Zwagers

Gisteren bezocht ik met vier zwagers het Kazemattenmuseum in Kornwerderzand. Een uitstapje met mijn zwagers is een jaarlijkse traditie. We doen dit al ruim dertig jaar en hebben in die tijd heel wat met elkaar afgefietst, gegeten en geouwehoerd. Meestal is het doel van zo’n dag bijzaak. Het gaat er vooral om dat we weer eens met elkaar op pad zijn.

Het museum ligt aan het begin van de Afsluitdijk, vanuit Friesland gezien, en is gewijd aan de manier waarop Nederland in mei 1940 weerstand bood aan een enorme Duitse overmacht. Typisch zo’n museum waar je jarenlang langsrijdt en denkt: daar moeten we nog eens naartoe.

Het is een openluchtmuseum en je kunt door en over de kazematten lopen, waardoor je een goede indruk krijgt van het leven dat zich hier in 1940 afspeelde. Nooit geweten dat het woord kazemat letterlijk ‘huis van de doden’ betekent. Het woord ‘mat’ heeft hier dezelfde oorsprong als in schaakmat en matador. Niet direct een omgeving om heel vrolijk van te worden, maar wel een goede plek om de kennis van de Nederlandse geschiedenis wat op te vijzelen.

Toevallig lees ik op dit moment Polderkoorts van Emiel Hakkenes, over het verdwijnen van de Zuiderzee door de aanleg van de Afsluitdijk, de politieke struikelblokken en de bizarre gevolgen ervan, zoals enorme muggenplagen. Zo kwamen geschiedenis en werkelijkheid hier mooi samen.

De fietstocht naar het museum was bijzonder. Vanuit Harlingen moesten we ploeteren over de dijk en een stevige regenbui deed nog een natte duit in het zakje. Ik voelde me weer even de polderjongen op weg naar school. In wisselende formaties fietsten we naar ons doel. De een reed voorop, de ander raakte achterop en even later was de volgorde weer veranderd. Zo gaat dat al jaren.

Op de terugweg gingen we flierefluitend door Wons, Pingjum en Kimswerd. In de dertig jaar zijn de fietsen veranderd, de conditie is niet overal meer wat die geweest is en sommige gesprekken hebben zich in de loop der jaren eindeloos herhaald. Maar juist daarom is het mooi om het te blijven doen. Je hoeft elkaar niet meer uit te leggen wie je bent. Een blik of een opmerking is vaak genoeg.

Het serieuze onderdeel van de dag werd ruimschoots gecompenseerd toen we eenmaal in het restaurant zaten. Daar kwamen de bekende grappen weer op tafel: over vrouwen die bij een dokter komen en mannen met bijzondere Russische namen. Door onze leeftijd blijken die grappen telkens voor sommigen weer nieuw te zijn. De rest laat wijselijk in het midden of dat aan het geheugen ligt of aan de kwaliteit van de grappen.

En misschien is dat uiteindelijk wel het mooiste aan zo’n dag. We hoeven geen bijzondere bestemming te hebben. Een kazemat, een regenbui, een paar oude grappen en een fietstocht zijn voldoende om te merken dat we na dertig jaar nog steeds graag met elkaar op pad gaan. De datum voor volgend jaar is alweer geprikt.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 111e blog. Over een maand verschijnt de 112e. Omdat het kan. Aanmelden kan ook. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

2 gedachten over “Zwagers”

  1. Mooie en bijzondere traditie, zeker met zwagers! Wat ik me daarbij afvraag is of deze zwagers de mannen zijn van je zussen of de broers van je ega of een combinatie van beiden. Dat kan namelijk nogal verschil maken.

    Beantwoorden

Plaats een reactie