Pech gehad

Vorige week mocht ik een presentatie geven over mijn boek ‘Fietsen tegen de grens’ in het dorpshuis van het dorp waar mijn ouderlijk huis staat. Dat is een klein dorp in de Noordoostpolder met een actieve dorpsgemeenschap die regelmatig activiteiten of lezingen organiseert of samen maaltijden nuttigt. Er was koffie, iemand had zelf koekjes gebakken in de vorm van een fiets en de zaal zat vol belangstellenden die geanimeerd in gesprek waren met elkaar. Zelf vond de koekenbakster dat de koekjes mislukt waren, maar ik kon er prima een fiets in ontdekken en de mijne smaakte uitstekend. De groep bleek jonger te zijn dan de groep die hier normaal gesproken naartoe komt, vertelde één van de organisatoren. En het waren er ook meer dan gebruikelijk. Zal wel iets met het onderwerp te maken hebben, dacht ze. Dat hadden we dan toch maar mooi bereikt samen. Ook mijn moeder was gekomen en zat helemaal vooraan om vooral niks te hoeven missen.

Het verhaal was opgebouwd uit wat achtergrond informatie over een tweetal etappes, het voorlezen van een stukje uit het boek en wat uitspraken van filosofen, zoals Nietzsche die zegt: ‘Als de spieren niet feestvieren, raakt ook het denken bloedeloos’. Zelf wandelde hij zo’n zeven uur per dag en maakte ondertussen aantekeningen. Ook was er gelegenheid voor vragen, maar ik merkte enige schroom bij het publiek dus heb ik ze wat uitgedaagd door hén vragen te stellen. ‘Wie heeft er wel eens een grote tocht gemaakt, wie …’

Dat hielp en vervolgens werd het een aangename wisselwerking. Of ik wel eens pech had gehad, vroeg iemand ineens. Die vraag verraste mij. Het is eigenlijk een hele logische vraag, maar desondanks had ik deze niet zien aankomen. Natuurlijk heb ik regelmatig pech gehad, bijvoorbeeld omdat het koud was, regende of dat een slaapplek te lang op zich liet wachten. Maar dat bedoelde ze natuurlijk niet, dus moest ik haar teleurstellen. Ik heb amper pech gehad, zo zei ik, behalve dat de ketting er wel eens was af gegaan. Of dat ik net op tijd zag dat de remblokjes aan vervanging toe waren. Maar ja, dat noemen we geen pech. Ik had natuurlijk iets heel anders moeten zeggen: dat ik wel eens midden in de woestijn zonder water een lekke band had gekregen en twee dagen heb rondgezworven om uiteindelijk mij aan cactussen tegoed te doen tot er een motorrijdster van Parijs-Dakar voorbij kwam die mij achterop meenam naar de eerste de beste pleisterplaats waar ik door fantastische bedoeïenen werd verzorgd en opgelapt in een tent van geitenharen. Maar ja, die dingen verzin ik altijd te laat, na afloop, als ik weer op de fiets zit.

Na de lezing stond mijn moeder plotseling op en begon mij te bedanken. Dat had de organisatie haar gevraagd en zo gebeurde het dat ik ten overstaan van oud dorpsgenoten door mijn 90-jarige moeder nog eens in het zonnetje werd gezet met het boek erbij. Het jaar kan niet meer stuk!

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 69e blog. Over een maand verschijnt de 70e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Dingen

‘Ik zoek vaak lang naar de essentie van iets, en als ik die vind, ben ik redelijk gelukkig’. Aan het woord is kunstenaar Jeroen Henneman die dit jaar 80 is geworden en aan wie een expositie is gewijd in museum Kranenburgh in Bergen (NH). Een verrassende expositie, zeker als je niet zo goed bekend bent met het werk van Jeroen, want zo noem ik hem inmiddels. Hij heeft bijvoorbeeld een kopje neergezet op een plankje waar een lepeltje boven zweeft. Scheef. Dusdanig dat ik mij ga afvragen, hoe heeft hij dat lepeltje scheef opgehangen? En ik niet alleen, want ik zie vele mensen aandachtig zijn kunstwerken bestuderen om te zien hoe hij het precies heeft gedaan. Ze bukken zich om de onderkant te bestuderen, proberen de achterkant te bekijken en alleen al het gedrag van de museumbezoekers is de tocht naar het museum meer dan waard. Jeroen heeft ook een pen gemaakt die met de punt vastzit aan een opgerold stuk ijzerdraad zodat deze min of meer in de lucht hangt. ‘Het leven der dingen’ heet de expositie en dat is een titel die de lading goed dekt. Want dingen krijgen een (ander) leven en dat gun ik die dingen van harte. En ik gun het mezelf, want hierdoor ga ik weer anders tegen dingen aankijken en krijgen ze soms een heel ander leven. Ik ben benieuwd of dat te leren is: anders tegen dingen aankijken. Als ik dat intyp op google krijg ik een tsunami aan informatie over rationeel denken, stress hanteren, stoppen met piekeren en andere zaken die met geestelijk welzijn te maken hebben, maar dat bedoelt Jeroen niet. ‘Dat je op zoek bent naar het één, en iets anders ontdekt’, zo verklaart hij zijn uitvindingen. Maar waar hij dan naar op zoek is verklapt hij de lezer niet. Gelukkig maar. Anders zouden we wellicht allemaal in het museum onze dingen exposeren en wie komt er dan nog kijken? Klaarblijkelijk moet je wel ergens naar op zoek zijn om vervolgens iets anders te vinden. ‘Ik wil als kunstenaar geen onbekende taal spreken’, zegt Jeroen en daarom zoekt hij naar voorwerpen die voor iedereen een gemeenschappelijkheid hebben: kopjes, lepeltjes, borden, zeg maar alles wat in de afwasmachine kan. En nog veel meer. Mooie missie voor het nieuwe jaar.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn laatste blog dit jaar. Over een maand verschijnt de volgende. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Kennismaking

Enkele maanden geleden belde ik een huisartsenpraktijk bij ons in de buurt met de vraag of we ons konden inschrijven als nieuwe patiënten. We waren immers verhuisd en dan is een huisarts in de buurt wel zo makkelijk. Ik was bereid tot een kennismaking, stelde dat ook voor, maar die belangstelling was niet wederzijds. ‘Dat kan wel als u hier voor de eerste keer komt’, werd mij verteld. Ook goed, wie zijn wij om iets te willen wat de huisarts niet wil? Bovendien, wat zeg je tegen een huisarts als je geen klachten hebt? ‘Nog hobby’s? Woont het een beetje leuk hier in Friesland?’ De huisarts zal hetzelfde probleem hebben als hij/zij een patiënt zonder klachten tegenover zich heeft zitten. ‘Dus, helemaal uit Arnhem hier naartoe gekomen?’ Dat gesprek bleef ons nu bespaard, maar van inschrijven was na enkele maanden ook nog niks gekomen. Dus togen we deze week naar onze aanstaande praktijk, we waren toevallig in de buurt, om bij de balie eens te informeren hoe alles reilt en zeilt. Op die manier organiseerden we toch stiekem onze eigen kennismaking. De balie bleek onbemenst, er was ook geen belletje zoals je bij andere balies wel eens ziet, dus we keken wat om ons heen. Er stond een soort afwasteiltje op de balie met een sticker waarop ‘urines’ stond. Ernaast stond een bak met lege urinepotjes. Hier kon je een potje meenemen, vol laten lopen en weer inleveren, zo concludeerde ik. Na verloop van tijd werden we iemand gewaar achter het glas die ons ook zag staan en door haar werkruimte riep:  ‘Kan er iemand naar de balie komen?’ Een jonge assistente vroeg wat ze voor ons kon doen en ik vertelde in welke naburig dorp we sinds enkele maanden woonden en vroeg hoe we ons konden inschrijven. ‘We gaan even kijken of dat kan’, zei ze gedecideerd. ‘Wat is uw postcode?’ Aan de telefoon bleek de woonplaats genoeg, nu moest ook de postcode erbij. ‘Ja, dat kan wel’ zei ze, nadat ze in een mapje had zitten bladeren. ‘Nou welkom, hier heb ik twee inschrijfformulieren die u helemaal moet invullen. Ook de achterkant’ en ze draaide het blaadje om. Dan kunt u die bij ons weer inleveren’. ‘Kan het ook via de post?’ vroeg ik naar de bekende weg. Dat kon ook. Euforisch liepen we weer naar buiten. Nu nog de formulieren invullen en wachten tot we klachten krijgen. De ervaringen uit het verleden bieden natuurlijk geen garanties voor de toekomst, maar het zou zomaar nog jaren kunnen duren voordat we hier weer op de stoep staan, dus die kennismaking zou weinig zin hebben gehad. Ik vouwde de inschrijfformulieren zorgvuldig op en stak ze in mijn zak. Ben erg benieuwd wat ze allemaal willen weten.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 67e blog. Over een maand verschijnt de 68e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Zweven

