‘O jee, daar komt juffrouw Praatgraag aan’.
Ik zit samen met mijn moeder op een bankje bij haar verzorgingshuis, na een tocht op de duofiets. De polderzon zakt maar is nog warm genoeg om in T shirt buiten te zitten. Links zie ik een enigszins krom lopende vrouw aankomen in korte pasjes, blik omlaag.
‘Ja hoor, het is haar’, zegt mijn moeder, ‘nou gaan we het beleven’.
Mijn moeder woont hier al enkele jaren en voelt zich thuis. De verzorgenden zijn aardig en laten haar zoveel mogelijk zelf de regie houden.
‘Je kunt niks meer zelf bepalen’ verzucht ze regelmatig. Vooral het eten stoort haar. ‘Ik wil niet om twaalf uur warm eten, dan heb ik net de koffie op. Dus warm ik het later maar op in de magnetron’.
De vrouw staat naast ons.
‘Heb jij Herman gezien?’ vraagt ze bits, ‘we zouden hier afspreken en hij is er niet!’.
‘Nee’, zegt mijn moeder, ‘we hebben hem niet gezien, misschien is hij binnen?’
‘Binnen? We hadden hiér afgesproken! Hij gaat toch niet zomaar naar binnen.’ Ze moppert nog wat en gaat naar binnen.
‘Beetje sneu’ zegt mijn moeder, ‘ze is altijd haar man kwijt en is ook vaak op zoek naar haar huis. In het begin probeerde ik haar nog wat te helpen, maar dat werkt niet’.
‘Niet?’
‘Nee. Hoe meer begrip ik toonde, hoe langer ze bleef. Soms kwam ze zomaar mijn kamer binnen en begon hele verhalen. Uiteindelijk ben ik kort van stof geweest, en sindsdien laat ze me met rust.’
‘Slim geregeld.’
‘Ik heb haar ook wel eens naar de verpleging gebracht. Dan kon zij haar verhaal doen en ging ik er snel vandoor.’
We drinken onze thee in de laatste zon. Terug op haar kamer hangt mijn moeder haar jas op de kapstok en neemt plaats bij het raam met de krant, enkele boeken en de telefoon onder handbereik.
‘Wil je nog wat drinken? Of een appel voor onderweg?’
’Nee mam, het is prima zo’. Ik geef haar een afscheidszoen en krijg er twee terug.
‘Nou jongen, leuk dat je er was. En goede reis naar huis’.
‘Doe jij de groeten aan juffrouw Praatgraag?’ zeg ik bij de deur.
‘Dat zal ik doen’, zegt ze opgewekt, ‘en de groeten alvast terug.’
Als ik even later met de auto langsrij, staat ze op haar balkon te zwaaien. En ik zwaai terug.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO
Dit is mijn 99e blog. Over een maand verschijnt alweer de 100e. Wat vliegt de tijd. Aanmelden kan nog steeds. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/
Mooi beschreven Jan, en goed dat je moeder haar leven zo veel mogelijk zelf in de hand houdt!
Dankjewel Pim en ja, daar ben ik wel trots op.