Ik kreeg laatst een tabelletje onder ogen van de tijd die ik had doorgebracht in de verschillende huisartsenpraktijken die ik had bezocht. Links stond mijn tijd, rechts de normtijd. De discrepantie werd duidelijk zichtbaar: in sommige gevallen had ik minder tijd in de praktijk doorgebracht dan de normtijd aangeeft.
Laat ik voorop stellen dat ik het waardeer dat deze cijfers niet alleen beschikbaar zijn, maar ook worden gebruikt om te verbeteren. Huisartsen betalen voor deze audits en willen waar voor hun geld. Dat betekent dat een auditor niet na een kop koffie en een rondleiding kan zeggen, prima zo, tot volgend jaar. De vraag die zich hier aandient is of genormeerde tijden de kwaliteit van de audit ten goede komt. Dat hangt er maar helemaal van af.
Ik wil best nog even mijn laptop openklappen of het protocollenboek doorbladeren. Of een lunchpauze inlassen. Allemaal mogelijkheden die ik ook al heb toegepast, maar waarvan ik denk dat het geen antwoord is op de vraag. Goed voorbereiden. Echte belangstelling voor wat de huisarts bezighoudt. Waardering uitspreken voor zaken die goed gaan. Respect tonen voor de medewerkers. En last maar niet least, conclusies helder onderbouwen. Dat zijn vaardigheden die antwoord geven op de vraag.
Toen ik onlangs een kleine praktijk bezocht die de zaken goed voor elkaar had, moest een praktijkondersteuner, die belangrijk werk verricht voor chronisch zieke patiënten, haar werkplek aan mij afstaan omdat ik mijn conclusies moest formuleren. In zo’n geval besluit ik de praktijk niet langer bezig te houden dan strikt noodzakelijk, zodat iedereen weer kan doen waar hij voor op aarde is. En ja, dat gaat ten koste van mijn rijtje getallen. En ja, daar word ik op gewezen en moet ik mij voor verantwoorden. Het zij zo.
En nu de fiets, want die mag niet ontbreken. Ik maakte onlangs een fietstocht met een goede vriend. Toen we ’s avonds onze tanden poetsten in een B&B in Zwolle, was hij heel snel klaar. Zelf blijf ik doorpoetsen tot mijn elektrische borstel een signaal afgeeft dat er twee minuten om zijn. Hij wist niet eens dat ook zíjn tandenborstel een signaal afgeeft en ging het meteen testen. Ja hoor… die jongen kan nog een hoop van mij leren. Hoe langer hoe beter!
Dit is mijn zevende blog. Over een maand verschijnt de achtste. Omdat het kan.
n. Als de fiets beschadigd raakt of gestolen wordt, dan koop ik een andere. Dat geeft mij rust. En plezier zolang dat niet gebeurt.
gelmatig dwingen de omstandigheden mij ertoe om deze afspraken te schenden. Soms is een kerkje te mooi om aan voorbij te rijden. Of een koe in de wei te aantrekkelijk om géén foto van te maken. Vervolgens is de vraag of je deze ‘verloren tijd’ moet optellen bij de voorgenomen uren. Wie weet mag het zeggen, zelf formuleer ik antwoorden op basis van de omstandigheden. Hoe geprotocolleerd is dat? Ingewikkelde vragen tijdens een fietstocht, maar daar heb je ook alle tijd voor.
Wij wisten niet precies waar de theorie op gebaseerd was, het kwam ook niet echt geloofwaardig over en eigenlijk hadden we op dat moment meer belangstelling voor de douche dan voor het weer. En toch intrigeert mij deze insteek, die vaak zonder enige relativering op tafel wordt gegooid. Is het een behoefte aan exclusiviteit? Is het de troste Friese volksaard? Of zijn het gewoon dwaalgedachten? Het doet mij denken aan de verhalen die Rik Zaal ooit schreef over teruggekomen vakantiegangers. ‘Net toen wij weer vertrokken uit Frankrijk, begon het daar te regenen’. Of: ‘Iedereen zat op het centrale plein te eten, maar wij gingen even een steegje in en kwamen in een restaurant waar alleen maar Italianen zaten’. Als je erop let kom je deze verhalen overal tegen. Zonder relativering. Bloedserieus. Ik vermoed dat we het luchtstromen-verhaal uit Heerenveen in deze categorie kunnen plaatsen.
r was bevestigd was er ineens geen plaats meer voor de bel. Deze heb ik, in een creatieve bui, verplaatst naar een droog plekje onder het zadel.