Toen ik vorige week door Utrecht liep op weg naar een restaurant, keek ik goed om mij heen om de beroemde bushokjes met eigen ogen te aanschouwen. In de trein er naartoe had ik een hilarisch verhaal gelezen over deze Utrechtse bushokjes, wat erop neerkomt dat de bankjes van de nieuwe bushokjes twee poten hebben, terwijl in het programma van eisen stond dat ze zwevend moesten zijn. Het bedrijf dat een zwevend bankje had ontworpen was niet geselecteerd en zag nu dat de bankjes helemaal niet zwevend waren. Dan zou ik ook op hoge poten naar de Utrechtse bestuurders stappen. Hebben ze hun best gedaan om een zwevend ontwerp te maken, dat ingewikkelder en klaarblijkelijk ook duurder is dan niet zwevend, en dan zie je dit.

In plaats van excuses aan te bieden en een schadevergoeding te betalen, ging Utrecht een juridisch gevecht aan over het woord ‘zwevend’. Het bankje met pootjes werd zwevend genoemd omdat deze ‘bevestigd waren aan de staanders die de achterwand dragen’. Typisch kletspraat van een advocaat die toch iets moet opschrijven. ‘Nee’, zegt de tegenpartij, ‘er moet minimaal 90% vrije ruimte onder het bankje zijn om van zwevend te mogen spreken’. En zo belanden we in een klucht die leuker is dan Utrecht had durven denken. Maar ook triester, want uiteindelijk lijkt het erop dat Utrecht dit gevecht gaat verliezen en verdwijnt er een hoop gemeenschapsgeld in onbedoelde zakken.

Helaas heb ik de bushokjes niet aangetroffen op mijn wandelroute. Ik liep ook door de binnenstad en daar rijden geen bussen. Toen ik met gevulde maag de trein terugnam naar Friesland, miste ik in Groningen mijn aansluiting naar Grijpskerk. Die lijn is ooit aanbesteed en wordt niet door de Nederlandse Spoorwegen gerund. De afspraak bij de aanbesteding was dat ze vooral op tijd zouden rijden. Dus niet twee minuten wachten op een vertraagde intercity uit Utrecht, vol gas het Groningse land in. Kunnen we niet gewoon stoppen met aanbesteden? Of op z’n minst niet uitbreiden, zoals nu dreigt te gebeuren.

Ik heb lekker een uurtje in een Gronings bushokje zitten wachten op de volgende trein. En verdomd, toen ik naar beneden keek had het bankje gewoon pootjes!

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 66e blog. Over een maand verschijnt de 67e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Uitgever

De uitgever meldde mij ongeveer een half jaar geleden dat ik het manuscript van mijn fietsboek uiterlijk 31 mei zou moeten inleveren: dan zou het productieproces niet in gevaar komen. Dat klonk erg professioneel en aangezien ik dat ook graag wilde zijn, deed ik braaf wat er van mij gevraagd werd. Toen ik twee weken na inlevering nog niks had gehoord, mailde ik mijn contactpersoon. Die bleek op vakantie te zijn en zou begin juli weer terugkomen. ‘Dan zou hij wel contact opnemen’, zo werd mij gezegd. Dat leek mij te makkelijk en paste ook niet in het professionele beeld dat ik van de uitgever had opgebouwd. ‘Waarom moest ik dan mijn manuscript al inleveren?’, vroeg ik verbaasd. Ja, dat wist ze ook niet, ‘maar het zou allemaal goedkomen’, zo verzekerde ze mij. Niet dat ik daaraan twijfelde, het ging mij om het principe. De auteur aan het werk zetten en zelf op vakantie gaan. Natuurlijk kwam het allemaal goed en sta ik nu ineens te boek als schrijver. Want inmiddels is het boek uit en lig ik overal in alle winkels te wachten op enthousiaste kopers. Althans dat verbeeld ik mij, dat alle boekhandels nu een stapeltje Fossens in de winkel of -nog beter- op de toonbank hebben liggen. Dat iedereen in de trein een fietsboek aan het lezen is, en dat alle praatprogramma’s gaan over fietsen en grenzen. En dat ik natuurlijk platgebeld word en uitnodigingen moet afslaan voor lezingen in bibliotheken en andere zaaltjes. Maar die hoop blijkt ijdel te zijn. Van een aantal mensen hoorde ik dat het boek niet aanwezig was, dat het besteld moest worden, dat het een dagje later zou komen, etc. Sommigen hadden het al wel te pakken, terwijl ik het zelf nog niet eens in het echt heb gezien. Toch maar even de uitgever aan zijn jasje trekken. Sturen ze eigenlijk niet meteen een kruiwagen vol naar de auteur?

Kortom, ik leer de laatste tijd veel over uitgevers, flapteksten, prijsbepaling, distributie en mijn eigen ego natuurlijk. Want die komt soms erg nadrukkelijk om de hoek kijken en het valt niet altijd mee die weer even in zijn hok te stoppen. Maar verder gaat het goed, voelt het fijn, en wacht ik rustig af tot de uitnodiging voor het boekenbal op de mat valt en wij in vol ornaat zwierig over de rode loper banjeren om alle schrijversvrienden in de armen te vallen.

Met dank aan denkFrank

Dit is mijn eerste boek. Over een maand verschijnt de 66e blog. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Vliegen

Als ik in de vroege ochtend naar buiten kijk zie ik optrekkende mist boven een weiland met koeien. Daarachter vaart een boot over het Van Starkenborghkanaal. Die vaart naar Groningen en het kanaal is een onderdeel van de vaarweg tussen Lemmer en Delfzijl. Er loopt een fietspad langs dat ik al enkele keren heb verkend en dat uiteindelijk ook in Groningen uitkomt. Als ik naar links kijk zie ik een trein aankomen die van Groningen naar Leeuwarden onderweg is. Het is een blauw exemplaar van Arriva, die mooi kleurt met het groen van de weilanden. Kortom, ik kijk naar een plaatje. En zoals elk plaatje heeft deze ook een keerzijde. De welig tierende natuur is mooi om te zien, maar lastig om te onderhouden als het onderdeel uitmaakt van je eigen erf: het groeit maar door. Dan zijn er de vliegen die klaarblijkelijk ook van de natuur houden. Ook zij zijn in grote getale aanwezig en hoewel ik er niet direct last van heb, is het geen fraai gezicht als er 10 van die beesten rond mijn koffiezetapparaat zwermen. Muggen is een groter probleem, vooral als ze mij ’s nachts uit de slaap houden. Iedereen kent dat fenomeen, maar de mate waarin heb ik nog niet zo sterk meegemaakt als de laatste weken. Dat hebben ze ons niet verteld van tevoren en we scharen het gemakshalve maar onder de verborgen gebreken. Inmiddels staat er een stofzuiger naast het bed en doe ik voor het slapen een rondje muggen. Want ja, een mug doodslaan met een krant geeft van die vervelende vlekken op de net gesausde muur. En hoewel er horren zijn geplaatst, zien sommige slimmeriken toch kans binnen te glippen en ons het slapende leven zuur te maken. Gelukkig gaan de muggen volgende maand langzamerhand in hun winterslaap, dus het probleem is tijdelijk. Als ik in Friesland over muggen praat, dan denken zij dat ik het over vliegen heb. Zij noemen vliegen miggen en dat lijkt weer op muggen. Vliegen steken dus in hun beleving. En muggen noemen zij weer neven. Kortom, de verwarring is compleet als ik ’s avonds de stofzuigerslang ter hand neem en aan mijn Friese wederhelft uitleg wat ik aan het doen ben.

Het praatje over de heg is meestal met buurvrouw koe. Ze zegt weinig terug en is vooral bezig om het gras te verteren en zich de vliegen van het lijf te houden. Of de muggen, dat weet ik even niet. Ze onderbreekt ons gesprek ruw door weer gewoon te gaan grazen. Morgen is er weer een dag, zo lijkt ze mij te willen zeggen. Hoi. Typisch Fries.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 64e blog. Over een maand verschijnt de 65e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Waarde

Binnenkort komen de verhuizers om al onze spullen naar Friesland te brengen. Als ik nu naar rechts kijk, zie ik een fraai kerkgebouw, mooie rode daken en fier oprijzende schoorstenen. Dat uitzicht ga ik straks missen, althans, ik ga het niet meer zien. Of ik het ga missen is nog maar de vraag, want het uitzicht daar komt ervoor in de plaats: bomen, weilanden, koeien, schapen. Veel natuur of wat daar voor moet doorgaan. In de verte boten die richting Groningen varen en treinen richting Leeuwarden.

We hebben grote schoonmaak gehouden en veel spullen weggedaan. Wat moet ik met een studieboek over de financiering van de zorg uit 1986 op het Friese platteland? Een boek dat al jaren in een doos zit verdwijnt rechtstreeks in de papierbak. Meer discussie levert een fles op met echte centen erin en omwikkeld met papier maché, dat ik op de lagere school heb gemaakt en oranje heb geverfd. Die fles is al vele keren meeverhuisd maar nu vraag ik mij toch echt af wat ik ermee moet. In de flessenhals zit een opgevouwen briefje met een overzicht van de jaren wanneer de centen zijn gemaakt. 1963, 2 centen, 1964 7 centen, enzovoorts. Een mooie illustratie van mijn spaarcapaciteiten, maar het bleek iedere keer te weinig te zijn om een leuke aankoop mee te financieren. Dus erg nuttig is het nooit geweest, maar waren dat soort zaken nou juist niet van veel waarde?

De grootste uitdaging straks is: waar zetten we wat neer. Daar moeten we vooraf over nadenken want de verhuizers doen dat niet. En we kunnen niet alles op zolder laten zetten en dan later maar kijken hoe we het gaan verdelen. Dus is er een plan om met ruitjespapier de vertrekken na te tekenen, de meubels op schaal uit te knippen en te kijken waar we wat kunnen plaatsen. Dat plan is er al maanden, maar eerst was er nergens ruitjespapier te vinden en daarna waren er steeds belangrijker dingen te regelen, zoals nieuwe wc potten uitzoeken, muren sauzen en sinds kort pruimen plukken uit onze zwangere pruimenboom. En zo nadert het moment van de waarheid, vergelijkbaar met de mailtjes die je krijgt als je online iets bestelt: ‘het pakket is ingepakt en staat klaar voor verzending’, gevolgd door ‘het is aangeboden aan de bezorger’ en zo nog minimaal drie andere zinloze berichten waarop ik telkens denk: kom het nou maar gewoon brengen. Zo zal het met de verhuizing ook wel gaan en ik vermoed dat de fles met centen toch weer ergens zal opduiken in Friesland.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 63e blog. Over een maand verschijnt de 64e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Erg

Defensiedeskundige Rob de Wijk zegt in een intrigerend interview in de Volkskrant dat er ‘niks ergs’ is gebeurd als blijkt dat twintig mensen door een bomaanslag om het leven zijn gekomen in Afghanistan. Hij was daar voor z’n werk en reed in een gepantserde auto toen een bom, die voor hen was bestemd, 50 meter achter hen insloeg. ‘Ik kan niet met iedereen compassie hebben’.

Natuurlijk heeft hij een punt en natuurlijk vindt hij het verschrikkelijk wat er in oorlogsgebieden gebeurt, maar ‘op zo’n moment telt alleen dat jij er doorheen bent gekomen’, zo zegt hij. Dat is de mentaliteit van een sporter en dat blijkt hij ook geweest te zijn. Bij het wedstrijdzeilen heeft hij geleerd heel hard voor zichzelf te zijn, en voor de buitenwereld.

Eenzelfde mechanisme deed zich voor toen ik deze week op de snelweg reed richting Friesland en hoorde over boerenprotesten op de A7 tussen Heerenveen en Groningen. Door een eerdere afslag te nemen dan gebruikelijk heb ik de file kunnen ontwijken en is mij ‘niks ergs’ overkomen, terwijl vele anderen verderop op de A7 achter een aantal tractoren sukkelden en niet op tijd achter de aardappels zaten. Hiermee wil ik het leed van filerijders niet gelijktrekken met twintig doden, want daar gaat het nu niet om. Vaak is dit een kwestie van pech of geluk en dat is nou eenmaal niet gelijk verdeeld. Hoewel, ook de andere weggebruikers hadden toegang tot dezelfde file-informatie, dus waarom zij toch doorreden over de snelweg is mij een raadsel.

Rob de Wijk zet makkelijk de knop om, zo zegt hij. Daardoor ligt hij nergens wakker van. Nou wil ik mij niet met hem vergelijken, maar ergens wakker van liggen overkomt mij ook niet zo snel. En áls ik al eens wakker lig, dan weet ik meestal niet waarvan. Híj zou tenminste nog een goede reden hebben en daarom is het des te knapper dat hij die knop zomaar even kan omzetten. Niet dat hij zich daarop laat voorstaan, want deze geharnaste instelling heeft ook nadelen, zo zegt hij. Even knuffelen met de kleinkinderen blijkt knap lastig voor hem te zijn. Zou daar dan ook niet een knop voor zijn?

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 62e blog. Over een maand verschijnt de 63e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Bankgeheimen

Vorige week haperde de app van mijn bank en kon ik geen bankzaken meer regelen met mijn telefoon. Ik kreeg de melding dat ik mij naar een bankgebouw moest begeven om de zaak weer vlot te trekken. Het adres werd er bijgegeven dus de volgende dag parkeerde ik mijn fiets bij het welbekende gebouw, dat ik al jaren niet meer had bezocht. Nietsvermoedend liep ik naar binnen en kwam in een lounge-achtige omgeving terecht met een koffiecorner en leuke zitjes, terwijl ik een loket had verwacht met glas en een man met stropdas. Dus ik liep weer even naar buiten om te zien of ik het goede gebouw was binnengewandeld en dat bleek inderdaad het geval. Binnen werd ik door een glimlachende host welkom geheten en ze vroeg waarvoor ik kwam en of ik koffie wilde. Ja, graag! Ik legde mijn probleem uit en mocht plaats nemen op één van de bankjes, er zou iemand naar mij toe komen. Vol verwachting klopte mijn hart hoe dit avontuur zou aflopen. Na enige tijd kwam er een man naast mij op de bank zitten, met laptop en zonder stropdas. Hij had koffie meegenomen, waarschijnlijk had de host hem dat verteld want hij wist ook al wat mijn probleem was. ´Dus u komt er niet meer in?’ zei hij luchtig en stelde zich vervolgens voor. Om te verifiëren wie ik was wilde hij mijn paspoort en bankpasje zien. Hij rommelde wat op zijn laptop en liet mij de pincode van mijn bankpasje invoeren. Na enige tijd zei hij dat het probleem was opgelost en ik er weer in kon. ‘Ja, maar’ begon ik, want ik kreeg nu het gevoel dat ik min of meer voor niks deze reis had ondernomen, ‘wat heb ik eigenlijk verkeerd gedaan?’ vroeg ik om er zo toch nog wat van te leren. ‘Oh niks hoor, u heeft waarschijnlijk een paar mailtjes gemist en dan stopt het systeem op een gegeven moment’. Ik wilde eerst nog terugzeggen dat ik nooit mailtjes mis, maar realiseerde mij net op tijd dat dat niet geldt voor de berichten van mijn bank in de app. Dat zijn vaak nieuwe incassomachtigingen, kwartaalrapportages of jaaroverzichten waar ik meestal niet erg nieuwsgierig naar ben. Dus mogelijk had deze meneer gelijk en heb ik ze gemist. Ik bedankte hem voor de moeite en nam nog even de tijd om mijn koffie op te drinken waar ik niks voor heb hoeven betalen. Je snapt niet waar zo’n bank het van doet.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 61e blog. Over een maand verschijnt de 62e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Betrouwbaar

Op 1 april ontving ik een brief van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) of ik een vragenlijst wilde invullen. Ik ben nooit zo dol op vragenlijsten, maar hier bleek ik niet omheen te kunnen want deze was verplicht. Ik legde de brief weg in de hoop dat ze mij zouden vergeten, maar nee, enkele weken later kwam er een herinneringsbrief met de vriendelijke veronderstelling dat de brief mogelijk aan mijn aandacht was ontsnapt en daar stond wederom in dat het verplicht was. Ik zocht het even op en ja, als ondernemer ben je volgens de CBS-wet inderdaad verplicht mee te werken. Schoorvoetend nam ik plaats achter mijn laptop, vulde gebruikersnaam en wachtwoord in die in de brief stonden en kreeg een foutmelding. Of ik het later nog eens wilde proberen. Dat deed ik natuurlijk want ik begon er langzamerhand zin in te krijgen en had er wat tijd voor ingeruimd. Helaas, weer een foutmelding. Na de derde keer gaf ik het op en wilde ik het CBS een mail sturen dat ik het echt had geprobeerd, maar etc. Dat leek mij bij nader inzien niet geloofwaardig want ja, dat kan iedereen wel zeggen zouden ze mij dan terugmailen. Leer mij de overheidsinstanties kennen. Dus de volgende dag probeerde ik het opnieuw en dit keer lukte het. Ik kwam in de vragenlijst en één van de eerste vragen was waarover mijn adviezen gingen, want ze hadden begrepen dat ik een Pr en advies bureau runde. Ging het over personeelsmanagement? Nee. Over financiën? Nee. Over sales en marketing? Nee. Omdat er geen vrije tekst was kon ik mijn ei nergens kwijt. En toch moest ik iets kiezen, want anders kon ik niet door met de rest van de vragen. Prima, dan gaan mijn adviezen toch over sales en marketing. Ook bij andere vragen waren er categorieën waar mijn ei niet in paste dus ik riep maar wat. Het begon echt lollig te worden tot er een vraag kwam over omzet en kosten die ik wél kon beantwoorden, maar inmiddels was ik zo op dreef dat ik ook hier zomaar wat riep. Ik zat behoorlijk in de flow en zag dat ik nog een paar vragen te gaan had. Het eind van het liedje was dat ik de vragenlijst kon opslaan en downloaden voor mijn eigen administratie, maar dat leek mij overbodig. Ik ondertekende digitaal en wenste het CBS veel succes met de analyse. Want dat is wat er gebeurt, het CBS verwerkt en analyseert de gegevens tot ‘algemene economische statistieken die openbaar toegankelijk zijn’. Dit gebeurt gelukkig onder strikte geheimhouding. De gegevens van mijn eenmansbedrijf zijn later dus niet te achterhalen. Kijk dat doen ze nou weer goed bij het CBS. Ben heel benieuwd wat ik er in de krant nog eens over teruglees.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 60e blog. Over een maand verschijnt de 61e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via: