënt niet kwijt te raken. Dan gaan ze naar een andere arts en die schrijft het wel gewoon voor, zo zei ze.

Of ze succes heeft en gelukkig is kan ik niet goed beoordelen. Wel kan ik mij voorstellen dat ze veel betekent voor haar patiënten en haar personeel. Dat lijkt mij al ruim voldoende.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 81e blog. Over een maand verschijnt de 82e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Te klein

In een bijzonder krantenartikel vat journalist Sander Heijne de afgelopen zestig jaar samen en analyseert hij waarom Nederland te klein is om groter te groeien. Mooi om te lezen en niet alleen omdat ik zelf deze respectabele leeftijd inmiddels heb bereikt. Eigenlijk vat hij samen wat ik de afgelopen zestig jaar heb zien gebeuren.

Hij begint na WOII, waarbij Nederland te vol werd en mensen aangemoedigd werden om elders hun heil te zoeken. Op die manier kon de schaarste beter worden verdeeld. En o.a. daarom heb ik nu nog steeds enkele neven en nichten die in Nieuw Zeeland wonen. Vervolgens werd de wederopbouw aangepakt en de landbouw gemoderniseerd met grote bedrijven en strakgetrokken landbouwgronden als gevolg. Ook in de industrie werd er volop geproduceerd en al gauw bleek er een tekort aan arbeidskrachten, waardoor er hulptroepen uit het buitenland werden gehaald: gastarbeiders, zoals ze toen nog werden genoemd, uit zuid Europa, Turkije en Marokko. Toen er ook nog enorme gasvelden werden gevonden onder de Groningse bodem was de belangrijkste politieke worsteling niet meer de schaarste, maar de verdeling van de overvloed. Dat was ongeveer het moment dat ik in Brabant ter wereld kwam en enigszins verbaasd om mij heen keek. Toen al.

Nu we zestig jaar verder zijn staan we volgens Heijne op een kruispunt in de geschiedenis. Zonder alle knelpunten die we dagelijks in de kranten lezen te herhalen, zoals stikstof, woningbouw, Schiphol en een onzekere omgeving door oorlogen, ligt er een zware opgave voor de politiek in Nederland en daarbuiten. Met als voornaamste taak het verdelen van schaarste. Schaarste in ruimte, in personeel en in energie. In de afgelopen zestig jaar zijn we van 12 miljoen naar 18 miljoen mensen gegroeid. Dus als ik negentig ben, als ik het mag beleven, zitten we op 21 miljoen inwoners. Ik neem aan dat mijn huidige uitzicht op Friese weilanden dan is veranderd in uitzicht op Friese wolkenkrabbers.

We zijn rijker en slimmer dan ooit. We weten vrij goed wat ons te doen staat. Als er een kabinet komt dat durft te streven naar bloei van de samenleving in plaats van groei van de economie, dan gaan we toch een prachtige toekomst tegemoet? Wim Kan zei het al in 1963:

12 miljoen oliebollen op aardgas

Wat staan we der vanavond met z’n allen prachtig op

Het vaandel van de welvaart hoog voorop met veel tam tam

Het leger en de tanks en Albert Heijn der achteran

en iedere soldaat, dat is normaal

met z’n eigen generaal

Wat een land, wat een land, waar dat allemaal maar kan

12 miljoen oliebollen dansen in de pan

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 80e blog. Over een maand verschijnt de 81e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Plassen

Vorige week las ik het droevige bericht dat er (nog steeds) grote verschillen blijken te bestaan in de kwaliteit van de prostaatoperaties. Als bij mannen met prostaatkanker de prostaat operatief wordt verwijderd, is er kans op incontinentie. Het gekke is dat in het ene ziekenhuis 20% van de mannen incontinent wordt en in het andere 84%. Het is natuurlijk logisch dat er verschillen zijn tussen ziekenhuizen, want in het ene ziekenhuis werken goede urologen met scherpe mesjes en in het andere niet of minder. Maar dat die verschillen zó groot blijken te zijn, heeft mij verrast. En niet alleen mij, maar ook de onderzoekers en zelfs de urologen.

