Vorige week eindigde een mooie wandeling in Steenwijk. Op weg naar het station liep ik langs het oude schoolgebouw waar ik vroeger tafeltenniste. Destijds woonde ik nog in de Noordoostpolder en nam ik regelmatig de bus naar Steenwijk om te trainen of competitie te spelen.
Daar raakte ik bevriend met een teamgenoot. Met hem maakte ik ook mijn eerste reis zonder ouders. Via de liftcentrale vonden we een rit naar Venetië en zaten vervolgens twee dagen in een auto met een paar Egyptenaren. Daarna reisden we verder door Joegoslavië. We hadden alles bij ons, behalve geld. Toen op een dag onze tent bleek leeggeroofd, vervolgden we de reis met onze spullen in vuilniszakken. Het werd een vakantie die je je leven lang onthoudt.
Niet lang daarna verhuisde ik naar Maastricht. En dat was eigenlijk het einde van ons contact. Geen telefoontjes, geen brieven, geen toevallige ontmoetingen. Bijna vijftig jaar lang niet.
Voor het oude schoolgebouw bleef ik even staan bij een metalen levensboom aan de muur. Eronder zat een man op een bankje. Ik maakte bijna automatisch een opmerking over het kunstwerk en keek hem daarbij aan. Er was iets aan zijn gezicht. Iets vaag vertrouwds. Zo’n gevoel waarvan je denkt: onmogelijk.
Ik noemde vragend en heel zacht de naam van mijn vroegere teamgenoot. ‘Ja,’ zei hij enigszins verbaasd, ‘dat ben ik.’ Hij stond op en liep langzaam op me af. Pas toen deed ik mijn pet af en noemde mijn eigen naam. Je kon bijna zien hoe er in zijn hoofd lichtjes gingen branden.
Even later zaten we aan de koffie. Hij wist de afgelopen vijftig jaar in drie minuten samen te vatten. Ik deed een dappere poging hetzelfde te doen, waarna we vanzelf terugkeerden naar Joegoslavië. Opvallend genoeg herinnerden we sommige gebeurtenissen totaal verschillend. Dat was bijna net zo verrassend als onze ontmoeting. Gelukkig bleken de grote lijnen hetzelfde, zodat we de theorie van de valse herinneringen niet al te serieus hoefden te nemen.
Daarna liet hij zijn keuken zien. Die bleek zich te bevinden in een deel van de voormalige gymzaal. ‘De oude gymvloer ligt er nog onder,’ zei hij. Ik keek naar beneden en stelde me voor dat daar, onder de planken van zijn keuken, nog altijd de vloer lag waarop wij ooit eindeloos hadden getraind. Soms bewaart een gebouw herinneringen beter dan de mensen die erin rondlopen.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO
Dit is mijn 109e blog. Over een maand verschijnt de 110e. Omdat het kan. Aanmelden kan ook. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/
Mooi verhaal, Jan… wat een schitterend toeval!
Eens met Paul!
Inderdaad, wat een bizar toeval en weer een bijzonder verhaal ….