Voor het geval dat

In het boek Jouw gezicht morgen leer ik een Spanjaard kennen die in Engeland voor een geheime organisatie werkt. Het is zijn taak om te onderzoeken wat mensen in de toekomst zullen doen. Wat er met zijn rapporten en adviezen gebeurt is hem niet bekend, evenmin voor wie ze in laatste instantie zijn bestemd of waar ze precies toe dienen. Soms denkt hij dat ze alleen maar gearchiveerd worden, voor het geval dat.

In de sector waar ik werkzaam ben gebeuren veel zaken ‘voor het geval dat’. Risico’s in kaart brengen en uitsluiten of op z’n minst verminderen. Op zich een mooi streven totdat het middel tot doel wordt verheven. In een huisartsenpraktijk wordt de temperatuur van de koelkast bewaakt zodat de medicatie voldoende gekoeld blijft. Een gewone thermometer is meestal niet voldoende omdat je niet weet hoe de temperatuur tussen twee metingen is geweest. Stel de stroom valt tijdelijk uit? Voor het geval dat moet je dus een andere, bijv. een digitale thermometer aanschaffen. Die kun je ‘uitlezen’. Daar kunnen wij dan de aandacht op vestigen. Het is echter van belang dat de huisartsen zelf bepalen welke risico’s zij zien. De thermometer blijft een middel. Ieder uur op de gewone thermometer kijken, ook ’s avonds en in het weekend, is ook prima. We kunnen hen daarop bevragen en dat is nuttig, maar steeds meer hebben we de neiging om hen een middel voor te schrijven.

Huisartsen lossen liever een probleem op. Dat zijn ze gewend. Daar zijn ze goed in. Er dient zich iemand aan met buikpijn en zij kijken wat ze kunnen doen. Vaak is dat voldoende, soms schiet het tekort en is het goed wat meer te anticiperen. Dat kun je leren.

In Jouw gezicht morgen beschrijft de auteur dat vroeger elke reiziger die een bezoek bracht aan de Verenigde Staten de vraag werd gesteld of hij van plan was de president van dat land naar het leven te staan. Niemand gaf ooit een bevestigend antwoord op die vraag, behalve voor de grap. De reden van die vraag was blijkbaar dat, mocht iemand op het idee komen een aanslag te plegen op de president, aan de belangrijkste tenlastelegging die van meineed kon worden toegevoegd. De vraag werd dus gesteld voor het geval dat.

Mij werd ooit gevraagd of ik male of female was toen ik de VS inging. Ik moest er om lachen, maar dat bleek niet de juiste reactie te zijn. Ze wilden volgens mij weten of ik er ook als man weer uit zou gaan. Terecht. Stel je voor.

Uit: 1000 PINGUÏNS
Door: WASCO

Dit is mijn 29e blog. Over een maand verschijnt de 30e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Hoe groot is uw doos?

‘Hoe groot is uw doos?’ vroeg ze. ‘Ik heb geen doos’, antwoordde ik. ‘Toch heb ik de afmetingen nodig’.

Ik was in gesprek met een mevrouw van de service balie van KLM. Ik wil mijn fiets mee in het vliegtuig en daar moet een doos omheen. Ik zei dat het een gewone herenfiets was, maar daar nam ze geen genoegen mee. ‘Als uw doos niet de juiste afmetingen heeft, dan kunnen ze moeilijk gaan doen’, zei ze dreigend. Wie ‘ze’ zijn liet ze in het midden.

Aan de vooravond van een lange fietstocht langs de Donau ben ik alvast mijn terugtocht aan het regelen. Ik vlieg volgende maand van Boedapest naar Amsterdam. In Boedapest zijn geen dozen te koop, zoals op Schiphol. ‘Dus ik moet naar de Hongaarse supermarkt om dozen te verzamelen die ik om mijn fiets knutsel?’, vroeg ik haar. Zover ging de service niet want ze leek niet bereid mee te denken hoe ik dit varkentje zou kunnen wassen. Je moet het allemaal maar zelf uitzoeken.

Bij dat soort momenten kijk ik reikhalzend uit naar het nieuwe boek van Rutger Bregman ‘De meeste mensen deugen’. Daarin breekt hij met het idee dat mensen van nature egoïstisch, paniekerig en agressief zijn. Hoewel we bijna allemaal het tegenovergestelde denken, blijken de meeste mensen te deugen en dat komt bij rampen het meest duidelijk naar boven: we zijn hulpvaardig, kijken om naar de zwakkeren en zijn zelfs bereid ons leven te geven. Dat is nog eens wat anders dan de ‘vernistheorie’ waarin de beschaving maar een dun laagje zou zijn dat bij het minste of geringste zou barsten. Het is precies andersom: juist als de bommen uit de lucht vallen of de dijken breken, komt het beste in ons naar boven.

Inmiddels was mij duidelijk geworden dat in het vliegtuig de trappers eraf moeten, het stuur scheef en het voorwiel eruit. Anders past de fiets sowieso niet in de doos die maximale afmetingen kent. Daar is gereedschap voor nodig. Dat ga ik meenemen, zodat ik niet afhankelijk ben van de Hongaarse servicebalie in Boedapest. Het grote genieten kan beginnen: de bron van de Donau opzoeken en mij mee laten voeren stroomafwaarts door lieflijke landschappen, mooie steden, leuke pinguïns en beroemde kerkjes die ik van mijn moeder allemaal moet bekijken want ‘daar kun je niet zomaar aan voorbij gaan’. Dat advies sla ik grotendeels in de wind omdat ik hoop al fietsend te kunnen mijmeren over het mooie idee dat alle mensen deugen. Of dat lukt weet ik niet want ja, die doos.

Uit: 1000 PINGUÏNS
Door: WASCO

Dit is mijn 28e blog. Over een maand verschijnt de 29e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Pauzeren kun je leren

De laatste tijd zit ik nogal eens in de tuin te luisteren naar het fluitend vliegverkeer. Boek op schoot, thee onder handbereik en peinzend over wat er nou weer gebeurt, in dat boek. Gedachten dwalen dan gauw af en voor je het weet zit je in een ver buitenland met een aantrekkelijke vrouw aan een pina colada te lurken. Gauw weer terug naar het boek en zo vliegen de mooie momenten voorbij. Tot er zich even later weer zo’n moment aandient en ik heel mindful probeer alleen maar naar die fluiters te kijken en nergens anders aan te denken. Dat lukt maar zelden. Om het stadium van verlichting te bereiken heb ik nog wel even nodig.

Als je er de boeken op naslaat, blijkt iedere keer weer hetzelfde: af te toe rust nemen na gedane arbeid. Soms zelfs heel specifiek: neem 17 minuten rust na 52 minuten geconcentreerd werken. En ga dan even kletsen met collega’s, koffie pakken, de wc bezoeken. En vooral geen Fb checken. Maar ja, deze tips zijn bedoeld om productiever te worden en minder tijd te verlummelen. Ik zie geen tips staan hoe je je niet productieve periode (lees: vakantie) zo goed mogelijk kunt invullen. Ik heb een vriend die het liefst de hele vakantie zijn huis verft: ’s morgens ontbijten, twee uur schilderen, koffie, anderhalf uur schilderen, lunch, etc. Dat vaste ritme bevalt hem uitstekend en ‘s avonds leest hij dan een boek of luistert naar het fluitend vliegverkeer.

De Benedictijnen hadden het al langer door, waren zij niet degenen met de vaste ritmes die alles uit hun handen lieten vallen als het uur daar was en de klokken luidden?

Pauzeren is altijd een beetje behelpen. Ineens moet je van je vertrouwde stoel opstaan, een praatje maken, koffie drinken met als doel om daarna weer productief aan de gang te gaan. Net zo goed is vakantie een hinderlijke onderbreking van de leuke bezigheden die je buiten de vakantie om omhanden hebt. Maar niet getreurd, er valt nog heel wat te leren op dat vlak. Zelf heb ik veel profijt gehad van het lied van Gé Reinders (klik hier) en dankzij hem ‘geit dao ’n waereld veur mich aope’. Bedankt Gé en zelf ook een mooie zomer!

Uit: 1000 Pinguïns
Door: WASCO

Dit is mijn 27e blog. Over een maand verschijnt de 28e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Geduld is geen schone zaak

Wandelen is het nieuwe roken. Nee, wandelen is het nieuwe zitten. Of nee, zitten is het nieuwe roken. Ik raak altijd in de war met dit soort uitspraken. 60 is het nieuwe 50. Ja, nou en, wat wil je nou eigenlijk zeggen? Dat ik dik ben? Beetje ongeduldig word ik ervan. Steeds vaker ook.

Zo stond ik laatst bij de kassa van een supermarkt. De dame voor mij had haar boodschappen op de band gelegd, maar er geen dingetje achter gelegd zodat duidelijk was dat haar boodschappen daar eindigden. Ik had geen zin om dat voor haar te doen, ze was zo druk met haar telefoon. Moet ze maar beter opletten. Ik deponeerde mijn boodschappen achter die van haar met dáárachter wel zo’n dingetje. Ik was benieuwd of ze het zou opmerken. Dan zou ik goed bezig zijn en had zij er wat van kunnen leren. Maar nee, het was de kassajuffrouw die haar vroeg of mijn boodschappen er ook bij hoorden. Ze keek, ze antwoordde nee en ging door met het inpakken van haar boodschappen. Gemiste educatieve kans. Met totaal andere dingen bezig. Ik had mijn boodschappen nóg dichter achter die van haar moeten leggen, dacht ik recalcitrant. Volgende keer beter.

Of ik sta bij met de fiets bij een stoplicht die aftelt: een serie lampjes wordt cirkelgewijs langzaam minder en als er nog drie brandende lampjes overblijven, gaat het tempo van aftellen ineens omlaag: tergend langzaam naar twee, één en tenslotte mag je rijden. Ik ben in staat een brief naar de gemeente te schrijven om dit aan te kaarten. Dat dit een typisch geval is van fietsertjes pesten. Achter welk bureau is dat verzonnen en met hoeveel plezier?

Dat ongeduld speelt zich allemaal af in mijn hoofd. En ik koester dat. Veel vrienden heb ik er nog niet mee gemaakt. Wel verwacht ik met deze mini-acties de  wereld een beetje mooier te maken. Het schiet alleen nog niet zo op. Ik heb meer talent voor dit soort initiatieven dan zitting te nemen in een actiegroep.

Weten is het nieuwe leren. Nee, weten is het nieuwe wachten. Of nee, wachten is het nieuwe leren. Of je worst lust.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 26e blog. Over een maand verschijnt de 27e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Liefde is niet wat het lijkt.

Gisteren hebben we een theatervoorstelling bezocht: Noem het maar liefde van Toneelgroep Maastricht. In de aankondiging schrijven ze ‘Op het terrein van de liefde is alles mogelijk. Het is de enige plek waar de mens echt vrij is en kan zijn wie hij had willen worden’. Een poëtische zin. Om te vervolgen met ‘De liefde is immers een fictie die zich niets aantrekt van de werkelijkheid’. Bam. De voorstelling was een formidabele en muzikale theaterervaring waarin liefde, wanhoop, lust en genegenheid met elkaar streden.

Vandaag gaan we naar een andere voorstelling, de crematie van een goede vriendin. We kennen haar al 35 jaar. Ik heb nog met haar gelift naar Salamanca, waar we een cursus Spaans hebben gevolgd. Nu heeft ze het moeten afleggen tegen kanker. Ook de dood is een fictie die zich niets aantrekt van de werkelijkheid. Want ze leeft door op haar manier. In onze gedachten. ‘Rouw en liefde zijn voor altijd met elkaar vervlochten’, zei Nick Cave vorige week nog in de Volkskrant.

Morgen gaat de voorstelling weer door, hoe onwaarschijnlijk ook. Gaan we naar de markt om groenten te kopen. Kunnen we terugdenken aan de mooie momenten. Zien we de urn van een plots overleden hond op de schoorsteenmantel. Of besluiten we onze eigen route te volgen en te stoppen met de studie. Noem het maar liefde.

We vieren de voorstelling. Niets is wat het lijkt, zeiden de acteurs. Er zijn lichtpuntjes te zien bij de uitslag van de Europese verkiezingen. Het blijkt dat je in een verpleeghuis niet alleen achteruit, maar ook vooruit kunt gaan. En er zijn mensen jarig vandaag! We dansen, we kijken omhoog Sammy en het lied Ain’t no slave van Dig Daddy Wilson kan daarbij helpen. Met als ondertitel: A tribute to all the women and men who are courageously fighting for freedom. Speciaal voor jou. Goede reis!