Misschien dat de urologen die in de 84% ziekenhuizen werken wel heel grondig de tumor wegsnijden, waardoor ze soms ook eerder brokken maken, met de slogan ‘safety first’ in het achterhoofd. Niet direct slecht nieuws, want de tumor zal dan zeker weg zijn, en daar was het uiteindelijk toch om te doen. Ook de urologen roepen iets in die trant: ‘Een continente patiënt betekent niet automatisch dat de operatie op alle fronten succesvol is.’ In sommige gevallen mag je blij zijn dat je incontinent bent. Desondanks geven de urologen toe dat deze verschillen tussen de ziekenhuizen wel erg groot zijn. Uit het onderzoek blijkt dat daar waar méér operaties worden verricht, mínder patiënten zijn met incontinentieklachten. Dat is ook wel een logische verklaring want oefening baart kunst. Het bijzondere is alleen dat een patiënt niet weet welke ziekenhuizen goed en welke minder goed presteren. Die informatie is niet openbaar. Je moet dus een beetje geluk hebben met het ziekenhuis bij jou in de buurt.

Gelukkig is er van alles te doen tegen urineverlies. Je kunt een luier omdoen bijvoorbeeld. Of thuisblijven, zodat niemand last heeft van jouw verlies. Ook schijnt fysiotherapie te kunnen helpen. Door bepaalde (sluit)spieren te trainen kun je soms weer de oude worden op continentiegebied. Maar ook de urologen zijn niet voor één gat te vangen: zij kunnen een kunstsluitspier aanbrengen zodat je alleen maar in één van je ballen hoeft te knijpen om het zaakje aan de gang te krijgen. En als je klaar bent, knijp je je kraantje weer dicht. Je hebt het dan uiteindelijk toch zelf weer in de hand. Kortom, waar maken we ons eigenlijk druk over?

Laten we ons eerst maar eens ontfermen over een geschikte formatie. Er is een nieuwe verkenner aangesteld die een uitgesproken mening schijnt te hebben over het stikstofbeleid. Niet onbelangrijk in dit dossier, maar vermoedelijk zal een beetje meer of minder urineverlies hem worst wezen. En gezien zijn naam heeft hij zelf waarschijnlijk nergens last van.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 79e blog. Over een maand verschijnt de 80e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Verdiend

Toen wij vorige week met de fiets aankwamen in Amélie-les-bains, waren we vooral geïnteresseerd in les bains. Hoe mooi Amélie ook mocht zijn, we hadden een zware bergetappe achter de rug in de Spaanse en Franse Pyreneeën en we vonden dat we dat we deze bains wel verdiend hadden. Vol goede moed liepen we door het stadje met in onze tas een zwembroek en een handdoek. Al snel bleek dat de stad bevolkt werd door moeilijk lopende, zich soms met rolstoel of rollator voortbewegende, oudere mensen. Niet dat wij er nog heel kwiek bijliepen, maar desondanks voelden we een grote afstand tot deze groep. We namen een café crème op een terras en zagen ze allemaal aan ons voorbij stiefelen. Blijkbaar trekt dit kuuroord deze mensen aan, zo dachten wij. Toen wij ons later bij de ingang van het kuuroord meldden, bleek het helemaal niet mogelijk te zijn om even de bains in te duiken: hier moest je voor worden verwezen door een dokter. Alleen op zaterdagmiddag was er de mogelijkheid van vrije inloop. Daar stonden we dan met onze zwembroek. Moesten we ons dan toch maar aan Amélie overgeven? We draalden nog wat rond om het nieuws te verwerken en kwamen terecht in een ruimte dat ons nog het meest op een wachtkamer van een ziekenhuis deed denken. Bijna alle stoelen waren bezet dus hier was wat aan de hand. Aan de muur zagen we een poster met de aankondiging van een rondleiding die spoedig zou aanvangen. Dat verklaarde mogelijk de hoeveelheid mensen in de wachtkamer. Op dat moment kwam er een kwieke en vrolijke PR dame aanlopen met een naamkaartje op haar borst, die iedereen welkom heette. Ook wij voelden ons aangesproken en namen snel plaats op enkele nog overgebleven lege stoelen. Na een enthousiaste inleiding met Franse grapjes die wij niet begrepen, haalde ze een lijstje uit haar zak en begon namen op te lezen. ‘Oui’ zeiden de mensen als hun naam werd genoemd en staken er hun vinger bij op. Wij bleven stoïcijns zitten. We konden altijd nog zeggen dat we het allemaal niet zo goed hadden begrepen. Om nu nog weg te lopen, zou heel opvallend zijn. ‘Ik ga niks betalen’ fluisterde iemand in mijn linker oor en ik was het daar hartgrondig mee eens. Soms riep de PR dame een naam waarop niemand reageerde en steeds te laat dacht ik dat wij wel in dat gat hadden kunnen springen. Maar ze was dan alweer bij de volgende. Toen ze aan het eind van haar lijstje was, keek ze nog eens de kring rond en wij keken geïnteresseerd terug. ‘On y va’ zei ze, draaide zich om en de hele groep kwam in beweging. Zo hebben we onszelf alsnog toegang weten te verschaffen tot de bains en hebben we Amélie aan haar lot overgelaten. Dit hadden we echt verdiend.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 78e blog. Over een maand verschijnt de 79e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Andere antwoorden

Gynaecoloog Jan Kremer vindt dat er teveel van de zorg wordt verwacht en dat we het in de zorg radicaal anders moeten aanpakken. Een interessante stellingname die mij aanzet tot verder lezen. Naast gynaecoloog is hij ook hoogleraar zorg en samenleving, wat betekent dat hij de laatste jaren meer adviseert dan opereert. De zin die mij is bijgebleven luidt: ‘We moeten op de tragiek van het leven ook andere antwoorden dan zorg geven’.

Deze week zag ik een televisieprogramma van Frans Bromet, waar hij hondenbaasjes interviewt over hun omgang met de viervoeter. Er was een vrouw bij die een hond uit Portugal had geadopteerd. Bij aankomst bleek deze hond last te hebben van verlatingsangst, waardoor deze vrouw niet meer het huis uit kon zonder hond. Ze kon zelfs de kamer niet verlaten omdat de hond altijd bij haar wilde zijn en nogal hard ging blaffen als dat even niet het geval was. Naar de WC moest ook mét de hond. Ze voelde dit niet als gevangenschap, zoals de interviewer suggereerde, maar als liefde voor het leven. Voor wiens leven bleef onduidelijk. Misschien is deze hond wel één van de ‘andere antwoorden’ op de tragiek van het leven, dacht ik bij mezelf.

Regelmatig kom ik bij huisartsen over de vloer en ook daar worstelen ze met vragen van patiënten die niet direct medisch zijn. Daar is een beweging op gang gekomen die de huisartsen leert uit niet-medisch vaatjes te tappen en het gesprek te voeren met de patiënt over bijvoorbeeld zingeving. Of geldzorgen. Of eenzaamheid. De huisarts die ik deze week sprak was enthousiast over deze gesprekken en vond het voor hemzelf ook verdieping geven. Hij liet mij een dobbelsteen zien die hij tijdens consulten soms gebruikte om het gesprek met de patiënt een andere wending te geven. Daar stond op iedere kant een andere term op, zoals ‘mentaal welbevinden’, ‘dagelijks functioneren’, ‘meedoen’ etc. Als het consult van de huisarts dan wat langer duurt, maar je hoeft minder door te verwijzen naar het ziekenhuis, snijdt het mes aan twee kanten. Of drie: huisarts blij, patiënt blijer, zorgverzekeraar het blijst.

Gynaecoloog Kremer gaf als voorbeeld dat bij iemand aan het einde van de levensfase de vraag wordt gesteld: ‘Wil je deze behandeling nog of kies je voor een journalist die jouw levensverhaal opschrijft?’ Andere antwoorden krijgen betekent ook andere vragen stellen. ‘Of wil je een hond uit Portugal?’ dacht ik er stiekem achteraan.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 77e blog. Over een maand verschijnt de 78e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Empathisch

Sinds ik weet dat het goed voor me is, probeer ik iedere dag te starten met het lezen van een boek. Geen faceboek, geen krant, maar een écht boek, al dan niet digitaal, dat je kunt vasthouden. Ik heb vaak genoeg gemerkt dat als ik er niet mee begin, het er de rest van de dag niet meer van komt. Hooguit ’s avonds om tien uur en dan moet ik iedere bladzijde twee keer lezen voor het tot mij doordringt. ‘Het lezen van een boek’, zo zegt Jelle Jolles, ‘geeft rust en verdieping waardoor ook je concentratievermogen zich ontwikkelt’. En als Jelle het zegt neem ik het voor waar aan. Jelle is klinisch neuropsycholoog en hersenwetenschapper en heeft er onderzoek naar gedaan. Dus. Vaak is er wel wat beters te doen dan een boek lezen, zoals de dakgoten schoonmaken, eitjes koken of dingen doen achter de laptop. Maar nee, éérst dat boek. Momenteel zit ik helemaal in de opkomst van het fascisme in Italië zo’n honderd jaar geleden. Socialisten, communisten, knokploegen, dat werk. Taaie kost, maar met de theorieën van Jelle in mijn achterhoofd ook weer goed vol te houden. ‘Want’, zo zegt Jelle ‘een boek draagt niet alleen cognitieve kennis over, het vult ook de beeldenbibliotheek in je hoofd’. Dat klopt helemaal, ik lees hoe die knokploegen te werk gingen en die nogal schokkende beelden blijven goed hangen. Of ik lees hoe Mussolini met een maîtresse het bed deelt. Blijft ook hangen. Als het boek uit is komt deze op het lijstje ‘gelezen boeken’ te staan, zodat ik later, als ik het allemaal niet meer zo goed weet, aan mijn kleinkinderen kan vertellen of ik het boek wel of niet gelezen heb. En zo haal ik een gemiddelde van twee boeken per maand. Niet overdreven veel, ik ken mensen die het dubbele of meer halen, maar die hebben waarschijnlijk geen dakgoten. Gelukkig zijn er veel meer die minder lezen, dus Jelle zal best trots op mij zijn. Het blijkt zelfs zo te zijn dat je empathisch vermogen verbetert door het lezen van boeken. Hoe dat precies werkt kan hij mij niet helemaal duidelijk maken, maar ik geloof het meteen. En ik merk het ook, ik kan mij soms goed inleven in de keuzes die Mussolini maakt, wat ik vooraf uitgesloten achtte. Zou het ook kunnen dat je teveel empathisch vermogen ontwikkelt? Misschien goed als Jelle dat ook eens gaat onderzoeken.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 76e blog. Over een maand verschijnt de 77e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Nuchter

We hadden een afspraak met de dierenarts om onze poes te laten steriliseren. Dat was nodig omdat ze inmiddels twee kleine poesjes had gebaard en we wilden voorkomen dat het hier een complete dierentuin zou worden. Op het moment dat we moesten vertrekken was de poes nergens te vinden. Poes, poes, poes, poes, poes, hielp niet. Schudden met de brokjeszak bleek ook niet te helpen. De poes leeft altijd buiten dus we konden het haar ook niet kwalijk nemen. We belden de dierenarts, vertelden dat we de poes kwijt waren en vroegen of we wat later konden komen. Dat mocht. De arts had voldoende ‘werkvoorraad’, maar het moest ook weer niet te lang duren, zo vertelde de assistente. Toen kwam de poes doodgemoedereerd aanlopen. Ik pakte haar op en haastig stapten we in de auto. Dat vond ze maar niks. Vreemde geluiden, bewegende bomen, tegemoetkomende auto’s, het was allemaal vreemd voor haar. Ook bij de dierenarts wilde ze zich telkens losmaken uit mijn armen. De assistente zag mijn geworstel en zei dat ze een kooitje zou halen. Ze liep naar achteren, maar blijkbaar was de kooi goed verstopt, want het duurde even voordat ze terugkwam. De stress bij de poes was tot grote hoogte gestegen toen eindelijk de kooi werd geopend en zij de kat overnam en erin deed. Deurtje dicht, slotje erop, klaar.

Toen vroeg ze of de poes nuchter was. Wij zeiden dat we haar sinds gistermorgen niks meer hadden gegeven, zoals de instructies hadden geluid. Toen ze er lucht van kreeg dat de poes altijd buiten was, zei ze: ‘dus ze kán wat gegeten hebben?’. Dat beaamden wij, en we voelden ons enigszins terecht gewezen. ‘Maar het is een boerderijkat, die is altijd buiten’, wist ik uit te brengen. ‘Ja,’ zei ze, ‘maar tóch moeten ze nuchter zijn, want ze kunnen misselijk worden van de narcose en dan gaan braken’.

Ik hield nu wijselijk mijn mond, in afwachting welke consequenties dit zou hebben. De assistente tuurde naar haar computerscherm en ondertussen dacht ik dat ze dit toch vaker moeten meemaken op het Friese platteland. Ze vertelde niet hoe we dit eventueel anders hadden kunnen doen en ik was ook niet gemotiveerd om haar dat te vragen. Dus wachtten we geduldig af. Ik had de neiging met mijn vingers op de toonbank te gaan trommelen, maar hield me in. Toen legde ze de verdere procedure uit en we mochten de poes in de middag weer ophalen. Opgelucht verlieten we het gebouw. Toen we er enkele dagen later achter kwamen dat de beide kittens ook vrouwtjes zijn, zagen we de bui al hangen. Als niemand interesse heeft om ze over te nemen, mogen we opnieuw naar deze lieftallige assistente. Eens kijken wat ze dan weer zegt.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 75e blog. Over een maand verschijnt de 76e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Donaudelta

Al fietsend langs de Donau door Hongarije, Kroatië, Servië en Roemenië heb ik heel lang gedacht dat de Donau gewoon in de Zwarte Zee zou uitkomen. En dat ik al fietsend die Zee zou bereiken en uit zou kijken over dat einddoel. Dat leek mij wel romantisch en goed voor de foto. Dat bleek echter een misvatting. Zo’n tachtig kilometer ervóór splitst de Donau zich in drie armen, die allemaal weliswaar de Zee instromen, maar waartussen vooral waterwegen zijn en geen fietspaden. Hier bevindt zich de Donaudelta, een biosfeerreservaat, dus een door UNESCO aangewezen en beschermd gebied. Ik parkeerde mijn fiets en stapte in een bootje voor een excursie door deze delta. Dat had ik misschien beter niet kunnen doen.

In de boot zat ik met ongeveer tien Roemenen en nog een ouder Frans stel. We hadden een aanzienlijk bedrag betaald voor deze trip dus dit waren geen doorsnee Roemenen. De schipper voer weg uit de haven en zette koers naar het oosten. Hij vertelde een verhaal in het Roemeens, waarschijnlijk over de geschiedenis van het gebied en de bijzonderheden, waarin ook de boodschap zat om het zwemvest aan te doen, want dat deden plotsklaps alle Roemenen. De Fransen en ik volgden hun voorbeeld. Toen hij uiteindelijk in het Engels overging, begonnen de Roemenen met elkaar te praten, zodat ik het verhaal moeilijk kon volgen. Het ging mij te ver om de Roemenen tot de orde te roepen, tenslotte moest ik nog de hele dag met hen doorbrengen. Het Engels van onze kapitein bevorderde de verstaanbaarheid niet bepaald, bovendien moest hij op de vaarroute letten waardoor hij zich amper naar achteren richtte, waar wij zaten. Hij sloeg een zijarm in en we kwamen op veel smallere waterwegen terecht. Aan de kant stonden kleine houten huisjes met bootjes erbij omdat een boot het enige vervoermiddel is dat men hier kan gebruiken. Bij een man die in een authentiek bootje druk bezig was om zijn salaris bij elkaar te vissen, werd langzaam gevaren om ons de gelegenheid te geven foto’s te maken. De man had er geen boodschap aan en viste stug door.

Vervolgens ging de kapitein harder varen. Met een duizelingwekkende vaart scheurden we door de vrij smalle vaargeulen en achter mij was te zien hoe de rietkragen flink heen en weer deinden door de golven die dit veroorzaakte. Ik begon mij af te vragen of UNESCO hiervan op de hoogte is. Bij een bijzondere vogel minderde hij even vaart of bij een groot gebied met gele waterlelies. Een Roemeens gezin haalde een grote zak wokkels uit hun tas en begon daarvan te eten. Ik had wel zin in koffie maar dat was niet aanwezig in deze overvloedige natuur. Op een zeker moment meerde de kapitein aan en werden we naar een soort huifkar gedirigeerd waar we in konden plaatsnemen. Een local bracht deze gemotoriseerde huifkar over een nogal hobbelige weg naar een veld waar paarden liepen. Dat bleken wilde paarden te zijn. En ze liepen in een oerbos met oude grote bomen. Veel heb ik er niet van begrepen, want deze gids praatte louter Roemeens. Ook bleek dat we bij hem apart nog even moesten afrekenen voor deze sub-excursie. Na vier weken fietsen en mijn eigen route bepalen, was dit een hele goede oefening in geduld, overgave en tolerantie. Weer terug in de boot heb ik gelukkig alsnog kunnen genieten van de bloemen en planten, de pelikanen die in steeds grotere aantallen te zien waren en de dolfijnen die zich bij de Zwarte Zee lieten fotograferen. De rest nam ik voor lief.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 74e blog. Over een maand verschijnt de 75e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Weg

De cabaretier Micha Wertheim heeft eens een programma gemaakt met als titel ‘Ergens Anders’. Hij was zelf niet bij de voorstelling aanwezig omdat hij ergens anders was en het publiek bleef de hele avond in spanning of hij nog zou komen of niet. Ik kan mij niet herinneren of ik het een mooie voorstelling vond, maar intrigerend vond ik het concept wel.

Datzelfde concept pas ik vandaag ook toe op deze blog. Ik ben er even niet omdat ik een fietstocht maak langs de Donau. Op 11 mei vertrek ik met de nachttrein naar Wenen en door naar Boedapest. Van daaruit gaat de tocht fietsend verder door Hongarije, Servië en Roemenië om uiteindelijk aan te komen bij de Zwarte Zee. Het is een slordige 2000 kilometer, zo geven de boekjes aan, en als ik 500 kilometer per week haal, ben ik vier weken later op mijn bestemming. Zo moeilijk is het allemaal niet als je vanuit je leunstoel de zaken voorbereidt. Mogelijk ben ik op 30 mei in Calarasi, hemelsbreed zo’n 150 km van mijn eindpunt Constanta. Mooie datum om iets te vieren. Maar omdat de Donau vanaf Calarasi een enorme bocht naar boven maakt, moet ik daarna flink omfietsen. In Calarasi neem ik een aanloopje.

Er doen verschillende verhalen de ronde over fietsen langs de Donau. Dat het gedeelte na Boedapest heel primitief is met slechte fietspaden en onverstaanbare mensen. Dat je moet uitkijken voor wilde honden. Dat ze daar roekeloos rijden. Dat de rivier helemaal niet zo blauw is als het lied willen doen geloven. Het is inmiddels ook ruim 150 jaar geleden dat Johan Strauss An der schönen blauen Donau schreef, dus zo gek is het niet dat de kleuren wat zijn vervaagd.

Terug naar Calarasi. Het is een havenstad aan de Donau met zo’n 80.000 inwoners. Het heeft een museum en een dierentuin dus ik hoef mij daar niet te vervelen. Ook zijn er diverse supermarkten zoals Penny market, Kaufland en Lidl. Geen onbekende namen. Wel onbekend is restaurant Dunarea waar volgens google weinig gezelligs aan te ontdekken valt. Ik ga daar eens navragen of de naam met de rivier te maken heeft.

Áls ik het haal, want ik kan pech krijgen onderweg, heimwee of ander ongemak waardoor ik de tocht moet staken. En als ik uiteindelijk toch uitkijk over de Zwarte Zee is er nog één grote uitdaging: hoe kom ik -met fiets- weer thuis in Friesland? Wie dan leeft, wie dan zorgt. Voorlopig ben ik even weg.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 73e blog. Over een maand verschijnt de 74e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Snikken

Op mijn veertiende werd ik betrapt bij het stelen van snoep in de supermarkt. De politie werd erbij gehaald en ze brachten mij thuis. We belden aan, mijn moeder deed open en ik zag dat ze schrok toen ze mij met de twee politiemannen voor de deur zag staan. We werden binnengelaten en al gauw werd haar duidelijk wat de reden was van dit ongebruikelijke bezoek. Vervolgens verlieten de politiemannen het huis en ging ik naar boven om huiswerk te maken. Ik kon mij niet goed concentreren en was bang voor de reactie van mijn vader die later die middag thuis zou komen. Niet dat hij een tirannieke inborst had, integendeel, desondanks was het voor mij onvoorspelbaar omdat ik hem op dit terrein niet kende. Ik bleef boven toen hij thuiskwam en wist dat hij het verhaal van mijn moeder zou horen. Toen we naar beneden werden geroepen omdat het etenstijd was, ademde ik diep in en liep rustig de trap af. Daar stond hij. Hij keek mij aan, nam mij in z’n armen en streek met zijn hand door mijn haar. Hij zei geen woord. Ik snikte alleen maar.

Deze herinnering heb ik gebruikt bij een cursus die ik onlangs heb gevolgd. Met 45 anderen zat ik op een mooie locatie met lekker eten en goede sprekers. Het doel van de cursus was niet zo duidelijk, maar dat bleek niemand te deren. Als het voor jezelf maar duidelijk was waarvoor je kwam. Dat gold ook voor de opdrachten. Je mocht ze doen, je mocht ook iets anders gaan doen, zoals bijvoorbeeld wandelen door de natuur. En in plaats van de opdracht uitwerken mocht je er ook over praten met medecursisten. Kortom, vrijheid en blijheid. Ik moest er even aan wennen, maar al gauw zag ik ook de voordelen van deze manier van volwassenenonderwijs.

Elke avond werd er een film vertoond die ook nabesproken werd. Al gauw bleek dat enkele medecursisten heel graag hun mening over iedere film wilden ventileren, terwijl ik nog aan het nagenieten was of de zaak nog niet op een rijtje had. Dus op de derde avond verliet ik direct na de film de zaal om op m’n kamer de film nog even met mezelf na te bespreken. Dat beviel prima.

Ik vond het verbazingwekkend te merken hoeveel vertrouwdheid er in korte tijd kan ontstaan bij een groep mensen dat elkaar niet of nauwelijks kent en aan een gezamenlijk programma wordt blootgesteld. Niet voor niets durfde ik met het verhaal over de gestolen snoep op de proppen te komen. In de klas zat ik naast een gepensioneerde tandarts met wie ik op dezelfde golflengte zat en die soms tijdens de les in mijn oor fluisterde wat ik op dat moment dacht. Dan snikte ik weer even. Dit keer van het lachen.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 72e blog. Over een maand verschijnt de 73e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via: