Geduld is geen schone zaak

Wandelen is het nieuwe roken. Nee, wandelen is het nieuwe zitten. Of nee, zitten is het nieuwe roken. Ik raak altijd in de war met dit soort uitspraken. 60 is het nieuwe 50. Ja, nou en, wat wil je nou eigenlijk zeggen? Dat ik dik ben? Beetje ongeduldig word ik ervan. Steeds vaker ook.

Zo stond ik laatst bij de kassa van een supermarkt. De dame voor mij had haar boodschappen op de band gelegd, maar er geen dingetje achter gelegd zodat duidelijk was dat haar boodschappen daar eindigden. Ik had geen zin om dat voor haar te doen, ze was zo druk met haar telefoon. Moet ze maar beter opletten. Ik deponeerde mijn boodschappen achter die van haar met dáárachter wel zo’n dingetje. Ik was benieuwd of ze het zou opmerken. Dan zou ik goed bezig zijn en had zij er wat van kunnen leren. Maar nee, het was de kassajuffrouw die haar vroeg of mijn boodschappen er ook bij hoorden. Ze keek, ze antwoordde nee en ging door met het inpakken van haar boodschappen. Gemiste educatieve kans. Met totaal andere dingen bezig. Ik had mijn boodschappen nóg dichter achter die van haar moeten leggen, dacht ik recalcitrant. Volgende keer beter.

Of ik sta bij met de fiets bij een stoplicht die aftelt: een serie lampjes wordt cirkelgewijs langzaam minder en als er nog drie brandende lampjes overblijven, gaat het tempo van aftellen ineens omlaag: tergend langzaam naar twee, één en tenslotte mag je rijden. Ik ben in staat een brief naar de gemeente te schrijven om dit aan te kaarten. Dat dit een typisch geval is van fietsertjes pesten. Achter welk bureau is dat verzonnen en met hoeveel plezier?

Dat ongeduld speelt zich allemaal af in mijn hoofd. En ik koester dat. Veel vrienden heb ik er nog niet mee gemaakt. Wel verwacht ik met deze mini-acties de  wereld een beetje mooier te maken. Het schiet alleen nog niet zo op. Ik heb meer talent voor dit soort initiatieven dan zitting te nemen in een actiegroep.

Weten is het nieuwe leren. Nee, weten is het nieuwe wachten. Of nee, wachten is het nieuwe leren. Of je worst lust.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 26e blog. Over een maand verschijnt de 27e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Liefde is niet wat het lijkt.

Gisteren hebben we een theatervoorstelling bezocht: Noem het maar liefde van Toneelgroep Maastricht. In de aankondiging schrijven ze ‘Op het terrein van de liefde is alles mogelijk. Het is de enige plek waar de mens echt vrij is en kan zijn wie hij had willen worden’. Een poëtische zin. Om te vervolgen met ‘De liefde is immers een fictie die zich niets aantrekt van de werkelijkheid’. Bam. De voorstelling was een formidabele en muzikale theaterervaring waarin liefde, wanhoop, lust en genegenheid met elkaar streden.

Vandaag gaan we naar een andere voorstelling, de crematie van een goede vriendin. We kennen haar al 35 jaar. Ik heb nog met haar gelift naar Salamanca, waar we een cursus Spaans hebben gevolgd. Nu heeft ze het moeten afleggen tegen kanker. Ook de dood is een fictie die zich niets aantrekt van de werkelijkheid. Want ze leeft door op haar manier. In onze gedachten. ‘Rouw en liefde zijn voor altijd met elkaar vervlochten’, zei Nick Cave vorige week nog in de Volkskrant.

Morgen gaat de voorstelling weer door, hoe onwaarschijnlijk ook. Gaan we naar de markt om groenten te kopen. Kunnen we terugdenken aan de mooie momenten. Zien we de urn van een plots overleden hond op de schoorsteenmantel. Of besluiten we onze eigen route te volgen en te stoppen met de studie. Noem het maar liefde.

