‘Niet instappen’ stond op de borden op het perron in Leeuwarden. Maar de deuren stonden wagenwijd open, het licht brandde en het was vroeg, te vroeg en de kou beet door mijn jas heen. De trein naar Utrecht was net voor mijn neus vertrokken en dit zou de volgende worden naar de bewoonde wereld. Na twee minuten dralen stapte ik toch maar in, nestelde mij op een tweezitsbank, nam een paar slokken koffie en sloeg mijn boek open. Even later begon de trein zachtjes te rollen.
In Heerenveen schoof er een blonde vrouw naast me. Halverwege de dertig, schatte ik. Ze droeg een lange jas die ze zittend probeerde uit te wurmen. Haar armen zwiepten als losse slingers door het luchtruim terwijl ik deed alsof ik opging in mijn boek. Het was nog te vroeg voor heldendaden. Bovendien: geen goedemorgen, dus dan houdt het ergens op. Ze bleef half op haar jas zitten; één mouw hing over de leuning aan mijn kant. Ach ja, als dat mijn bijdrage aan de wereldvrede was, prima.
Ze pakte haar handtas, deed ‘m open en haalde er een doosje uit die ze op het opengeklapte dienblad zette. Met een spiegeltje deed ze haar ochtendritueel: ogen bijtekenen, wimpers kleuren, wangen laten glanzen, lippen rood. Ik zag uit mijn ooghoeken dat ze haar gezicht in allerlei plooien trok en toen ze klaar was waren we al voorbij Steenwijk. Het doosje verdween, een nieuwe kwam ervoor in de plaats: een broodtrommel.
Ze klapte het doosje open, pakte een mes en een vork erbij en begon in stilte te snijden. We zaten in een stiltecoupe, dus het enige geluid dat werd geproduceerd was de op elkaar tikkende mes en vork. Ze boog zich helemaal voorover, vermoedelijk om te voorkomen dat er eten op haar kleren zou vallen. Mijn nieuwsgierigheid won: poffertjes. Ze zat kleine, goudbruine poffertjes te fileren alsof het haute cuisine was. Ze at langzaam, aandachtig, alsof elk hapje de dag iets draaglijker maakte. Na het laatste poffertje ging het trommeltje dicht en verdween het weer in de tas, samen met mes en vork. Precies op tijd: we reden Zwolle binnen. Ze klapte het tafeltje in, stond op, schoot in haar jas en stapte uit.
De stilte die achterbleef was groter dan de ruimte naast me. Ik haalde een boterham uit mijn tas, nam een hap en probeerde de draad van mijn boek weer op te pakken.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO
Dit is mijn 102e blog. Over een maand verschijnt de 103e. Omdat het kan. Aanmelden kan ook. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/