Terug op aarde

Ik was gisteren lopend op weg naar hotel Rosewood in Amsterdam. Niet om er een kamer te boeken, maar om te kijken hoe eruit ziet. Ik had erover gelezen in de krant en was benieuwd, zowel naar het gebouw als naar de gasten die het zich kunnen veroorloven om exorbitante bedragen neer te leggen voor een nachtje slapen. Mijn plan was eenvoudig: naar binnen lopen alsof ik er thuishoorde. Mocht iemand vragen stellen, dan had ik een antwoord paraat.

Van buiten is het een imposant gebouw en de vlag van Amsterdam wapperde vrolijk op het dak. Vanaf de Prinsengracht liep ik de trappen op, de glazen deur door en vrijwel direct stond ik in een hal met enkele opvallende kunstwerken. Een volgende deur bracht mij in een soort lounge: grote banken, stoelen, koffie drinkende gasten, lezende mensen. Ik was binnen. Ik deed mijn muts af, ritste mijn jas open en probeerde eruit te zien alsof dit mijn natuurlijke habitat was. Toch voelde ik me bekeken en liep door naar een derde ruimte, waar een fototentoonstelling hing. Aandachtig kijken bood een uitstekend alibi om even te blijven staan. Niemand volgde me.

Zonder aarzeling nam ik daarna de brede trap naar boven, richting ‘library’ en ‘spa’. Hoge plafonds, lange gangen, fraaie lampen. In de krant had gestaan dat dit voorheen het Paleis van Justitie was, en dat kon ik me goed voorstellen. Nog eerder was het een weeshuis voor de meest kwetsbare kinderen van Amsterdam. Een geschiedenis die scherp contrasteert met de huidige luxe en die het hotel, volgens datzelfde artikel, liever niet benadrukt.

De library kon ik niet zo snel ontdekken, maar aan de witte badjassen van enkele gasten te zien, was ik dicht bij de spa beland. Verder doorlopen leek me onverstandig, bovendien wilde ik niemand in verlegenheid brengen. Ik vond het al bijzonder genoeg dat mij tot dusver geen stroobreed in de weg was gelegd.

Ik liep over dezelfde trap naar beneden en zag hoe een vrouw met kind door een gastvrouw naar de lift werd begeleid. In de lounge zag ik een half opgegeten appelgebakje met een kopje thee ernaast.

Bij het verlaten van het hotel werd de eerste glazen deur voor me geopend door een gastvrouw, de tweede door twee jonge mannen. Ze wensten me een fijne dag. Ik bedankte ze hartelijk, ritste mijn jas dicht, liep de trap af en was opgelucht weer op aarde te zijn neergedaald.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 103e blog. Over een maand verschijnt de 104e. Omdat het kan. Aanmelden kan ook. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Poffertjes

‘Niet instappen’ stond op de borden op het perron in Leeuwarden. Maar de deuren stonden wagenwijd open, het licht brandde en het was vroeg, te vroeg en de kou beet door mijn jas heen. De trein naar Utrecht was net voor mijn neus vertrokken en dit zou de volgende worden naar de bewoonde wereld. Na twee minuten dralen stapte ik toch maar in, nestelde mij op een tweezitsbank, nam een paar slokken koffie en sloeg mijn boek open. Even later begon de trein zachtjes te rollen.

In Heerenveen schoof er een blonde vrouw naast me. Halverwege de dertig, schatte ik. Ze droeg een lange jas die ze zittend probeerde uit te wurmen. Haar armen zwiepten als losse slingers door het luchtruim terwijl ik deed alsof ik opging in mijn boek. Het was nog te vroeg voor heldendaden. Bovendien: geen goedemorgen, dus dan houdt het ergens op. Ze bleef half op haar jas zitten; één mouw hing over de leuning aan mijn kant. Ach ja, als dat mijn bijdrage aan de wereldvrede was, prima.

Ze pakte haar handtas, deed ‘m open en haalde er een doosje uit die ze op het opengeklapte dienblad zette. Met een spiegeltje deed ze haar ochtendritueel: ogen bijtekenen, wimpers kleuren, wangen laten glanzen, lippen rood. Ik zag uit mijn ooghoeken dat ze haar gezicht in allerlei plooien trok en toen ze klaar was waren we al voorbij Steenwijk. Het doosje verdween, een nieuwe kwam ervoor in de plaats: een broodtrommel.

Ze klapte het doosje open, pakte een mes en een vork erbij en begon in stilte te snijden. We zaten in een stiltecoupe, dus het enige geluid dat werd geproduceerd was de op elkaar tikkende mes en vork. Ze boog zich helemaal voorover, vermoedelijk om te voorkomen dat er eten op haar kleren zou vallen. Mijn nieuwsgierigheid won: poffertjes. Ze zat kleine, goudbruine poffertjes te fileren alsof het haute cuisine was. Ze at langzaam, aandachtig, alsof elk hapje de dag iets draaglijker maakte. Na het laatste poffertje ging het trommeltje dicht en verdween het weer in de tas, samen met mes en vork. Precies op tijd: we reden Zwolle binnen. Ze klapte het tafeltje in, stond op, schoot in haar jas en stapte uit.

De stilte die achterbleef was groter dan de ruimte naast me. Ik haalde een boterham uit mijn tas, nam een hap en probeerde de draad van mijn boek weer op te pakken.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 102e blog. Over een maand verschijnt de 103e. Omdat het kan. Aanmelden kan ook. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Bus

Een paar dagen geleden stapte ik in een Flixbus die ons van Milaan naar Bazel zou brengen. De chauffeur stond naast de bus en controleerde onze kaartjes. Hij wees vervolgens naar de ruimte onder de bus waar we onze rugzakken konden neerzetten. “No”, zei hij, en wees vermanend naar een A4-tje waar Zürich op stond. Onze tassen moesten náást Zürich, dat was blijkbaar de plek voor de Bazel-gangers. Toen iedereen was ingestapt, ging onze chauffeur achter het stuur zitten en reed weg. Geen welkomstwoord, geen route info of iets over het weer, gewoon rijden. Na twee uur stopte hij bij een parkeerplaats en maakte de deuren open. Blijkbaar was het tijd voor een pauze want de chauffeur verdween naar binnen waar de gebruikelijke dingen gedaan konden worden. Ook wij verlieten de bus en liepen rondjes over de parkeerplaats. We hadden een mooi uitzicht over de majestueuze bergen van de Alpen, waar de middagzon de besneeuwde toppen mooi deed glinsteren. Tegelijkertijd hielden we de bus goed in de gaten. Het was ons niet duidelijk wanneer de chauffeur zou terugkomen. Contact met medepassagiers hadden we niet, iedereen was druk met eigen bezigheden en daar wilden we hen niet in storen. Dat bleek wederzijds te zijn.

Toen we de chauffeur na zo’n 20 minuten terug zagen komen in zijn felgroene jas, stapte iedereen de bus in. De chauffeur ging weer achter het stuur zitten, deed de deuren dicht en vertrok. Geen controle of iedereen aan boord was, geen ervaringen uitwisselen over de kwaliteit van de koffie of de hygiëne van de toiletten. Gewoon rijden.

In Zürich herhaalde het ritueel zich. Passagiers eruit, nieuwe erin en weer door. De chauffeur reed met vaste hand door het drukke stadsverkeer en ook op de snelweg was het een heer. Aangekomen in Bazel reed hij de parkeerplaats bij het station op en sprak voor het eerst: “Goede reis verder”. Die woorden ontroerden me. Verheugd stapten we uit, pakten onze bagage en wensten we hem nog een fijne dag. Ik moest denken aan het verhaal over het jongetje van vier die aan tafel zat met zijn ouders achter een kop tomatensoep. Tot dan toe had hij zijn hele leven nog niks gezegd. “Mag ik het zout?”, vroeg hij plots. Zijn ouders vielen stil, keken hem aan, keken elkaar aan en stamelden vervolgens “Waarom heb je nooit eerder iets gezegd?” ”Tot nu toe was alles prima”.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 101e blog. Over een maand verschijnt de 102e. Omdat het wél kan. Aanmelden kan ook. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Blog Honderd

Dit is mijn honderdste blog en dat is een echte mijlpaal. De eerste verscheen op 30 mei 2017 en ging over een fietsbel. Daarna volgden meer fietsonderwerpen, steeds met een foto erbij. Later verbreedden de thema’s zich. Soms afstandelijk, maar steeds vaker persoonlijk. Zoals de huisarts die via de lokale politiek de gezondheid van de bevolking wilde beïnvloeden. Of de ode aan mijn vader, die ruim vier jaar geleden overleed. Dramatiek relativeer ik vaak met een kwinkslag, al heb ik geleerd dat langer stilstaan soms beter werkt.

Na een paar jaar kreeg ik het boek 1000 Pinguïns onder ogen, gemaakt door grafisch kunstenaar Wasco. De subtitel luidt ‘Pinguïns zijn Cool’ en dat onderschrijf ik van harte. Sindsdien voeg ik bij elke blog een pinguïn toe. Met de voorraad pinguïns kan ik nog tachtig jaar vooruit.

Of ik dat ga doen? Geen idee. Vooraf voel ik vaak lichte paniek als ik nog geen onderwerp heb. Dan ga ik achter mijn laptop zitten, kijk naar buiten, neem een slok koffie en sluit ik mij helemaal af. Van Kees van Kooten heb ik geleerd om te “blijven zitten tot het er staat”. Als het goed gaat heb ik anderhalf uur later de blog klaar en laat ik ‘m nog even rusten voordat ik ‘m post.

Dat is ruim acht jaar goed gegaan op één keer na. De redenen zijn te triviaal om te benoemen en er was één oplettende lezer die vroeg waar de blog bleef. Dat wil niet zeggen dat de andere lezers niks hebben opgemerkt, maar ook als dat wel zo zou zijn is dat niet erg. Tenslotte schrijf ik ze omdat ik het leuk vind om mijn gedachten te ordenen en standpunten te verkennen. Dat zijn genoeg redenen om door te gaan.

Alvorens dat te doen attendeer ik jullie graag op mijn boek dat binnenkort verschijnt: Dwars door de Donaudelta. Een fietstocht langs de Donau van Boedapest tot de Zwarte Zee. De live boekpresentatie is op zaterdag 8 november om 15.00 uur in het dorpshuis van Gerkesklooster. Dus lezers, voel je welkom en laat een daverend applaus horen, want ook al doe ik dit “voor mezelf”, het is fijn dat jullie er zijn! Hierbij mijn applaus alvast retour.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is alweer mijn 100e blog. Een echte mijlpaal. Over een maand verschijnt de 101e. Aanmelden kan nog steeds. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Praatgraag

‘O jee, daar komt juffrouw Praatgraag aan’.

Ik zit samen met mijn moeder op een bankje bij haar verzorgingshuis, na een tocht op de duofiets. De polderzon zakt maar is nog warm genoeg om in T shirt buiten te zitten. Links zie ik een enigszins krom lopende vrouw aankomen in korte pasjes, blik omlaag.

‘Ja hoor, het is haar’, zegt mijn moeder, ‘nou gaan we het beleven’.  

Mijn moeder woont hier al enkele jaren en voelt zich thuis. De verzorgenden zijn aardig en laten haar zoveel mogelijk zelf de regie houden.

‘Je kunt niks meer zelf bepalen’ verzucht ze regelmatig. Vooral het eten stoort haar. ‘Ik wil niet om twaalf uur warm eten, dan heb ik net de koffie op. Dus warm ik het later maar op in de magnetron’.

De vrouw staat naast ons.

‘Heb jij Herman gezien?’ vraagt ze bits, ‘we zouden hier afspreken en hij is er niet!’.

‘Nee’, zegt mijn moeder, ‘we hebben hem niet gezien, misschien is hij binnen?’

‘Binnen? We hadden hiér afgesproken! Hij gaat toch niet zomaar naar binnen.’ Ze moppert nog wat en gaat naar binnen.

‘Beetje sneu’ zegt mijn moeder, ‘ze is altijd haar man kwijt en is ook vaak op zoek naar haar huis. In het begin probeerde ik haar nog wat te helpen, maar dat werkt niet’.

‘Niet?’

‘Nee. Hoe meer begrip ik toonde, hoe langer ze bleef. Soms kwam ze zomaar mijn kamer binnen en begon hele verhalen. Uiteindelijk ben ik kort van stof geweest, en sindsdien laat ze me met rust.’

‘Slim geregeld.’

‘Ik heb haar ook wel eens naar de verpleging gebracht. Dan kon zij haar verhaal doen en ging ik er snel vandoor.’

We drinken onze thee in de laatste zon. Terug op haar kamer hangt mijn moeder haar jas op de kapstok en neemt plaats bij het raam met de krant, enkele boeken en de telefoon onder handbereik.

‘Wil je nog wat drinken? Of een appel voor onderweg?’

’Nee mam, het is prima zo’. Ik geef haar een afscheidszoen en krijg er twee terug.

‘Nou jongen, leuk dat je er was. En goede reis naar huis’.

‘Doe jij de groeten aan juffrouw Praatgraag?’ zeg ik bij de deur.

‘Dat zal ik doen’, zegt ze opgewekt, ‘en de groeten alvast terug.’

Als ik even later met de auto langsrij, staat ze op haar balkon te zwaaien. En ik zwaai terug.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 99e blog. Over een maand verschijnt alweer de 100e. Wat vliegt de tijd. Aanmelden kan nog steeds. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Weerzien

We stapten op de fiets voor een tocht van Noord- naar Midden-Limburg, op zoek naar een oud huisgenoot die we ruim 35 jaar geleden voor het laatst hadden gezien. In onze Maastrichtse studententijd deelden we lief en leed onder één dak, maar na onze verhuizing was het contact abrupt gestopt. Geen telefoontje, geen mail — niets. We vroegen ons af hoe het met hem was gegaan.

Op internet was hij onvindbaar, geen sociale media, geen spoor. Maar door een toevallige foto, waarop hij met enkele anderen voor een groot huis stond, was er een aanknopingspunt. Door speurwerk van mijn fietsmaat hadden we een adres. En dus fietsten we, met gezonde spanning, de Peel door. Beken, bossen, verstilde dorpen. Wat zouden we aantreffen?

Eenmaal aangekomen stonden we bij een groot vrijstaand oud gebouw met een bankje ervoor en enkele potplanten. Een auto stond er slordig geparkeerd, ramen open. Het interieur kwam ons vaag bekend voor — het zou zomaar zijn auto kunnen zijn. We belden aan. Stilte. Nog eens. Geen reactie. We liepen een rondje om het huis, keken naar binnen, maar alles bleef bewegingloos. We gingen op het bankje zitten. Wat nu? Was hij thuis? Even weg? Woonde hij hier wel?

Toen zagen we een overbuurman. We spraken hem aan en legden uit wie we waren. ‘Je moet lang en hard bellen,’ zei hij. ‘Hij moet thuis zijn, kijk maar, daar staat de auto’.

We belden opnieuw — lang en hard — en ja, eindelijk, na een paar minuten, bewoog de deurklink. De deur ging op een kier. Een slaperig hoofd verscheen. Het was onmiskenbaar hem.

‘Is er iets?’ vroeg hij met een frons. Geen herkenning.

‘Wij zijn het’ en we noemden onze namen.

Hij keek. Lang. Toen drong het door. Zijn ogen vernauwden zich, de deur ging verder open.

‘Wat ben jij kaal geworden’, zei hij met een grijns. Ja, dit was ‘m. Geen twijfel.

‘Tja’ zei ik, ‘ik ga m’n vader achterna’.

We mochten binnen komen. Hij was in slaap gevallen bij de Tour.

‘Koffie?’

Het gesprek wilde niet goed op gang komen. We spraken over vroeger, maar het bleek lastig om al die jaren te overbruggen. Het was alsof we elk moment terug konden vallen in stiltes. Na een half uur zei hij: ‘het gaat zo regenen, jullie moeten weer gaan fietsen’. We glimlachten het weg, maar bij een tweede hint wisten we dat het tijd was. We gaven hem een hand.

‘Het ga je goed’.

Ons doel was bereikt. Maar of we er hem een plezier mee deden? We reden weg zonder het echt te weten.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 98e blog. Over een maand verschijnt de 99e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Nou en of

Onlangs heb ik ontdekt dat ik zelf vogelhuisjes kan maken. Je pakt wat hout, je zet het in elkaar en je hangt het op. Dacht ik. Maar dat bleek een misvatting want ook over een vogelhuisje moet vooraf goed worden nagedacht. Op de eerste plaats de afmetingen: hoe groot moet een vogelhuisje zijn, wat vinden vogels prettig? Vervolgens het dakje: is dat één plankje dat schuin naar beneden loopt of een puntdakje? Waar komt het deurtje om het vogelhuisje open te kunnen maken en te verschonen? En hoe maak je dat deurtje open? Allemaal vragen waar ik een antwoord op moest bedenken. Later kwam ook de vraag hoe groot het gaatje moet zijn waar de vogel doorheen moet. En of het dakje gelakt moet worden als bescherming tegen de inwerking van de regen.

Enfin, vol goede moed ging ik aan de slag en voelde mij een kleine Bob de Bouwer. Zagen, schuren, boren, schroeven, al het gereedschap kwam voorbij. Muziekje erbij en na een goede kop koffie had ik even het gevoel hier mijn beroep van te maken. Zou er veel vraag zijn naar vogelhuisjes?

Het echte handwerk heb ik van huis uit nooit meegekregen. Mijn vader had wel een hamer, maar ik heb hem nooit betrapt op het gebruik ervan. Ook bij verhuizingen zorgde hij altijd voor de koffie. Niet onbelangrijk, maar geen stimulans voor de doe-het-zelver. Toen hij mij een keer met een boor zag lopen, zei hij bemoedigend: ‘Nou zul je een aap zien vlooien’. Ik boorde het gat, stopte er een plug in en draaide de schroef aan. ‘Zo, zo, waar heb je dat geleerd?’ vroeg hij verbaasd.

Toen het vogelhuisje klaar was leek het ook echt op een vogelhuisje. Vervuld van trots keek ik ernaar. Ik zag wel enkele verbeterpuntjes voor een volgend huisje, maar als vogel ga je toch niet zitten zeuren over een kiertje hier of daar. Als ze zelf nestjes maken is het a. veel meer werk en b. zit er vaak niet eens dakje op. Maar één vraag had ik nog vergeten te beantwoorden: hoe hang je een vogelhuisje op? Toen ook dat was opgelost bleek dat het broedseizoen allang begonnen was en dat de vogels waarschijnlijk tot volgend jaar gaan wachten voor ze gebruik gaan maken van mijn huisje. Geen probleem, ook zonder vogels is het een sieraad aan de boom.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 97e blog. Over een maand verschijnt de 98e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Light

Volgende week neem ik de nachttrein naar Zurich om vandaar de Furkapas te beklimmen. Ik schat zo’n twee dagen fietsen tot ik op de top van de berg ben en de bron van de Rhône ga bewonderen. Eenmaal boven hoef ik mij alleen maar naar beneden te laten rollen tot ik via Geneve, Lyon en Marseille aankom bij de Middellandse zee. Eigenlijk is het een makkie en toch heb ik er ruim twee weken voor uitgetrokken.

Eenmaal daar heb ik een vliegtuig terug geboekt waarbij ook de fiets mee mag. Ik heb diverse alternatieven geprobeerd: mij laten ophalen met de auto, een fiets mee in de TGV, de fiets apart laten transporteren en zelf in de trein, maar allemaal stuitten ze op vele bezwaren, gedoe en/of kosten. Dus vlieg ik met onze nationale trots terug naar Amsterdam.

Ik heb een tentje bij me waar ik alleen maar horizontaal ik kan. Lichtgewicht, dat wel, maar comfortabel ho maar. Ik heb een fiets waar veel bagage aan hangt: twee tassen voor, twee achter, de slaapspullen er bovenop zodat ik met een flinke bobbel de berg op moet. Inmiddels heb ik een lijstje van spullen die ik niet wil vergeten en wat daar steevast bij zit is een elektrisch waterkokertje, voornamelijk om koffie te zetten.

Inmiddels heb ik bij een Chinese webwinkel een opvouwbare koffiefilter gescoord van rubber. Flauwekul natuurlijk, maar het is een begin van mijn weg naar verlichting. Ik heb eens een medefietser ontmoet die zo’n beetje alles in twee fietstassen had weten te krijgen, zelfs zijn slaapspullen. Ik heb daar met bewondering naar gekeken, maar geloof niet dat ik dat stadium ooit ga bereiken. En hoe duurzaam is het eigenlijk om allemaal light spullen aan te schaffen en je zwaardere spullen op zolder te laten liggen?

Maar de eerste stap is gezet en ik vermoed dat mijn campinggenoten vol bewondering gaan kijken naar mijn opvouwbare koffiefilter. Dan horen ze mij de tent uitkruipen en naar het toilet lopen, even later kom ik daar met kokend water vandaan. Ondertussen heb ik mij ook nog geschoren. Ik klap mijn rubberen filtertje uit, doe daar, net als thuis, een zakje in en giet het hete water over de gemalen koffiebonen. De geuren verspreiden zich als een rookbom over de camping en dan gebeurt het: tenten ritsen open, slaperige hoofden kijken naar links en rechts en als ze mij ontdekt hebben kruipen ze eruit, komen in een kring om mij heen zitten en kijken vol bewondering hoe ik dit eindproduct heb weten te fabriceren. Er volgt een interessante uitwisseling over duurzaam reizen want daar zijn we allemaal van en er vraagt zelfs iemand of ik een workshop wil geven. Weer helemaal opgeladen vervolg ik mijn tocht naar het zuiden. En over een paar jaar fiets ik met een klein rugzakje naar de andere kant van de wereld. Maar eerst….eerst die verdomde Furkapas op.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 96e blog. Over een maand verschijnt de 97e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Regels

Monopoly: een spel dat begint met gezelligheid en eindigt met financiële vernedering. Gisteren speelde ik het weer eens met een neefje van 10 die bij ons logeert en er zich op had verheugd.

Bij Monopoly wemelt het van de zelfbedachte regels. Als je langs Start komt krijg je altijd € 200,- en hij betwistte onze regel dat je het dubbele krijgt als je óp Start komt. Zal dan wel door ons bedacht zijn. Nou prima, dan doen we dat niet. Wat hij wel weer leuk vond, maar zelf niet deed, was dat je belastinggeld in de pot legde en mocht meenemen als je op ‘Vrij parkeren’ kwam. De ‘echte’ regels opzoeken vond hij niet nodig dus dit spraken we gewoon zo af.

Hij wilde graag de bank zijn en had ook de regie over het verdelen van de straten. De huizen waren keurig in een rijtje neergezet en ook die waren onder zijn hoede. Ik liet het mij lekker aanleunen.

Tot er een moment kwam dat ik even een kopje thee wilde inschenken en tegelijkertijd iets moest betalen. Dat laatste zou hij dan wel doen en hij liep al naar de andere kant van de tafel, maar dat ging mij te ver. ‘Ho, ho’, zei ik, ‘niet aan mijn geld komen, ik ben de enige die dat mag’. Niet dat ik hem wantrouwde, hij speelde zo eerlijk als goud, maar er zijn regels die ik liever niet op de helling zet en één daarvan is: je lost je eigen problemen op. In die zin is Monopoly een uitgesproken kapitalistisch spelletje dat vaak bijzondere – en soms genadeloze – kanten van de mens blootlegt. Toen ik na enige tijd in een nogal penibele situatie terecht kwam en iets aan hem moest betalen wat ik absoluut niet had, vroeg ik hem uitstel van betaling. De regel is dat je eerst je huizen verkoopt, een hypotheek op je straten neemt, maar dat is meestal het begin van het einde en bovendien lastig uit te leggen.

Hij ging akkoord en ik hoefde hem pas over drie beurten te betalen. Daar probeerde ik nog vijf van te maken, maar nee, drie was drie en daarna zouden we wel weer zien. Aan onderhandelingsvaardigheden geen gebrek.

Toen de kansen enkele beurten later waren gekanteld en hij in een lastig parket kwam, stelde hij voor beide straten van Amsterdam, mét huizen, aan mij te geven zodat zijn schuld in één keer ingelost was. Ik vond het een creatieve oplossing en alleen al daarom ging ik ermee akkoord. Toen hij even later wéér een groot bedrag aan mij moest betalen zag ik zijn mondhoeken naar beneden gaan en was de stemming omgeslagen. Dit vond hij echt niet meer leuk. Natuurlijk gaf ik hem uitstel van betaling, zo ben ik dan ook wel weer, en normaliseerde de situatie al gauw. Deze coulance over en weer resulteerde er in dat het spelletje nog niet was afgerond toen het bedtijd was dus we schoven de hele handel onder kast. Ik vermoed dat ik weinig kans maak op de overwinning want inmiddels heeft hij veel meer steden dan ik en ook hotels in Groningen. Bovendien heeft hij geld en ik niet. Wie weet kan ik mijn ondergang nog enigszins rekken want waarschijnlijk win ik niet, misschien verlies ik ook — maar zolang we blijven schuiven met kaartjes en knikkeren met regels, blijft het spel de moeite waard.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 95e blog. Over een maand verschijnt de 96e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Lekker basic

Gisteren toog ik opgewekt naar Rotterdam om een praatje te houden over mijn fietstocht langs de Donau bij de Europafietsers. Dat is een landelijke stichting van vrijwilligers die fietstochten door Europa stimuleert door elkaar te inspireren met mooie tochten, handige tips en zinvolle gadgets. Er werden zo’n 25 mensen verwacht en ze kwamen samen in het Nivon gebouw in Rotterdam. Nivon is een vereniging van natuurvrienden waar je betaalbaar kunt overnachten midden in de natuur op kampeerterreinen of in huizen. Mijn ouders namen ons daar geregeld mee naartoe en ik heb dat altijd als heel gezellig ervaren. Wij hebben onze kinderen daar ook mee naartoe genomen en zelfs in Italië bleken deze huizen te bestaan. Echter, dit huis staat midden in Rotterdam waar de natuur ver te zoeken is. Maar misschien hanteer ik een andere definitie van natuur, want het was allemaal wél heel basic: koffie uit kannen, stoelen en tafels die vooral heel duurzaam zijn en gewoon een stukje zeep en een handdoek bij de WC’s. Geen gezeik, zullen we maar zeggen en daar word ik gelukkig van. De middag werd ingeleid met mededelingen van het bestuur en al gauw kreeg ik het woord. Ik bleek aangekondigd te zijn als hoofdspreker en ik had vooraf de indruk gekregen dat ze mij liever een uur dan drie kwartier aan het woord lieten. Het werd een aangename ervaring, de mensen waren ervaren en geïnteresseerd en er bleek ook een Serviër aanwezig te zijn die vlakbij de brug in Novi Sad had gewoond die ik op de foto liet zien. In de pauze praatte hij mij bij over zijn ervaringen met Servië en de korte pitches over de andere fietstochten die volgden waren erg leuk om te horen. Wat een enthousiasme. Toen ik na de borrel moe maar voldaan op mijn vouwfiets door Rotterdam reed, had ik de onbedwingbare behoefte om een Oosterse maaltijd te scoren. Ik kwam terecht in een druk bezocht Chinees/Surinaams/Javaans eethuis die je bij ons boven, in de natuur, minder snel aantreft. Ook daar bleek het concept heel basic: jij bestelt eten, zij komen het brengen en jij betaalt. Wederom geen gezeik. Ik zat aan een grote ronde tafel met meerdere disgenoten en genoot van het geroezemoes om mij heen en de kleurrijke personages die binnen en buiten te bewonderen waren. In de trein terug besloot ik dat mijn missie was geslaagd en heb ik mij verdiept in een boek over een fietstocht door Japan. Deze schrijver zou ik graag een keer horen vertellen over zijn ervaringen, maar dan moet ik vermoedelijk niet bij de Europa- maar bij de Wereldfietser zijn. Dat is een aparte vereniging die, zo begreep ik gisteren, steeds meer met elkaar samenwerken en beide ongeveer vierduizend leden hebben. Hoe individueel die fietsers misschien ook lijken, het is bemoedigend dat ze elkaar toch opzoeken en nodig blijken te hebben voor nieuwe avonturen en verhalen. Dat koesteren we.                               

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 94e blog. Over een maand verschijnt de 95e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via: