Ik was gisteren lopend op weg naar hotel Rosewood in Amsterdam. Niet om er een kamer te boeken, maar om te kijken hoe eruit ziet. Ik had erover gelezen in de krant en was benieuwd, zowel naar het gebouw als naar de gasten die het zich kunnen veroorloven om exorbitante bedragen neer te leggen voor een nachtje slapen. Mijn plan was eenvoudig: naar binnen lopen alsof ik er thuishoorde. Mocht iemand vragen stellen, dan had ik een antwoord paraat.
Van buiten is het een imposant gebouw en de vlag van Amsterdam wapperde vrolijk op het dak. Vanaf de Prinsengracht liep ik de trappen op, de glazen deur door en vrijwel direct stond ik in een hal met enkele opvallende kunstwerken. Een volgende deur bracht mij in een soort lounge: grote banken, stoelen, koffie drinkende gasten, lezende mensen. Ik was binnen. Ik deed mijn muts af, ritste mijn jas open en probeerde eruit te zien alsof dit mijn natuurlijke habitat was. Toch voelde ik me bekeken en liep door naar een derde ruimte, waar een fototentoonstelling hing. Aandachtig kijken bood een uitstekend alibi om even te blijven staan. Niemand volgde me.
Zonder aarzeling nam ik daarna de brede trap naar boven, richting ‘library’ en ‘spa’. Hoge plafonds, lange gangen, fraaie lampen. In de krant had gestaan dat dit voorheen het Paleis van Justitie was, en dat kon ik me goed voorstellen. Nog eerder was het een weeshuis voor de meest kwetsbare kinderen van Amsterdam. Een geschiedenis die scherp contrasteert met de huidige luxe en die het hotel, volgens datzelfde artikel, liever niet benadrukt.
De library kon ik niet zo snel ontdekken, maar aan de witte badjassen van enkele gasten te zien, was ik dicht bij de spa beland. Verder doorlopen leek me onverstandig, bovendien wilde ik niemand in verlegenheid brengen. Ik vond het al bijzonder genoeg dat mij tot dusver geen stroobreed in de weg was gelegd.
Ik liep over dezelfde trap naar beneden en zag hoe een vrouw met kind door een gastvrouw naar de lift werd begeleid. In de lounge zag ik een half opgegeten appelgebakje met een kopje thee ernaast.
Bij het verlaten van het hotel werd de eerste glazen deur voor me geopend door een gastvrouw, de tweede door twee jonge mannen. Ze wensten me een fijne dag. Ik bedankte ze hartelijk, ritste mijn jas dicht, liep de trap af en was opgelucht weer op aarde te zijn neergedaald.
Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 103e blog. Over een maand verschijnt de 104e. Omdat het kan. Aanmelden kan ook. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/
Boeiend Jan. Korte tenhemelopneming zonder verdacht te zijn. Daarna naar de MacDonalds?
Mooi Jan. Ik had het artikel in de krant ook gelezen. Dus ik kon je reis door het hotel helemaal volgen. Ik kan me voorstellen dat je je dan in een andere wereld begeeft.