We liepen samen het ziekenhuis binnen. Zij had een afspraak bij de afdeling oren, ik moest eerst nog iets ophalen bij de ogen en zou daarna volgen. Ik liep de voor mij bekende gang in, maar werd al snel teruggeroepen door een vrouw van middelbare leeftijd die van mijn vrouw begrepen had dat er een oor-bestemming in het spel was. “Meneer, u moet naar boven hoor, daar is de afdeling KNO”. Zij was blijkbaar in de veronderstelling dat ik lukraak een gang was ingelopen en wilde mij weer op het juiste pad brengen. “Nee” hoorde ik mijn vrouw al zeggen, “hij gaat naar zijn eigen afdeling” en toen ik dat al gesticulerend nog eens onderstreepte, mocht ik verder. Van de weeromstuit liep ik een verkeerde gang in, wat ik gelukkig heb kunnen corrigeren zonder opnieuw onder toezicht te komen.
Na gedane zaken begaf ik mij naar de afdeling oren. In dit ziekenhuis was dat nummertje 41 en moest ik, zoals mij al was gemeld, de trap op. De bewegwijzering was helder, de gangen breed, de kunst aan de muur zorgvuldig gekozen. Ik begon mij bijna op m’n gemak te voelen. Na nummer 39 liep ik door en zag ik bij nummer 40 een vrouw op een stoel zitten. Zo iemand die in een museum ook wel eens strategisch wordt neergezet om de orde der dingen te bewaken. Ik knikte haar toe.
“Weet u waar u heen moet?” vroeg ze.
“Naar nummer 41” zei ik met een vastberadenheid die elke twijfel moest neutraliseren.
“Dan bent u er bijna. Gewoon doorlopen, kijk, daar is het”. Ik bedankte haar, liep door en nam plaats in de wachtkamer. Mijn vrouw was er niet, ze was blijkbaar al binnengeroepen. Er zaten wel andere wachtenden, alleen of met z’n tweeën. Ik nestelde mij op de bank en verdween in een krantenartikel op m’n telefoon, tot ik plotseling hoorde “meneer, meneer”. Daar stond ze, de hoedster van de juiste route die mij zo adequaat had doorgestuurd.
“U moet zich nog wel even aanmelden bij de zuil daar hoor” en ze wees naar een apparaat aan het begin van de wachtkamer. De wachtenden keken op en nu moest ik toch met de billen bloot. Ik legde uit dat ik op m’n partner wachtte die zich vermoedelijk al in één van de kamers bevond.
“Oh, dan is het goed”, zei ze en liep terug door de gang naar haar post. Heb ik haar toch een beetje kunnen geruststellen.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO
Dit is mijn 105e blog. Over een maand verschijnt de 106e. Omdat het kan. Aanmelden kan ook. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/
De stekelige pinguincactus is erg toepasselijk bij deze verregaande bemoeizorg Jan!