Vroeger

Ik belde aan bij de vader van een oude vriend. Nee, bij de oude vader van een goede vriend. Het was nog vroeg. Ik had er al bijna twee uur fietsen opzitten door een stil en heuvelachtig landschap. Ik hoorde niks en drukte nogmaals op de bel. Toen hoorde ik ergens diep in het huis gestommel en enige tijd later ging de deur open. Hij kneep zijn ogen samen tegen het licht en tegen mijn onverwachte aanwezigheid. Om hem uit de onzekerheid te halen noemde ik snel mijn naam. ‘Hé, wat leuk, kom binnen. Ik had eigenlijk niemand verwacht dit weekend’. Ik liep achter hem aan naar de keuken die ik nog kende van vroeger. Op het eerste gezicht was er weinig veranderd. De tafel stond nog op dezelfde plek, dezelfde klok tikte aan de muur. Alleen de stilte was groter geworden sinds zijn vrouw drie jaar geleden overleed.

Ik kwam als geroepen, zei hij. Of ik hem even kon helpen met een gordijntje ophangen. Daarna zette hij koffie en legde een wafel van de Boerenbond erbij. En als ik cake wilde kon dat ook. Of allebei. Die hartelijkheid had mijn vriend niet van een vreemde.

Tijdens het praten schoot er af en toe een pijnscheut door zijn benen. Dan ontsnapte hem een harde kreet, waar hij zich voor verontschuldigde. Even later liet hij een dienblad zien vol medicijnen. ‘Daar kan niks meer bij,’ zei hij bijna monter.

Gaandeweg verscheen ook weer de man van vroeger. Nieuwsgierig, aandachtig, gretig om iets te begrijpen. Hij vroeg hoe ik onderweg aan een fietsdoos kwam, omdat dat in mijn boek had gestaan. Serieus luisterde hij naar het antwoord, alsof het een belangrijk logistiek vraagstuk betrof.

Daarna liet hij zijn blokfluiten zien. Keurig in hoesjes, zorgvuldig opgeborgen. Zijn favoriete fluit was gebarsten. Hij had geprobeerd haar te lijmen, maar echt tevreden was hij niet. Hij pakte een andere fluit en speelde enkele tonen. Even vulde het huis zich met muziek en leek de tijd zich om te draaien.

Toen ik zei dat ik weer verder moest, keek hij verrast op. ‘Ik ben helemaal vergeten je een boterham aan te bieden.’ Hij liep mee naar buiten en in de schuur stond de tafeltennistafel nog uitgeklapt. In betere tijden speelde hij daar nog wel eens tegen zichzelf.

Hij zei dat ik thuis vooral de groeten moest doen. Ik stapte op de fiets en keek nog één keer om. Daar liep hij alweer naar binnen, klein geworden in het huis waar hij altijd had gewoond.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 108e blog. Over een maand verschijnt de 109e. Omdat het kan. Aanmelden kan ook. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

3 gedachten over “Vroeger”

Plaats een reactie