Twee weken zwerven wij nu door het zuiden van India. Hoe veilig is het daar?
- De deuren van de trein staan altijd open, ook als hij rijdt. Veel Indiers springen uit een rijdende trein. Bij ons kan dat alleen in een spreekwoord.
- In de trein komen allerlei mannetjes langs met voedsel. Geen idee waar dat bereid is, het ziet eruit alsof oma dat op een knapperig haardvuur bij elkaar heeft gefrituurd. Het is overigens wel lekker. Bij ons in de trein komen er zeer sporadisch mensen langs met voedsel.
- Bij het opstappen op een boot blijkt het gat tussen boot en wal bijna 0,5 meter te zijn. Je moet dus springen om de boot niet te missen. Er zijn weliswaar mannetjes die je helpen, maar springen moet je toch echt zelf doen. Wij hoeven nooit te springen.
- Bij het oversteken heb je geen rechten, alleen de plicht tot opletten. Anders zijn de gevolgen niet te overzien. Wij hebben zebrapaden. En rechten.
Conclusie: veilig is anders. En toch, wij hebben ons geen moment onveilig gevoeld. Wat kun je zelf doen?
ad1 Je kunt wachten tot de trein stilstaat.
ad2 Je hoeft geen etenswaren te nuttigen in de trein. Vooraf proviand inslaan is altijd mogelijk.
ad3 Je oranje zwemvest goed vastmaken, die krijgt iedereen bij het instappen. Lekker warm. Associaties met Syrische vluchtelingen kwamen onwillekeurig langs toen we op die goed gevulde boot zaten. Volkomen onterecht natuurlijk. Overigens kun je het boottochtje ook overslaan.
Zo heb je toch nog enige invloed op je eigen veiligheid. Risico’s verminderen betekent ook minder plezier en die afweging is soms lastig.
ad4 Hier is eigenlijk niks aan te doen. Je zult je vroeg of laat toch in het Indiase verkeer moeten begeven. Echter, de Indiers zijn meester in het flexibel omgaan met voetgangers en andere versperringen, ze manoeuvreren er listig omheen. Als je maar oversteekt met een zekere souplesse en zelfverzekerdheid. Zo gaat dat hier en dat werkt prima.
Dit is mijn 11e blog. Over een maand verschijnt de 12e. Omdat het kan.



Ik kreeg laatst een tabelletje onder ogen van de tijd die ik had doorgebracht in de verschillende huisartsenpraktijken die ik had bezocht. Links stond mijn tijd, rechts de normtijd. De discrepantie werd duidelijk zichtbaar: in sommige gevallen had ik minder tijd in de praktijk doorgebracht dan de normtijd aangeeft.
n. Als de fiets beschadigd raakt of gestolen wordt, dan koop ik een andere. Dat geeft mij rust. En plezier zolang dat niet gebeurt.
gelmatig dwingen de omstandigheden mij ertoe om deze afspraken te schenden. Soms is een kerkje te mooi om aan voorbij te rijden. Of een koe in de wei te aantrekkelijk om géén foto van te maken. Vervolgens is de vraag of je deze ‘verloren tijd’ moet optellen bij de voorgenomen uren. Wie weet mag het zeggen, zelf formuleer ik antwoorden op basis van de omstandigheden. Hoe geprotocolleerd is dat? Ingewikkelde vragen tijdens een fietstocht, maar daar heb je ook alle tijd voor.
Wij wisten niet precies waar de theorie op gebaseerd was, het kwam ook niet echt geloofwaardig over en eigenlijk hadden we op dat moment meer belangstelling voor de douche dan voor het weer. En toch intrigeert mij deze insteek, die vaak zonder enige relativering op tafel wordt gegooid. Is het een behoefte aan exclusiviteit? Is het de troste Friese volksaard? Of zijn het gewoon dwaalgedachten? Het doet mij denken aan de verhalen die Rik Zaal ooit schreef over teruggekomen vakantiegangers. ‘Net toen wij weer vertrokken uit Frankrijk, begon het daar te regenen’. Of: ‘Iedereen zat op het centrale plein te eten, maar wij gingen even een steegje in en kwamen in een restaurant waar alleen maar Italianen zaten’. Als je erop let kom je deze verhalen overal tegen. Zonder relativering. Bloedserieus. Ik vermoed dat we het luchtstromen-verhaal uit Heerenveen in deze categorie kunnen plaatsen.