We vieren de voorstelling. Niets is wat het lijkt, zeiden de acteurs. Er zijn lichtpuntjes te zien bij de uitslag van de Europese verkiezingen. Het blijkt dat je in een verpleeghuis niet alleen achteruit, maar ook vooruit kunt gaan. En er zijn mensen jarig vandaag! We dansen, we kijken omhoog Sammy en het lied Ain’t no slave van Dig Daddy Wilson kan daarbij helpen. Met als ondertitel: A tribute to all the women and men who are courageously fighting for freedom. Speciaal voor jou. Goede reis!

Uit: 1000 PINGUÏNS
Door: WASCO

Dit is mijn 25e blog. Over een maand verschijnt de 26e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Reken maar uit

Dit is mijn 24e blog. Dat betekent dat ik nu twee jaar blog. Iedere maand één, dus reken maar uit. Aan stoppen denk ik niet. Wel aan vernieuwen. Nee, nee, niet vloggen. Dat is teveel beeld. Wel ga ik consequent een plaatje bij mijn tekst plakken. Ik heb toestemming gevraagd en gekregen van de maker van het prachtig vormgegeven boek 1000 PINGUÏNS. Met de toepasselijke uitspraak op de 1e bladzijde: Pinguïns zijn Cool.

Toen ik onlangs een huisartsenpraktijk bezocht om te kijken of alles daar ook een beetje Cool was, raakte ik in gesprek met de huisarts. Hij had mijn website bekeken en vond de pinguïns fascinerend. Of het keizer- of koningspinguïns waren? Tja.

Hij wilde nog eens naar Antarctica. ‘Eerst naar Antarctica en dan sterven’, zei hij poëtisch. Verder niks over de mooie teksten of de visie op kwaliteit, het ging enkel over de pinguïns. Gelukkig maar. Over protocollen en procedures was al genoeg gezegd. Het beeld bepaalt.

Vandaag is het vanwege de pinguïns toch een beetje feest. Koninginnedag, tenslotte. Ik moet nog steeds wennen aan het woord koningsdag. En aan de datum. Zal wel met leeftijd te maken hebben. Het scheelt drie dagen, maar toch. Heb mij deze koningsdag afzijdig gehouden van alle feesten en partijen en ben keihard gaan fietsen. Over Goeree Overflakkee. Goeree Overflakkee? Ja, Goeree Overflakkee. Daar was het stil, saai en winderig. Heerlijk gefietst, het hele eiland rond. Vele kilometers (reken maar uit) en geen pinguïn gezien.

Onlangs las ik het bericht dat bijna drie procent van Antarctica ’s gletsjers bestaat uit pinguïnplas. Dat wist die huisarts dan weer niet. Het bleek ook niet te kloppen, maar dit terzijde. Ze plassen niet, ze persen een wit, yoghurtachtig goedje uit. Die drie procent zou alleen kunnen als iedere pinguïn per dag ruim 9000 kg ontlasting produceert. Reken maar uit.

Hoe dan ook, ik ben blij met de pinguïns. Het geeft een zonnige kijk op het leven. Waarom pinguïns zo Cool zijn hebben ze in het volgende filmpje mooi weergegeven.

En met 1000 pinguïnplaatjes kan ik nog 83 jaar vooruit. Dan ben ik 139.

Uit: 1000 PINGUÏNS

Door: WASCO

 

Dit is mijn 24e blog. Over een maand verschijnt de 25e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

 

Deel dit via:

Op gevoel

‘Dat doe ik op gevoel’ zei mijn fietsenmaker die de derailleur had bijgesteld omdat de trappers regelmatig doorschoten. Hij had enkele dagen geleden de ketting en enkele bladen vervangen, deze moesten zich nog een beetje zetten, zo zei hij. Ik had vertrouwen in deze man, er was een klik, ik had deze fietsenmaker zelf uitgezocht en het bleek dat hij het vertrouwen niet had beschaamd: de fiets reed weer als een tierelier. Ontroering. Hoe doen die vakmensen dat toch? Ik wil het niet eens weten. Maar ik vermoed: veel plezier en weinig regels. Muziekje erbij. En natuurlijk koffie tijdens het wachten, zodat je met goede zin nog even rondsnuffelt in de zaak.

In de zorg willen de vakmensen ook terug naar een meer ‘regelarme omgeving’, zegt Joris Slaets, hoogleraar ouderengeneeskunde. Hij is voorstander van een Leefplezierplan en Zorg Zonder Regels. Toen ik hem deze week op een congres hoorde praten moest ik onwillekeurig aan mijn vader in het verpleeghuis denken. Zouden ze daar ook een Leefplezierplan hebben? Dat zou betekenen dat hij een vaste verzorger heeft, iemand die een klik met hem heeft. Deze leert hem goed kennen en op een zeker moment weet zij (m/v) wat hij (m) belangrijk vindt. Daarop wordt de zorg dan afgestemd. Misschien niet meer elke dag douchen, maar wel muziek luisteren, bijvoorbeeld. ‘Onnodige registraties moeten dan wel stoppen’, zegt Slaets, ‘je moet accepteren dat er af en toe iets mis kan gaan’. Meer menselijkheid en leefplezier en minder veiligheidseisen is de korte samenvatting.

Op deze manier geef je het vertrouwen aan de vakmensen. Die zijn zelf ook enthousiast in de verpleeghuizen waar ze dit toepassen:  ‘Zonder regels vertrouwen medewerkers meer op hun eigen beoordelingsvermogen. Omdat de bewoner op de eerste plaats staat, voelen medewerkers sneller aan hoe het met hem of haar gaat. Daardoor vinden minder incidenten plaats’.

Mijn fietsenmaker had het goed aangevoeld en het doortrap probleem vakkundig verholpen. Daar houd ik van, vakmensen die het goed aanvoelen. We kunnen er niet genoeg van hebben. Geef ze het podium en de ruimte!

 

Dit is mijn 23e blog. Over een maand verschijnt de 24e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Loslaten is het nieuwe vasthouden

Eén keer per week bezoek ik een deelnemer die meedoet aan het thuisadministratie-programma van Humanitas. Ik help deze mensen om meer grip krijgen op hun uitgaven en inkomsten zodat er een nieuw evenwicht ontstaat. Soms betekent dat het uitdunnen van het verzekeringspakket, soms het aanvragen van kwijtschelding van belastingen of het afraden een nieuw bankstel te kopen. Geduld is daarbij een schone zaak want het is vooral de bedoeling dat de deelnemer zelf de regie houdt en keuzes maakt. Tenslotte ben ik geen belastingadviseur of verzekeringsagent, maar een eenvoudige vrijwilliger. Mijn deelnemer, want zo worden ze consequent genoemd, is een hartelijke vrouw die mij altijd voorziet van koffie met een koekje. Dan begint ze enthousiast te vertellen over haar wederwaardigheden. Leuke, droevige of hilarische verhalen van een wereld die ik niet zo goed ken, maar nu wel deelgenoot van word. Vervolgens gaan we aan de slag met iets wat zij belangrijk vindt.

Vaak heeft het te maken met het loslaten van het verleden. Een map met oude loonstrookjes, een overzicht van vakantiedagen uit 1993, een duur ANWB lidmaatschap, graag houdt ze overal aan vast onder het motto “je weet maar nooit”. Had ze van haar vader geleerd. Desondanks zijn er al enkele doorbraken bereikt. Zo is ze onlangs overgegaan op een andere provider voor haar mobiele telefoon: veel goedkoper en een uitgebreider pakket.

Onlangs had ze een probleem: de voedselbank waar ze wekelijks komt gaf haar teveel eten mee. Ze kreeg het niet weggewerkt en de vriezer zat al helemaal vol. Maar ze vond het ondankbaar om het voedsel te weigeren. Ze grapte al om een BBQ te organiseren voor de buurt, maar is er toch toe overgegaan om dit bespreken met de vrijwilligers daar en niet meer alles mee naar huis te nemen. Ook dat zijn doorbraken.

Het zal niet meevallen om langzamerhand afscheid van haar te nemen, want ook aan mij zal ze zich het liefst vasthouden. En diep in mijn hart: ik ook een beetje aan haar.