Uit: 1000 PINGUÏNS
Door: WASCO

Dit is mijn 25e blog. Over een maand verschijnt de 26e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Reken maar uit

Dit is mijn 24e blog. Dat betekent dat ik nu twee jaar blog. Iedere maand één, dus reken maar uit. Aan stoppen denk ik niet. Wel aan vernieuwen. Nee, nee, niet vloggen. Dat is teveel beeld. Wel ga ik consequent een plaatje bij mijn tekst plakken. Ik heb toestemming gevraagd en gekregen van de maker van het prachtig vormgegeven boek 1000 PINGUÏNS. Met de toepasselijke uitspraak op de 1e bladzijde: Pinguïns zijn Cool.

Toen ik onlangs een huisartsenpraktijk bezocht om te kijken of alles daar ook een beetje Cool was, raakte ik in gesprek met de huisarts. Hij had mijn website bekeken en vond de pinguïns fascinerend. Of het keizer- of koningspinguïns waren? Tja.

Hij wilde nog eens naar Antarctica. ‘Eerst naar Antarctica en dan sterven’, zei hij poëtisch. Verder niks over de mooie teksten of de visie op kwaliteit, het ging enkel over de pinguïns. Gelukkig maar. Over protocollen en procedures was al genoeg gezegd. Het beeld bepaalt.

Vandaag is het vanwege de pinguïns toch een beetje feest. Koninginnedag, tenslotte. Ik moet nog steeds wennen aan het woord koningsdag. En aan de datum. Zal wel met leeftijd te maken hebben. Het scheelt drie dagen, maar toch. Heb mij deze koningsdag afzijdig gehouden van alle feesten en partijen en ben keihard gaan fietsen. Over Goeree Overflakkee. Goeree Overflakkee? Ja, Goeree Overflakkee. Daar was het stil, saai en winderig. Heerlijk gefietst, het hele eiland rond. Vele kilometers (reken maar uit) en geen pinguïn gezien.

Onlangs las ik het bericht dat bijna drie procent van Antarctica ’s gletsjers bestaat uit pinguïnplas. Dat wist die huisarts dan weer niet. Het bleek ook niet te kloppen, maar dit terzijde. Ze plassen niet, ze persen een wit, yoghurtachtig goedje uit. Die drie procent zou alleen kunnen als iedere pinguïn per dag ruim 9000 kg ontlasting produceert. Reken maar uit.

Hoe dan ook, ik ben blij met de pinguïns. Het geeft een zonnige kijk op het leven. Waarom pinguïns zo Cool zijn hebben ze in het volgende filmpje mooi weergegeven.

En met 1000 pinguïnplaatjes kan ik nog 83 jaar vooruit. Dan ben ik 139.

Uit: 1000 PINGUÏNS

Door: WASCO

 

Dit is mijn 24e blog. Over een maand verschijnt de 25e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

 

Deel dit via:

Op gevoel

‘Dat doe ik op gevoel’ zei mijn fietsenmaker die de derailleur had bijgesteld omdat de trappers regelmatig doorschoten. Hij had enkele dagen geleden de ketting en enkele bladen vervangen, deze moesten zich nog een beetje zetten, zo zei hij. Ik had vertrouwen in deze man, er was een klik, ik had deze fietsenmaker zelf uitgezocht en het bleek dat hij het vertrouwen niet had beschaamd: de fiets reed weer als een tierelier. Ontroering. Hoe doen die vakmensen dat toch? Ik wil het niet eens weten. Maar ik vermoed: veel plezier en weinig regels. Muziekje erbij. En natuurlijk koffie tijdens het wachten, zodat je met goede zin nog even rondsnuffelt in de zaak.

In de zorg willen de vakmensen ook terug naar een meer ‘regelarme omgeving’, zegt Joris Slaets, hoogleraar ouderengeneeskunde. Hij is voorstander van een Leefplezierplan en Zorg Zonder Regels. Toen ik hem deze week op een congres hoorde praten moest ik onwillekeurig aan mijn vader in het verpleeghuis denken. Zouden ze daar ook een Leefplezierplan hebben? Dat zou betekenen dat hij een vaste verzorger heeft, iemand die een klik met hem heeft. Deze leert hem goed kennen en op een zeker moment weet zij (m/v) wat hij (m) belangrijk vindt. Daarop wordt de zorg dan afgestemd. Misschien niet meer elke dag douchen, maar wel muziek luisteren, bijvoorbeeld. ‘Onnodige registraties moeten dan wel stoppen’, zegt Slaets, ‘je moet accepteren dat er af en toe iets mis kan gaan’. Meer menselijkheid en leefplezier en minder veiligheidseisen is de korte samenvatting.

Op deze manier geef je het vertrouwen aan de vakmensen. Die zijn zelf ook enthousiast in de verpleeghuizen waar ze dit toepassen:  ‘Zonder regels vertrouwen medewerkers meer op hun eigen beoordelingsvermogen. Omdat de bewoner op de eerste plaats staat, voelen medewerkers sneller aan hoe het met hem of haar gaat. Daardoor vinden minder incidenten plaats’.

Mijn fietsenmaker had het goed aangevoeld en het doortrap probleem vakkundig verholpen. Daar houd ik van, vakmensen die het goed aanvoelen. We kunnen er niet genoeg van hebben. Geef ze het podium en de ruimte!

 

Dit is mijn 23e blog. Over een maand verschijnt de 24e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Loslaten is het nieuwe vasthouden

Eén keer per week bezoek ik een deelnemer die meedoet aan het thuisadministratie-programma van Humanitas. Ik help deze mensen om meer grip krijgen op hun uitgaven en inkomsten zodat er een nieuw evenwicht ontstaat. Soms betekent dat het uitdunnen van het verzekeringspakket, soms het aanvragen van kwijtschelding van belastingen of het afraden een nieuw bankstel te kopen. Geduld is daarbij een schone zaak want het is vooral de bedoeling dat de deelnemer zelf de regie houdt en keuzes maakt. Tenslotte ben ik geen belastingadviseur of verzekeringsagent, maar een eenvoudige vrijwilliger. Mijn deelnemer, want zo worden ze consequent genoemd, is een hartelijke vrouw die mij altijd voorziet van koffie met een koekje. Dan begint ze enthousiast te vertellen over haar wederwaardigheden. Leuke, droevige of hilarische verhalen van een wereld die ik niet zo goed ken, maar nu wel deelgenoot van word. Vervolgens gaan we aan de slag met iets wat zij belangrijk vindt.

Vaak heeft het te maken met het loslaten van het verleden. Een map met oude loonstrookjes, een overzicht van vakantiedagen uit 1993, een duur ANWB lidmaatschap, graag houdt ze overal aan vast onder het motto “je weet maar nooit”. Had ze van haar vader geleerd. Desondanks zijn er al enkele doorbraken bereikt. Zo is ze onlangs overgegaan op een andere provider voor haar mobiele telefoon: veel goedkoper en een uitgebreider pakket.

Onlangs had ze een probleem: de voedselbank waar ze wekelijks komt gaf haar teveel eten mee. Ze kreeg het niet weggewerkt en de vriezer zat al helemaal vol. Maar ze vond het ondankbaar om het voedsel te weigeren. Ze grapte al om een BBQ te organiseren voor de buurt, maar is er toch toe overgegaan om dit bespreken met de vrijwilligers daar en niet meer alles mee naar huis te nemen. Ook dat zijn doorbraken.

Het zal niet meevallen om langzamerhand afscheid van haar te nemen, want ook aan mij zal ze zich het liefst vasthouden. En diep in mijn hart: ik ook een beetje aan haar.

 

Dit is mijn 22e blog. Over een maand verschijnt de 23e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

 

Deel dit via:

Reizen met gaatjes

Vorige week stond ik bij een loket van de gemeente Arnhem. Ik had een digitale afspraak gemaakt omdat mijn paspoort was verlopen. Werd welkom geheten door de mevrouw achter de balie. ‘Goedemorgen meneer Fossen, u komt uw paspoort verlengen?’ Het begon dus goed.

Ik overhandigde mijn paspoort en zij bevestigde dat deze inderdaad verlopen was. Maar ik had nog een vraag. ‘Volgende week gaan wij een aantal dagen op vakantie, is het nieuwe paspoort op tijd klaar?’ Dat bleek niet het geval. ‘Misschien is het dan beter dat ik deze afspraak verzet tot na mijn vakantie?’, vroeg ik haar. ‘Nee, dat mag niet. Dit paspoort is verlopen. U kunt het alleen terugkrijgen met gaatjes’. ‘Maar als ik nou niet was gekomen?’ ‘Tja, dat geldt niet want u bent wel gekomen’. Geen speld tussen te krijgen. Ze hield het paspoort buiten mijn bereik. Bovendien vroeg ze of ik wist dat ik strafbaar was als ik met een verlopen paspoort zou reizen. Ja, dat wist ik. Maar dat risico durfde ik wel te nemen. ‘Meent u dat?’, vroeg ze verbaasd. Ja, ik meende het. Desondanks kreeg ik mijn paspoort niet terug.

‘U kunt wel een spoedprocedure aanvragen, dan ligt hij morgen klaar’. Voor het bedrag dat ik daarvoor extra zou moeten betalen kon ik de auto volproppen met stokbroden, dus daar had ik geen zin in. ‘Nee hoor dank u wel, ik reis wel met gaatjes’, zei ik recalcitrant. Ik was hier in een juridische werkelijkheid beland, waarbij een ambtenaar, als verlengstuk van het Koninkrijk der Nederlanden, mij een eenmaal ingeleverd paspoort niet meer mocht teruggeven, ook al is dat mijn wens en risico. Waarom word ik hier zo opstandig van, deze mevrouw doet het toch allemaal voor mijn eigen bestwil? Inmiddels heb ik wel geleerd dit soort gevoelens van onmacht en woede stevig te onderdrukken, dat werkt meestal beter.

Enfin, ik verliet het gemeentehuis en kreeg op de valreep het advies om één dag voor vertrek nog even langs te komen, misschien dat het paspoort al klaar zou liggen. ‘Maar ik kan niks garanderen’, zei ze, ‘resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst’ want ‘tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren’. Ach, had ze die twee laatste uitspraken maar gedaan, dan was ik met een glimlach vertrokken. Nu alleen met een paspoort met gaatjes.

 

Dit is mijn 21e blog. Over een maand verschijnt de 22e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

 

Deel dit via:

Het is zo simpel

Gisteren wandelden we door de Gamma om een klusje op te knappen waar we het hele jaar niet aan toegekomen waren: een lampje voor de wc kopen. U kent ze wel, zo’n lampje met van die draden erin die je kunt zien, heel modern, je ziet ze overal. Die wilden wij nu ook. Het hele jaar al. Op de afdeling lampen werden we geholpen door een jongeman die ons de verschillen uitlegde en ook bereid was enkele exemplaren te demonstreren zodat je goed kon zien welk en hoeveel licht eruit kwam. De beschrijvingen zeiden ons niet zoveel: 40 watt = 4 watt = 280 lumen. Bovendien heb je ze met gewoon en met iets donkerder glas. Dat moet je zien. Bij de toonbank haalde hij beide lampen uit de verpakking en liet ons de verschillen zien. Dat hielp, we waren eruit.

Volgende onderwerp, de accuboormachine. Wat het probleem was, vroeg hij. Deze laadde niet meer op. Kon aan de boor liggen, de oplader, de accu. Hij haalde er een collega bij die erin gespecialiseerd was. Ik deponeerde het hele zwikje op de toonbank: boor, accu’s, oplader. Hij ging op zoek naar hun eigen oplader. Dat duurde even en ondertussen had ik gezien dat ze een accuboor in de aanbieding hadden. Iets voor plan B.

Hij kwam terug met de oplader en stopte onze accu in zijn lader. Tja, en nu? Wachten? Ondertussen praatte hij wat over het uitlenen van de oplader en dat een nieuwe accu bijna net zo duur is als een nieuwe boor en hoe vreemd dat eigenlijk was. Geen woord over hun aanbieding, hij was helemaal geconcentreerd op het lokaliseren van het probleem. Na enige tijd ging hij op internet zoeken naar de prijs van nieuwe accu’s en die wedijverde inderdaad met de prijs voor een nieuwe boor, zeker als die in de aanbieding was. Langzamerhand werden de contouren van een oplossing zichtbaar en gingen wij voor plan B. De uitslag van het onderzoek deed er niet meer toe. Hij bleek niet eens op de hoogte te zijn van hun aanbieding en was verrast. Wij waren verkocht en liepen naar buiten met een nieuwe accuboormachine en een lampje. Tijd voor koffie.

Hier zijn geen verkooptechnieken aan te pas gekomen, dit is kwaliteit leveren. En dat verkoopt zichzelf. Goede vooruitzichten voor het nieuwe jaar! Dat zeg ik.

Dit is mijn 20e blog. Over een maand verschijnt de 21e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via: