Na een mooie fietstocht kwam ik aan het begin van de middag een terrasje tegen waar een aantrekkelijk driegangenmenu werd aangeprezen. Ik had Parijs achter me gelaten en het verstedelijkte gebied had plaatsgemaakt voor steeds meer groen. Ik was op weg naar de bron van de Seine, vlakbij Dijon. Ik ging zitten aan een tafel voor één. Dat voelde na enkele dagen fietsen zo vanzelfsprekend dat ik er nauwelijks meer bij stilstond. Al gauw kwam de serveerster met het bord aanzetten waarop de mogelijkheden stonden vermeld waaruit ik kon kiezen. Ik checkte mijn telefoon. Geen berichten. Daarna bleef alleen het geruis van de wind over de langzaam stromende Seine en het geroezemoes van de andere tafels over. Van bosbranden in Fontainebleau was nog geen sprake, dus de lucht die ik inademde was, voor zover ik kon nagaan, van uitstekende kwaliteit. Er was een grote fles water op tafel gezet zonder dat ik erom had gevraagd en dat vond ik een goed teken. Mijn middag was goed begonnen en m’n vader zou op zo’n moment hebben gezegd ‘laat de boeren maar dorsen’. Aan het tafeltje naast me kwam een man zitten. Ik schatte hem op een jaar of veertig.
Hij pakte z’n telefoon, sprak erin op gedempte toon en legde de telefoon neer. Nadat de serveerster zijn bestelling had opgenomen pakte hij opnieuw z’n telefoon, sprak een kort bericht en legde de telefoon weer neer. Ik had me al verzoend met de stilte aan mijn eigen tafel. Misschien lette ik daarom wel zo aandachtig op de man naast me. Een gesprek kon het niet zijn. Hij deed hooguit een mededeling. Enige tijd later pakte hij weer z’n telefoon, keek ernaar, hield de telefoon weer bij z’n mond en zei enkele zinnen op dezelfde gedempte toon, alvorens hij de telefoon weer neerlegde. Dit tafereel herhaalde zich enkele keren en in mijn fantasie zag ik aan de andere kant van de lijn iemand hetzelfde doen. Een vrouw misschien, een zakenrelatie, z’n moeder?
Mijn eten werd gebracht en de man ging door met dezelfde bezigheden, ook tijdens het eten. Na mijn voortreffelijke île flottante bestelde ik nog een koffie om het helemaal op z’n Frans af te maken. Ik was klaar voor de volgende ronde, rekende af en stapte op m’n fiets. Nog één keer keek ik om of ik niets had laten liggen. De man stond inmiddels ook op, dit keer met de telefoon aan zijn oor. Ik reed weg. Sommige gesprekken hoor je niet, sommige stiltes wel.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO
Dit is mijn 110e blog. Over een maand verschijnt de 111e. Omdat het kan. Aanmelden kan ook. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/