 

Dit is mijn 22e blog. Over een maand verschijnt de 23e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

 

Deel dit via:

Reizen met gaatjes

Vorige week stond ik bij een loket van de gemeente Arnhem. Ik had een digitale afspraak gemaakt omdat mijn paspoort was verlopen. Werd welkom geheten door de mevrouw achter de balie. ‘Goedemorgen meneer Fossen, u komt uw paspoort verlengen?’ Het begon dus goed.

Ik overhandigde mijn paspoort en zij bevestigde dat deze inderdaad verlopen was. Maar ik had nog een vraag. ‘Volgende week gaan wij een aantal dagen op vakantie, is het nieuwe paspoort op tijd klaar?’ Dat bleek niet het geval. ‘Misschien is het dan beter dat ik deze afspraak verzet tot na mijn vakantie?’, vroeg ik haar. ‘Nee, dat mag niet. Dit paspoort is verlopen. U kunt het alleen terugkrijgen met gaatjes’. ‘Maar als ik nou niet was gekomen?’ ‘Tja, dat geldt niet want u bent wel gekomen’. Geen speld tussen te krijgen. Ze hield het paspoort buiten mijn bereik. Bovendien vroeg ze of ik wist dat ik strafbaar was als ik met een verlopen paspoort zou reizen. Ja, dat wist ik. Maar dat risico durfde ik wel te nemen. ‘Meent u dat?’, vroeg ze verbaasd. Ja, ik meende het. Desondanks kreeg ik mijn paspoort niet terug.

‘U kunt wel een spoedprocedure aanvragen, dan ligt hij morgen klaar’. Voor het bedrag dat ik daarvoor extra zou moeten betalen kon ik de auto volproppen met stokbroden, dus daar had ik geen zin in. ‘Nee hoor dank u wel, ik reis wel met gaatjes’, zei ik recalcitrant. Ik was hier in een juridische werkelijkheid beland, waarbij een ambtenaar, als verlengstuk van het Koninkrijk der Nederlanden, mij een eenmaal ingeleverd paspoort niet meer mocht teruggeven, ook al is dat mijn wens en risico. Waarom word ik hier zo opstandig van, deze mevrouw doet het toch allemaal voor mijn eigen bestwil? Inmiddels heb ik wel geleerd dit soort gevoelens van onmacht en woede stevig te onderdrukken, dat werkt meestal beter.

Enfin, ik verliet het gemeentehuis en kreeg op de valreep het advies om één dag voor vertrek nog even langs te komen, misschien dat het paspoort al klaar zou liggen. ‘Maar ik kan niks garanderen’, zei ze, ‘resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst’ want ‘tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren’. Ach, had ze die twee laatste uitspraken maar gedaan, dan was ik met een glimlach vertrokken. Nu alleen met een paspoort met gaatjes.

 

Dit is mijn 21e blog. Over een maand verschijnt de 22e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

 

Deel dit via:

Het is zo simpel

Gisteren wandelden we door de Gamma om een klusje op te knappen waar we het hele jaar niet aan toegekomen waren: een lampje voor de wc kopen. U kent ze wel, zo’n lampje met van die draden erin die je kunt zien, heel modern, je ziet ze overal. Die wilden wij nu ook. Het hele jaar al. Op de afdeling lampen werden we geholpen door een jongeman die ons de verschillen uitlegde en ook bereid was enkele exemplaren te demonstreren zodat je goed kon zien welk en hoeveel licht eruit kwam. De beschrijvingen zeiden ons niet zoveel: 40 watt = 4 watt = 280 lumen. Bovendien heb je ze met gewoon en met iets donkerder glas. Dat moet je zien. Bij de toonbank haalde hij beide lampen uit de verpakking en liet ons de verschillen zien. Dat hielp, we waren eruit.

Volgende onderwerp, de accuboormachine. Wat het probleem was, vroeg hij. Deze laadde niet meer op. Kon aan de boor liggen, de oplader, de accu. Hij haalde er een collega bij die erin gespecialiseerd was. Ik deponeerde het hele zwikje op de toonbank: boor, accu’s, oplader. Hij ging op zoek naar hun eigen oplader. Dat duurde even en ondertussen had ik gezien dat ze een accuboor in de aanbieding hadden. Iets voor plan B.

Hij kwam terug met de oplader en stopte onze accu in zijn lader. Tja, en nu? Wachten? Ondertussen praatte hij wat over het uitlenen van de oplader en dat een nieuwe accu bijna net zo duur is als een nieuwe boor en hoe vreemd dat eigenlijk was. Geen woord over hun aanbieding, hij was helemaal geconcentreerd op het lokaliseren van het probleem. Na enige tijd ging hij op internet zoeken naar de prijs van nieuwe accu’s en die wedijverde inderdaad met de prijs voor een nieuwe boor, zeker als die in de aanbieding was. Langzamerhand werden de contouren van een oplossing zichtbaar en gingen wij voor plan B. De uitslag van het onderzoek deed er niet meer toe. Hij bleek niet eens op de hoogte te zijn van hun aanbieding en was verrast. Wij waren verkocht en liepen naar buiten met een nieuwe accuboormachine en een lampje. Tijd voor koffie.

Hier zijn geen verkooptechnieken aan te pas gekomen, dit is kwaliteit leveren. En dat verkoopt zichzelf. Goede vooruitzichten voor het nieuwe jaar! Dat zeg ik.

Dit is mijn 20e blog. Over een maand verschijnt de 21e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Koopsignalen opvangen

Vorige week ben ik afgereisd naar een zaaltje waar een training ´Acquisitie´ werd gegeven. Een enthousiaste dame heeft ons meegenomen in haar gedachtengoed dat vooral bestond uit veel afkortingen. Wat heb ik geleerd:

  • Het KOE principe: op het juiste moment moet je je Kaken Op Elkaar houden om iets erdoor te krijgen.
  • NIO: Je kunt iemand iets vragen, maar besef altijd: Nee Is Oké.
  • Het opvangen van koopsignalen doe je vooral door goed te luisteren.

Bij alle afkortingen had ze ook sprekende voorbeelden die haar theorieën ondersteunden. Deze werden in geuren en kleuren verteld. Dat kon ze goed. Ook zichzelf aan de groep voorstellen kon ze goed, ze vertelde zoveel dat er geen geheimen meer leken te zijn.

Vooral leuk was de uitwisseling met mijn klasgenoten in kleine groepjes. Ook zij wisten niet zo goed hoe zij de geleerde kennis moesten toepassen. We stuntelden ons door de lesstof heen. Bij de nabespreking bleek dat we heel veel koopsignalen hadden gemist.

Als klap op de vuurpijl kregen we het luciferprincipe aangereikt: vertel in korte tijd waar een (potentiële) klant jou voor kan bellen. Als het lucifertje is opgebrand moet je uitgepraat zijn. We kregen er een pakje lucifers bij die we helaas niet mochten gebruiken. Tja, de brandweer he. Iedereen zat driftig te schrijven en sommigen durfden het aan om hun verhaal voor de groep te vertellen. Chapeau!

Toen ik na afloop naar huis reed zaten mijn zakken vol met geplastificeerde kaartjes waarop alle afkortingen werden uitgelegd. Mèt de naam van het bedrijf erop waar onze trainster voor werkte. Thuis legde ik alles op tafel, mijn vrouw pakte de lucifers, stak er de kaarsjes mee aan en vroeg hoe het was. ‘Goed’ zei ik. ‘Mooi zo’ zei ze en blies de lucifer uit. Zij wel.

Dit is mijn 19e blog. Over een maand verschijnt de 20e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

 

Deel dit via:

Mijn Italiaanse kapper

Op de laatste dag van onze trip naar de hak van de Italiaanse laars, bezocht ik een kapper. Dat doe ik vaker in het buitenland, naar de kapper. Ik heb dan alle tijd, snuif de kapper-cultuur op en ben even verlost van alle stadse indrukken.

Ik zei in mijn beste Italiaans dat hij mij met een machientje mocht doen. Zo doet mijn Turkse kapper in Arnhem het immers ook. Maar nee, daar was geen sprake van. Alles met de hand, net zoals Michelangelo het ook altijd gedaan heeft, zo zei hij. Het zou een kwartiertje duren, het werden er drie. Hij begon over voetballen, soms tegen mij, soms tegen andere klanten in de zaak. Noemde wat namen van legendarische NL voetballers. Ik begon over wielrennen, hoewel mij dat totaal niet interesseert, maar wist zo gauw geen ander onderwerp in het Italiaans te bedenken. En om nu over de Italiaanse begroting te beginnen vond ik weer wat overdreven. Ik noemde Dumoulin en na drie keer viel het Italiaanse kwartje. Deze meneer houdt van wielrennen, mensen!

Tussendoor ging zijn mobiele telefoon een paar keer. Dan liep hij naar buiten en voerde hevig gesticulerend een gesprek. Vervolgens stortte hij zich weer vol toewijding op mijn weelderige haardos. Of er kwam iemand binnen die hem op de schouder sloeg. Dan stopte hij even met knippen, babbelde wat en ging door toen zijn vriend de zaak ongeschoren verliet.

Stiekem werd ik jaloers op deze man. Beetje knippen, beetje babbelen, beetje lachen, en dat allemaal in een mooie Italiaanse stad. Straks zeker nog een cappuccino. Wie wil dat nou niet?

Aan de muur wemelde het van de oorkondes en prijzen die hij had gewonnen. Wel allemaal in de jaren 80 en 90, zo bleek. Maar goed, hij had ze toch maar. En hij was er trots op. Het komt allemaal goed met Italië, dacht ik, toen ik weer met een frisse blik door de stad liep. Ciao.

Dit is mijn 18blog. Over een maand verschijnt de 19e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Hier, precies hier.

Onlangs was ik bij een fysiotherapeut die gespecialiseerd was in de schouder. Ik had daar wat last en zij zou mij helpen. Ik ging in de wachtkamer zitten, werd binnengeroepen en gaf haar mijn verwijsbriefje van de huisarts. Ze nam plaats achter de computer en zei hardop wat er op dat briefje stond. ‘Ok’, zei ze, ‘dat is niet mis’.

Niet mis, dacht ik, wat zou ze daarmee bedoelen? Mij ontbrak de moed ernaar te vragen en onze broze relatie meteen op scherp te zetten. Bovendien had ze mij nog niks gevraagd en voelde ik mij een beetje hulpeloos op de stoel zitten. Vervolgens ging ze allerlei dingen intypen: geboortejaar, geslacht, verzekeringsmaatschappij. Ze was er druk mee en ik zat daar maar. Ik kreeg langzamerhand spijt dat ik een afspraak had gemaakt. Als het een restaurant was geweest was ik nu opgestapt.

Ik gaf korte antwoorden zodat dit zo snel mogelijk achter de rug zou zijn. Toen dat het geval bleek te zijn zei ze: ‘Nou, vertel’. Ik had even geen idee waar ze heen wilde en zei maar dat ik last had van mijn schouder. ‘Waar doet het pijn?’ vroeg ze en bleef achter haar computer zitten. ‘Vertel maar gewoon’. Ik wees met mijn rechterhand naar mijn linkerschouder. ‘Hier’ zei ik. ‘Ja, maar waar precies?’ zei ze. ‘Nou, hier precies’ zei ik met enige irritatie in mijn stem en wees opnieuw naar die plek. Ik kreeg sterk het gevoel dat ik iets niet goed deed.

‘Daar gaan we dan eens naar kijken. Doe je arm eens omhoog’. Ik deed gedwee wat ze vroeg. Later moest ik mijn overhemd en mijn schoenen uitdoen en op de bank gaan liggen. Toen begon het eigenlijke werk. Maar ze was mij al een beetje kwijt.

Dit zou toch anders moeten kunnen. Ik had behoefte aan wat aandacht voor de schouder, een deskundig advies, eventueel wat oefeningen voor thuis en natuurlijk is het prima om ook wat gegevens van mij te verzamelen. Maar dan graag in die volgorde. Volgende patiënt graag.

 

Dit is mijn 17e blog. Over een maand verschijnt de 18e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via: